Het idee

“Auf etwas hinauswollen” is een scheidbaar werkwoord en neutraal-informeel; in een vraag of indirecte vraag wordt het “worauf” (auf + was). In de indirecte vraag gaat “hinauswillst” naar het einde. “Etwas nachvollziehen” betekent iemands redenering kunnen volgen en is iets formeler. Met een parafrase als “du meinst …” kan de spreker bevestigen of corrigeren of je het goed begrepen hebt.

Andere manieren om het te zeggen

“Ach so, jetzt verstehe ich, was du meinst.” – Informeel en veelgebruikt; “ach so” geeft plotseling begrip aan.

“Ich verstehe, was Sie meinen.” – Neutraal tot formeel; in discussies volgt er vaak “aber” op.

“Ah, jetzt hab ich’s.” – Zeer informeel gesproken Duits; “hab ich’s” is een afkorting van habe ich es.

Voorbeelden

  • Jetzt verstehe ich, worauf du hinauswillst.Nu snap ik wat je bedoelt.
  • Ist der Unterschied zwischen den Plänen klar?Is het verschil tussen de plannen duidelijk?
  • Ja, du meinst den zusätzlichen Weg zum Eingang.Ja, je bedoelt de extra wandeling naar de ingang.
  • Genau dieser Weg fehlt in meiner Zeitrechnung.Precies die wandeling ontbreekt in mijn tijdsberekening.
  • Dann kann ich deinen Einwand besser nachvollziehen.Dan kan ik je bezwaar beter begrijpen.
  • Gut, wir rechnen diesen Abschnitt gemeinsam dazu.Goed, we tellen dat stuk samen erbij.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

“Jetzt verstehe ich, worauf willst du hinaus.” → “Jetzt verstehe ich, worauf du hinauswillst.”: Na “verstehe ich” is het worauf-deel een indirecte vraag, dus het werkwoord gaat naar het einde en het scheidbare voorvoegsel voegt zich er weer bij: “hinauswillst”. Leerders houden vaak de woordvolgorde van de directe vraag aan.

Probeer het zelf

  1. Vertaal naar het Duits: Nu snap ik wat je bedoelt.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Jetzt verstehe ich, worauf du hinauswillst.

    “Jetzt” opent de hoofdzin, dus “verstehe ich” volgt. De indirecte vraag begint met “worauf” en eindigt met het samengevoegde werkwoord “hinauswillst”.

  2. Zet de woorden in de juiste volgorde: den / du / Eingang / Ja / meinst / Weg / zum / zusätzlichen

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Ja, du meinst den zusätzlichen Weg zum Eingang.

    “Meinen” neemt een direct lijdend voorwerp (accusatief): “den zusätzlichen Weg”, mannelijk met de zwakke uitgang -en. “Zum Eingang” is zu + dem.

  3. Schrijf deze zin in het Duits: Goed, we tellen dat stuk samen erbij.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Gut, wir rechnen diesen Abschnitt gemeinsam dazu.

    “Dazurechnen” (erbij optellen in een berekening) is scheidbaar: “rechnen … dazu”. “Diesen Abschnitt” is accusatief en “gemeinsam” maakt er een gedeelde stap van.

Gebruik het vandaag

Een vriendin legt uit waarom het goedkopere appartement eigenlijk duurder is. Laat zien dat je het begrijpt en herhaal daarna haar hoofdpunt in je eigen woorden.