Het idee

Vertrauen aufbauen laat zien dat vertrouwen zich in de loop van de tijd ontwikkelt. Jemandem Vertrauen schenken en Vertrauen entgegenbringen beschrijven een houding tegenover die persoon. Vertrauen gewinnen kan het verdienen ervan beschrijven; verlieren beschrijft het verlies. Enttäuschen is sterker dan alleen van mening verschillen: de verwachtingen die aan het vertrouwen verbonden waren, zijn niet waargemaakt.

Patronen vergelijken
WoordcombinatieBetekenis in dit gebruik
Vertrauen aufbaueneine vertrauensvolle Beziehung entstehen lassen
jemandem Vertrauen schenkenjemandem vertrauen
Vertrauen entgegenbringeneine Person oder Gruppe als vertrauenswürdig behandeln
Vertrauen gewinnenals vertrauenswürdig anerkannt werden
Vertrauen verliereneiner Person oder Sache nicht mehr vertrauen
Vertrauen enttäuschenErwartungen aus einer Vertrauensbeziehung nicht erfüllen

Herstel de uitdrukking, behoud de boodschap

  • Ich schenke meiner Kollegin Vertrauen, also muss sie mir automatisch vertrauen. Ich schenke meiner Kollegin Vertrauen; ob sie mir vertraut, sagt der Satz nicht.

    Vertrouwen heeft een richting. De uitdrukking geeft de houding van één persoon weer en bewijst geen wederzijds vertrouwen.

Voorbeelden

  • Durch verlässliche Absprachen bauen die beiden Gruppen Vertrauen auf.Door betrouwbare afspraken bouwen de twee groepen vertrouwen op.Vertrauen aufbauen drukt in deze zin het in de loop van de tijd ontwikkelen van vertrouwen uit.
  • Nach dem offenen Gespräch schenkt Lio seiner Kollegin wieder Vertrauen.Na het openhartige gesprek schenkt Lio zijn collega weer vertrouwen.jemandem Vertrauen schenken drukt in deze zin het vertrouwen stellen in iemand uit.
  • Die neuen Mitglieder bringen der erfahrenen Leiterin Vertrauen entgegen.De nieuwe leden hebben vertrouwen in de ervaren leidster.Vertrauen entgegenbringen drukt in deze zin het tonen van vertrouwen jegens iemand uit.
  • Mit klaren Antworten gewinnt das neue Team das Vertrauen der Gäste.Met duidelijke antwoorden wint het nieuwe team het vertrouwen van de gasten.Vertrauen gewinnen drukt in deze zin het verdienen van vertrouwen uit.
  • Nach den widersprüchlichen Angaben verliert Ada das Vertrauen in die Liste.Na de tegenstrijdige gegevens verliest Ada het vertrouwen in de lijst.Vertrauen verlieren drukt in deze zin het verliezen van vertrouwen uit.
  • Mit der heimlichen Änderung hat Jan unser Vertrauen enttäuscht.Met de heimelijke wijziging heeft Jan ons vertrouwen beschaamd.Vertrauen enttäuschen drukt in deze zin het teleurstellen van het in iemand gestelde vertrouwen uit.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Vertrouwen heeft een richting. De uitdrukking geeft de houding van één persoon weer en bewijst geen wederzijds vertrouwen.

Probeer het zelf

  1. Een nieuw team wordt door betrouwbaar werk gaandeweg als betrouwbaar gezien. Gebruik gewinnen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Das neue Team gewinnt Vertrauen.

    Das neue Team gewinnt Vertrauen. Het team verdient het vertrouwen van anderen.

  2. Ada houdt de lijst na tegenstrijdige gegevens niet meer voor betrouwbaar. Formuleer dit.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Ada verliert das Vertrauen in die Liste.

    Ada verliert das Vertrauen in die Liste. Het object van het vertrouwen is de lijst, niet de persoon Ada.

  3. Schrijf een zin over hoe twee groepen een vertrouwensvolle relatie ontwikkelen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Durch verlässliche Absprachen bauen die Gruppen Vertrauen auf.

    Durch verlässliche Absprachen bauen die Gruppen Vertrauen auf. Aufbauen presenteert een proces, geen directe garantie.

Gebruik het vandaag

Kies twee uitdrukkingen uit de tabel, bijvoorbeeld “Vertrauen aufbauen” en “Vertrauen gewinnen”, en schrijf een korte Duitse woordenwisseling waarin de situatie tussen de eerste en de tweede regel verandert. Houd de bedoelde betekenissen uit elkaar. Leg daarna uit waarom het werkwoord in elke combinatie past bij de handeling, de toestand of de reactie die je beschrijft.