Kies geschafft voor een taak volbrengen en geschaffen voor iets scheppen; leer ook ich bin geschafft en de gedeelde tegenwoordige tijd.

Het idee

Schaffen heeft twee verleden patronen: schaffte – hat geschafft voor volbrengen en schuf – hat geschaffen voor scheppen. Het presens is gelijk: ich schaffe, du schaffst, er schafft.

Patronen vergelijken
Patroon / vormDuits voorbeeld
bewältigen: schwachschaffen – schaffte – hat geschafft
erschaffen: starkschaffen – schuf – hat geschaffen
gemeinsames Präsensich schaffe / du schaffst / er schafft
Zustand: erschöpftIch bin geschafft.

Lees de hele constructie

Na lastig huiswerk zeg je Ich habe es geschafft. Over een nieuw beeld: Sie hat eine Skulptur geschaffen. De betekenis stuurt de verleden vorm, maar bij Platz schaffen en Ordnung schaffen bestaan varianten. Leer eerst volbrengen tegenover scheppen en zoek onbekende combinaties op.

Voorbeelden

  • Wir schaffen das zusammen.Samen kunnen we het.
  • Ich habe die Aufgabe geschafft.Ik heb de taak volbracht.
  • Die Künstlerin hat eine Skulptur geschaffen.De kunstenares heeft een beeld gemaakt.
  • Gestern schafften wir es.Gisteren lukte het ons.
  • Die Autorin schuf eine neue Figur.De schrijfster schiep een nieuw personage.
  • Nach dem langen Tag bin ich geschafft.Na die lange dag ben ik uitgeput.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Ich bin geschafft betekent ik ben uitgeput. Het is niet het Perfekt van volbrengen; dat krijgt haben: Ich habe es geschafft.

Probeer het zelf

  1. Die Bildhauerin hat ein Kunstwerk ___. (geschafft / geschaffen)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    geschaffen

    geschaffen — Een kunstwerk scheppen krijgt de sterke vorm geschaffen.

  2. Ich ___ geschafft: Ich bin sehr müde. (bin / habe)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    bin

    bin — Hier is geschafft een bijvoeglijk naamwoord na sein voor uitputting.

  3. Gestern ___ ich die Aufgabe. (schaffen = bewältigen, Präteritum)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    schaffte

    schaffte — De taak volbrengen krijgt de zwakke uitgang -te.

  4. Die Malerin ___ ein neues Werk. (schaffen = erschaffen, Präteritum)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    schuf

    schuf — Scheppen heeft de sterke verleden vorm schuf met klinkerwisseling.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee samenhangende zinnen over je eigen situatie met deze patronen: Ich habe ... geschafft. / ... hat ... geschaffen.