Het idee

Der Gang is een gang: Vorspeise, Hauptgang, Dessert of Nachspeise. “Beendet sein” beschrijft een afgeronde toestand. “Mit etwas warten” betekent iets uitstellen: “mit dem Dessert warten”. In keukens gebruiken collega’s vaak du en ihr: “ich gebe euch ein Zeichen”. Der Vorlauf is de voorbereidingstijd die nodig is voordat iets kan beginnen. “Den Zeitpunkt abstimmen” betekent het moment afspreken.

Andere manieren om het te zeggen

“Tisch sechs braucht noch etwas, Dessert bitte noch nicht.” – Informele keukenroep; kort en duidelijk.

“Ich sag Bescheid, wenn ihr anfangen könnt.” – Informeel; Bescheid sagen betekent iemand laten weten.

“Den Nachtisch für Tisch sechs bitte erst auf Abruf.” – Neutraal vakjargon: auf Abruf betekent pas als erom gevraagd wordt.

Voorbeelden

  • An Tisch sechs ist der Hauptgang noch nicht beendet.Tafel zes is nog niet klaar met het hoofdgerecht.
  • Sollen wir mit dem Dessert warten?Moeten we met het dessert wachten?
  • Ja, ich gebe euch ein Zeichen zum Start.Ja, ik geef jullie een teken om te beginnen.
  • Wie viel Vorlauf braucht die Küche?Hoeveel voorbereidingstijd heeft de keuken nodig?
  • Das frage ich kurz bei der zuständigen Person.Dat vraag ik even aan de verantwoordelijke.
  • Dann stimmen wir den Zeitpunkt gemeinsam ab.Dan stemmen we het tijdstip samen af.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

“Sollen wir für das Dessert warten?” → “Sollen wir mit dem Dessert warten?”: Engels “wait for” doet aan für denken, maar “warten auf” betekent wachten tot iets aankomt. Je eigen handeling uitstellen is “mit etwas warten”, met de datief.

Probeer het zelf

  1. Vertaal naar het Duits: Tafel zes is nog niet klaar met het hoofdgerecht.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    An Tisch sechs ist der Hauptgang noch nicht beendet.

    “An Tisch sechs” opent de zin; ist staat op de tweede plaats, het onderwerp der Hauptgang op de derde, en “noch nicht beendet” beschrijft de onafgeronde toestand.

  2. Zet de woorden in de juiste volgorde: ein / euch / gebe / ich / Ja / Start / Zeichen / zum

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Ja, ich gebe euch ein Zeichen zum Start.

    Geben krijgt euch (datief meervoud, informeel) en ein Zeichen (accusatief). “Zum Start” is zu dem plus Start en geeft het doel aan.

  3. Schrijf deze zin in het Duits: Dan stemmen we het tijdstip samen af.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Dann stimmen wir den Zeitpunkt gemeinsam ab.

    Abstimmen is scheidbaar: stimmen op de tweede plaats, ab aan het eind. Den Zeitpunkt is mannelijk accusatief, en gemeinsam benadrukt de gezamenlijke planning.

Gebruik het vandaag

Tafel negen praat en eet langzaam. Zeg de keuken in twee zinnen dat het hoofdgerecht nog niet op is en dat je het dessert laat weten.