Een voegwoordpaar geeft het verband tussen twee mogelijkheden. Bepaal eerst of je één mogelijkheid, beide of geen van beide bedoelt.

Het idee

Entweder ... oder geeft alternatieven; sowohl ... als auch betekent beide; weder ... noch betekent geen van beide. Nicht nur ... sondern auch benadrukt een tweede punt.

Patronen vergelijken
ConstructieDuits voorbeeld
entweder ... oderDu kannst entweder anrufen oder schreiben.
sowohl ... als auchLea mag sowohl Tee als auch Kaffee.
weder ... nochHier gibt es weder Kaffee noch Tee.
nicht nur ... sondern auchDer Weg ist nicht nur lang, sondern auch steil.

Controleer de delen die je verbindt

Begin met twee zinnen: Mira spricht Deutsch. Mira spricht Polnisch. Onderwerp en werkwoord zijn gelijk; schrijf ze eenmaal en verbind de talen: Mira spricht sowohl Deutsch als auch Polnisch. Verbind niet zonder aanpassing een zelfstandig naamwoord met een hele zin. In het laatste voorbeeld staan weder en noch vooraan, zodat fährt en kommt direct volgen; dit is geen bijzin met weil en het werkwoord achteraan.

Voorbeelden

  • Entweder nehmen wir den Bus, oder wir gehen zu Fuß.Of we nemen de bus, of we gaan te voet.
  • Mira spricht sowohl Deutsch als auch Polnisch.Mira spreekt zowel Duits als Pools.
  • Er hat weder angerufen noch eine Nachricht geschrieben.Hij heeft niet gebeld en ook geen bericht geschreven.
  • Die Wohnung ist nicht nur klein, sondern auch teuer.De woning is niet alleen klein, maar ook duur.
  • Wir besuchen entweder das Museum oder den Park.We bezoeken het museum of het park.
  • Weder fährt der Bus, noch kommt ein Taxi.De bus rijdt niet en er komt ook geen taxi.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Verbind grammaticaal parallelle delen. Weder ... noch is al ontkennend; voeg niet automatisch nicht toe. Controleer de woordvolgorde als de verbinding een hele zin begint.

Probeer het zelf

  1. Beide Sprachen: Mira spricht sowohl Deutsch ___ Polnisch.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    als auch

    Als auch vult sowohl aan en omvat beide talen.

  2. Keine der beiden Tätigkeiten: Er hat weder angerufen ___ geschrieben.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    noch

    Noch maakt de ontkennende combinatie af; extra nicht is niet nodig.

  3. Verbinde mit nicht nur ... sondern auch: Die Wohnung ist klein. Die Wohnung ist teuer.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Die Wohnung ist nicht nur klein, sondern auch teuer.

    Klein en teuer zijn parallelle bijvoeglijke naamwoorden. Voor sondern auch staat een komma.

  4. Eine Alternative: ___ nehmen wir den Bus, oder wir gehen zu Fuß. (Entweder / Sowohl)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Entweder

    Entweder vormt met oder een keuze. Sowohl vraagt als auch en betekent beide.

Gebruik het vandaag

Plan een weekend in vier zinnen: kies een activiteit, noem twee gerechten, sluit twee vervoersmiddelen uit en voeg een verrassend detail toe. Gebruik elk paar één keer.