Je vervoegt het werkwoord voor lopen in de tegenwoordige tijd, de ontkenning, het verleden en de toekomst en zegt waar of waarheen je loopt.

Het idee

Yürümek heeft de stam yürü-, die op de klinker ü eindigt. De uitgang van de tegenwoordige tijd -yor sluit er direct op aan (yürüyorum), terwijl de toekomende tijd een bindklank y nodig heeft (yürüyeceğim). In het verleden en de ontkennende tegenwoordige tijd geeft de harmonie ü: het verleden krijgt -dü (yürüdüm) en de ontkenning -mü- (yürümüyorum). De plaats waar je loopt staat in de locatief (parkta yürümek), de bestemming krijgt -e/-a (okula yürümek).

Patronen vergelijken
PersoonTegenwoordige tijdOntkennendVerleden tijdToekomst
benyürüyorumyürümüyorumyürüdümyürüyeceğim
senyürüyorsunyürümüyorsunyürüdünyürüyeceksin
oyürüyoryürümüyoryürüdüyürüyecek
bizyürüyoruzyürümüyoruzyürüdükyürüyeceğiz
sizyürüyorsunuzyürümüyorsunuzyürüdünüzyürüyeceksiniz
onlaryürüyorlaryürümüyorlaryürüdüleryürüyecekler

Voorbeelden

  • Her sabah parkta yürüyorum.Elke ochtend loop ik in het park.
  • Dün akşam sahilde yürüdük.Gisteravond hebben we langs de kust gelopen.
  • Yarın okula yürüyeceğiz.Morgen lopen we naar school.De uitgang -a bij okul geeft de bestemming van het lopen aan: okula yürümek. De plaats waar je rondloopt krijgt juist -da: okulda yürümek.
  • Bebeğimiz artık yürüyor.Onze baby loopt nu.De k van bebek wordt ğ voor de klinker van -imiz: bebeğimiz. Yürümek is ook het woord voor een kind dat leert lopen.
  • Yağmurda yürümek istemiyorum.Ik wil niet in de regen lopen.
  • Babam her akşam yürüyüşe çıkıyor.Mijn vader gaat elke avond wandelen.Yürüyüş is een zelfstandig naamwoord bij yürümek en betekent wandeling. Gaan wandelen is yürüyüşe çıkmak, met -e op het zelfstandig naamwoord.
  • yürüyorumik loopyürüyor-iyor / -ıyor / -uyor / -üyor: nu bezigum-im / -sin / -iz / -siniz: ik ben, je bent, wij zijn
  • yürüdümik heb gelopenyürüdü-di, -dı, -du, -dü, -ti: de verleden tijd (geldi, yaptı)mPersoonsuitgangen van de verleden tijd: -m, -n, -k, -niz, -ler

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Schrijf geen yürüdim of yürüdum: de ü van de stam rondt de uitgang van het verleden af, dus yürüdüm, yürüdün, yürüdük. Ook in de ontkenning gebeurt dat: yürümüyorum, niet yürümiyorum.

Probeer het zelf

  1. Vul in de tegenwoordige tijd in: Elke ochtend loop ik in het park.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    yürüyorum

    yürüyorum: de stam yürü- eindigt al op een klinker, dus -yor sluit direct aan, en -um volgt de o van -yor.

  2. Vul in het verleden in: Ali heeft gisteravond veel gelopen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    yürüdü

    yürüdü: na een klinker begint de verledentijduitgang met d en neemt hij de ü van de stam over, dus -dü; de derde persoon heeft geen persoonsuitgang.

  3. Vul in de toekomende tijd in: Morgen lopen we naar school.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    yürüyeceğiz

    yürüyeceğiz: een y scheidt de klinkers van yürü- en -ecek, de k wordt voor -iz een ğ, en bij biz hoort -iz.

  4. Vul de ontkennende tegenwoordige tijd in: Jij loopt nooit.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    yürümüyorsun

    yürümüyorsun: de ontkennende -m- volgt op de stam en neemt de ü over, daarna komen -yor en de uitgang -sun voor sen.

Gebruik het vandaag

Schrijf drie zinnen over je wandelingen: één in de tegenwoordige tijd, één in het verleden en één in de toekomst. Controleer in het verleden en in de ontkenning of de ü er staat.