Versuchen leidt vaak een poging met zu in; probieren dient voor proeven of testen.

Het idee

Leer versuchen, etwas zu tun, die Suppe probieren en eine Methode ausprobieren. Ook wanneer betekenissen overlappen, moet de constructie passen.

Patronen vergelijken
Situatie / vormPatroon / voorbeeld
versuchenversuchen, etwas zu tun / es versuchen
probierenEssen kosten / etwas testen
ausprobiereneine Methode / ein Gerät ausprobieren
Versuch: beide möglichIch versuche es. / Ich probiere es.
Perfekthat versucht / hat probiert / hat ausprobiert
zu + trennbares Verbauszuprobieren

Proberen, proeven of uitproberen

Versuchen + zu is een betrouwbaar patroon voor een poging: Ich versuche, die Tür zu öffnen (ik probeer de deur te openen). Voor proeven gebruik je probieren: Probier die Suppe! (proef de soep!). Met ausprobieren test je of iets voor je werkt: Ich probiere die App aus (ik probeer de app uit).

Waar de betekenissen overlappen

Dit onderscheid is een leerhulp, geen absoluut verbod. Ich probiere, die Tür zu öffnen kan ook, en versuchen kan proeven betekenen. Ich versuche es en Ich probiere es betekenen allebei ik probeer het. Gebruik in het Perfekt hat versucht, hat probiert en hat ausprobiert; geen van deze vormen krijgt ge-.

Voorbeelden

  • Ich versuche, früher aufzustehen.Ik probeer vroeger op te staan.
  • Probier bitte die Suppe!Proef de soep alsjeblieft!
  • Wir probieren eine neue Lernmethode aus.We proberen een nieuwe leermethode uit.
  • Sie versucht, die Tür zu öffnen.Ze probeert de deur te openen.
  • Er hat den neuen Kuchen probiert.Hij heeft de nieuwe taart geproefd.
  • Ich versuche es noch einmal.Ik probeer het nog een keer.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

“Aus” is het scheidbare voorvoegsel van ausprobieren. In deze hoofdzin wordt probieren vervoegd en staat aus achteraan: Wir probieren das neue Spiel aus. Er is hier geen zu-constructie.

Probeer het zelf

  1. Ich versuche, pünktlich ___. (kommen / zu kommen)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    zu kommen

    Antwoord: “zu kommen”. Deze uitdrukking vereist een infinitiefgroep met zu.

  2. ___ bitte den Käse! (probieren, kurze du-Form des Imperativs)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Probier

    Antwoord: “Probier”. Probieren is hier het gewone werkwoord voor eten proeven.

  3. Wir probieren das neue Spiel ___. (aus / zu)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    aus

    “Aus” is het scheidbare voorvoegsel van ausprobieren. In deze hoofdzin wordt probieren vervoegd en staat aus achteraan: Wir probieren das neue Spiel aus. Er is hier geen zu-constructie.

  4. Ich habe den Tee ___. (probieren)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    probiert

    Gebruik probiert. Werkwoorden op -ieren vormen hun voltooid deelwoord zonder ge-, dus geprobiert is fout.

  5. Ich versuche, die neue App ___. (auszuprobieren / zu ausprobieren)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    auszuprobieren

    Gebruik auszuprobieren. Bij een scheidbaar werkwoord staat zu tussen het voorvoegsel en het werkwoord: aus + zu + probieren.

Gebruik het vandaag

Schrijf een gesprek van twee regels rond “Ich versuche, früher aufzustehen.”. Gebruik de doeluitdrukking in je antwoord en maak de betekenis duidelijk.