Je leert zeggen waarheen iets gaat en wie iets krijgt: de klinker kiezen, na een klinker een y toevoegen en de slotmedeklinker zo nodig verzachten.

Het idee

De datief noemt de bestemming of de ontvanger: eve, okula, Ankara'ya. De klinker is e na e i ö ü en a na a ı o u. Eindigt het woord op een klinker, dan komt er een tussenklank y bij, dus -ye of -ya: kediye, arabaya. Na een medeklinker geen y: okula, eve.

Patronen vergelijken
Laatste klinkerNa een medeklinkerVoorbeeldNa een klinkerVoorbeeld
a-apazara-yamasaya
ı-asınıfa-yakapıya
o-ayola-yaradyoya
u-aokula-yasuya
e-eeve-yeperdeye
i-edişe-yekediye
ö, ü-egöze, güne-yeütüye

Voorbeelden

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Er gaan vaak twee dingen mis. Na een klinker mag de y niet ontbreken: arabaya, niet arabaa. En een slotmedeklinker wordt voor een klinker vaak zacht: kitap wordt kitaba, ağaç wordt ağaca, çocuk wordt çocuğa; eenlettergrepige woorden zoals at blijven meestal hard: ata.

Probeer het zelf

  1. Voeg de datief toe aan araba (auto): naar de auto.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    arabaya

    arabaya: araba eindigt op de klinker a, dus er komt een y tussen; de achterklinker a geeft -ya.

  2. Voeg de datief toe aan kitap (boek): naar het boek.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    kitaba

    kitaba: de laatste klinker a geeft -a, en de p staat nu tussen klinkers en wordt b.

  3. Voeg de datief toe aan İstanbul (stad): naar Istanboel.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    İstanbul'a

    İstanbul'a: een eigennaam krijgt een apostrof; het woord eindigt op de medeklinker l, dus geen y, en de achterklinker u geeft -a.

  4. Voeg de datief toe aan çocuk (kind): naar het kind.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    çocuğa

    çocuğa: de slot-k van een woord met meer lettergrepen wordt voor een klinker ğ, en de achterklinker u geeft -a.

Gebruik het vandaag

Schrijf drie zinnen over plaatsen waar je deze week naartoe gaat. Onderstreep elke datief en controleer of het woord op een klinker eindigt (y nodig) of op p, ç, t, k (verzachting).