Je vervoegt koşmak in de tegenwoordige, verleden en toekomende tijd en zegt waar je rent en waar je naartoe rent.
Het idee
De stam van koşmak is koş- en verandert nooit: koşuyorum, koştum, koşacağım, koşmuyor. De uitgang van de tegenwoordige tijd volgt de ronde achterklinker o en wordt -uyor. De uitgang van het verleden begint na de stemloze ş met t: koş-tu-m, niet koşdum. Een plaats waar je rent krijgt -de/-da (parkta koşuyorum); een plaats waar je naartoe rent krijgt -e/-a (kapıya koştu).
| Persoon | Heden | Verleden | Toekomst |
|---|---|---|---|
| ben | koşuyorum | koştum | koşacağım |
| sen | koşuyorsun | koştun | koşacaksın |
| o | koşuyor | koştu | koşacak |
| biz | koşuyoruz | koştuk | koşacağız |
| siz | koşuyorsunuz | koştunuz | koşacaksınız |
| onlar | koşuyorlar | koştular | koşacaklar |
Voorbeelden
- Annem her sabah sahilde koşuyor.Mijn moeder rent elke ochtend langs de zee.De plaats waar je rent staat in de locatief: sahil wordt sahilde. De stam koş- blijft gelijk en na de klinker o is het einde van de tegenwoordige tijd -uyor: koşuyor.
- Çocuklar dün bahçede koştu.De kinderen hebben gisteren in de tuin gerend.Na de stemloze ş begint het verleden-tijdsuitgang met t: koş + tu wordt koştu, nooit koşdu. Bij een meervoudig onderwerp zoals çocuklar staat het werkwoord vaak in het enkelvoud; koştular kan ook.
- Biz yarın parkta koşacağız.Morgen rennen we in het park.Hier verzacht alleen het achtervoegsel: de k van -acak wordt ğ voor de klinker van -ız, dus koşacağız. De ş van de stam blijft.
- Otobüse yetişmek için koştuk.We renden om de bus te halen.Wat je bereikt of haalt, staat in de datief: otobüse. Na een werkwoord op -mek betekent için 'om te'. Het verleden koştuk is koş + tu + k.
- Çocuk kapıya koştu.Het kind rende naar de deur.Een plaats waar je naartoe rent staat in de datief, met een y als tussenklank na een klinker: kapı wordt kapıya. Vergelijk parkta koşuyorum (in het park) en parka koşuyorum (naar het park toe).
- Bugün koşmuyorum, çünkü yağmur yağıyor.Ik ren vandaag niet, omdat het regent.De ontkenning -ma staat direct achter de stam en wordt voor -yor -mu-: koşmuyorum. Het woord çünkü leidt de reden in.
- koşmuyoruzwe rennen nietkoşmuyor-miyor / -mıyor / -muyor / -müyor: niet doenuz-im / -sin / -iz / -siniz: ik ben, je bent, wij zijn
- koştularze rendenkoştu-di, -dı, -du, -dü, -ti: de verleden tijd (geldi, yaptı)larPersoonsuitgangen van de verleden tijd: -m, -n, -k, -niz, -ler
- koşacağızwe zullen rennenkoşacağ-ecek / -acak: de toekomende tijdız-im / -sin / -iz / -siniz: ik ben, je bent, wij zijn
Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Turkse stem op je apparaat beschikbaar. Je kunt de tekst nog steeds lezen.
Let op
Behandel koşmak niet als gitmek: de laatste medeklinker is stemloos en verzacht nooit, dus de ş blijft in koşuyorum en koşacağım, en het verleden is koştum, niet koşdum. Een andere fout is koşıyorum met een niet-ronde klinker; na o staat u.
Probeer het zelf
Vul in de tegenwoordige tijd in: ik ren elke dag in het park.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
koşuyorum
koşuyorum: de laatste klinker van koş- is o, dus de uitgang van de tegenwoordige tijd is -uyor en niet -ıyor; de stam blijft gelijk.
Vul in de verleden tijd in: gisteren renden we langs de zee.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
koştuk
koştuk: ş is stemloos, dus de verleden-tijdsuitgang begint met t; na o staat de klinker u, en -k betekent 'wij'.
Vul in de toekomende tijd in: morgenochtend ga ik rennen.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
koşacağım
koşacağım: o is een achterklinker, dus de toekomende tijd krijgt -acak; de k wordt vóór de klinker van -ım een ğ, terwijl de stam koş- blijft.
Vul in de ontkennende tegenwoordige tijd in: mijn vader rent vandaag niet.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
koşmuyor
koşmuyor: de ontkenning -ma wordt vóór -yor -mu-, en voor 'hij of zij' is geen aparte persoonsuitgang nodig.
Oefenronde
Beantwoord vragen en zet waar mogelijk Turkse zinnen en woorden weer in elkaar. We bewaren je score.
Vul in de tegenwoordige tijd in: ik ren elke dag in het park.
Vul in de verleden tijd in: gisteren renden we langs de zee.
Vul in de toekomende tijd in: morgenochtend ga ik rennen.
Vul in de ontkennende tegenwoordige tijd in: mijn vader rent vandaag niet.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de delen in de juiste volgorde aan om dit woord te maken: we rennen niet
Tik de delen in de juiste volgorde aan om dit woord te maken: ze renden
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten daarin op te slaan.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Schrijf drie zinnen over waar jij, een vriend en je familie rennen, één in de tegenwoordige, één in de verleden en één in de toekomende tijd. Controleer de klinker van de uitgang en of het verleden met t begint.

