Het idee

“Etwas nachholen” betekent iets later doen wat is gemist of uitgesteld; het is scheidbaar (Wir holen es nach). “Ein anderes Mal”, “nächste Woche” en “jeden Tag” zijn tijdsbepalingen in de accusatief zonder voorzetsel. “Es wird knapp” (het wordt krap) geeft zacht een reden. “Auf etwas zurückkommen” betekent hier iemand op een aanbod terugkomen.

Andere manieren om het te zeggen

“Können wir das auf ein anderes Mal verschieben?” – Neutraal; “verschieben auf + accusatief” betekent uitstellen tot.

“Gern ein anderes Mal!” – Informeel en kort; kan vaag klinken zonder vervolgdatum.

“Wollen wir das nächste Woche nachholen?” – Informeel tot neutraal; stelt meteen een tijdstip voor.

Voorbeelden

  • Können wir den Kaffee ein anderes Mal nachholen?Kunnen we die koffie een andere keer drinken?
  • Passt es dir heute nicht mehr?Past het je vandaag niet meer?
  • Heute wird es knapp, aber ich würde dich gern treffen.Vandaag wordt het krap, maar ik zou je graag ontmoeten.
  • Dann lassen wir die Einladung einfach offen.Dan laten we de uitnodiging gewoon openstaan.
  • Nächste Woche schicke ich dir zwei mögliche Zeiten.Volgende week stuur ik je twee mogelijke tijdstippen.
  • Darauf komme ich dann gern zurück.Daar kom ik dan graag op terug.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

“Können wir den Kaffee an einem anderen Mal nachholen?” → “Können wir den Kaffee ein anderes Mal nachholen?”: Leerders voegen een voorzetsel toe zoals bij “an einem anderen Tag”. Bij Mal staat er geen voorzetsel; de tijdsbepaling staat in de accusatief: “ein anderes Mal”.

Probeer het zelf

  1. Vertaal in het Duits: Kunnen we die koffie een andere keer drinken?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Können wir den Kaffee ein anderes Mal nachholen?

    Een ja/nee-vraag begint met het modale werkwoord “Können”. “Den Kaffee” is het lijdend voorwerp in de accusatief, “ein anderes Mal” een tijdsbepaling in de accusatief, en “nachholen” staat aan het eind.

  2. Zet de woorden in de juiste volgorde: aber / dich / es / gern / Heute / ich / knapp / treffen / wird / würde

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Heute wird es knapp, aber ich würde dich gern treffen.

    “Es wird knapp” betekent dat de tijd krap wordt. “Aber” verbindt twee hoofdzinnen zonder de woordvolgorde te veranderen; “würde … gern treffen” is een beleefde wens in de Konjunktiv II.

  3. Schrijf deze zin in het Duits: Daar kom ik dan graag op terug.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Darauf komme ich dann gern zurück.

    “Darauf” staat voor de uitnodiging en opent de zin, dus “komme ich” volgt; “zurück” gaat naar het eind. “Gern” geeft oprechte interesse aan.

Gebruik het vandaag

Een collega nodigt je uit voor de lunch van vandaag, maar je hebt een deadline. Sla vriendelijk af en stel voor het later deze week in te halen.