Als beschrijft één gebeurtenis of periode in het verleden.

Het idee

Wenn past bij herhaling en voorwaarden, ook in de toekomst. Immer wenn markeert herhaalde vroegere situaties; verleden tijd alleen is geen reden voor als.

Patronen vergelijken
Form / MusterBeispiel / Gegensatz
einmal in der Vergangenheitals
wiederholtwenn / immer wenn
Gegenwart / Zukunft / Bedingungwenn

Voorbeelden

  • Als ich zehn war, wohnte ich in Bremen.
  • Wenn ich als Kind krank war, las ich viel.
  • Als wir ankamen, regnete es.
  • Wenn ich morgen Zeit habe, rufe ich an.
  • Immer wenn sie lacht, lachen wir mit.
  • Als der Kurs endete, gingen alle nach Hause.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Let op dit onderscheid: De situatie herhaalde zich; immer wenn markeert die herhaling.

Probeer het zelf

  1. ___ ich gestern ankam, war es dunkel. (Als / Wenn)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Als

    Antwoord: “Als”. Het gaat om één specifieke vroegere gebeurtenis, dus als past.

  2. ___ ich morgen Zeit habe, komme ich. (Als / Wenn)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Wenn

    Antwoord: “Wenn”. Dit is een voorwaarde of toekomstige mogelijkheid, dus wenn leidt de bijzin in.

  3. Immer ___ es regnete, blieben wir drin. (als / wenn)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    wenn

    Antwoord: “wenn”. De situatie herhaalde zich; immer wenn markeert die herhaling.

Gebruik het vandaag

Maak twee zinnen vanuit “Als ich zehn war, wohnte ich in Bremen.”. Verander de eerste informatie en controleer de plaats van de persoonsvorm.