Na treffen kan de genoemde persoon direct in de accusatief staan; sich treffen beschrijft een ontmoeting.

Het idee

Onderscheid jemanden treffen, sich treffen, sich mit jemandem treffen. Mit vereist datief terwijl treffen zelfstandig accusatief vereist. Het deelwoord is getroffen.

Patronen vergelijken
Form / MusterBeispiel / Gegensatz
jemanden treffenIch treffe ihn.
sich treffenWir treffen uns.
sich mit jemandem treffenSie trifft sich mit ihm.
Perfekthat getroffen

Voorbeelden

  • Ich treffe meinen Freund am Bahnhof.
  • Wir treffen uns um sechs.
  • Sie trifft sich mit ihrer Schwester.
  • Hast du den neuen Kollegen schon getroffen?
  • Er trifft eine wichtige Entscheidung.
  • Der Ball trifft die Wand.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Onderscheid jemanden treffen met accusatief van sich mit jemandem treffen met datief na mit: Ich treffe ihn; ich treffe mich mit ihm.

Probeer het zelf

  1. Ich treffe ___ Freund. (mein / meinen)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    meinen

    Antwoord: “meinen”. Deze aanvulling is accusatief; kies het passende lidwoord of voornaamwoord.

  2. Wir treffen ___ im Café. (uns / euch; wir miteinander)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    uns

    Antwoord: “uns”. Het wederkerende accusatieve voornaamwoord verwijst naar het onderwerp.

  3. Sie trifft sich mit ___ Bruder. (ihrem / ihren)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    ihrem

    Antwoord: “ihrem”. Deze aanvulling is datief; lidwoord, voornaamwoord of bijvoeglijk naamwoord moeten passen.

Gebruik het vandaag

Herschrijf “Ich treffe meinen Freund am Bahnhof.” met du en wir. Controleer iedere werkwoorduitgang en de veranderende voornaamwoorden.