Je vervoegt oturmak in drie tijden en kiest tussen locatief en datief voor de plek waar je zit of woont.
Het idee
Oturmak betekent zowel zitten als wonen. Eén vorm dekt beide: oturuyorum is „ik zit” of „ik woon”, en de plaats beslist. De plek waar je woont of zit staat in de locatief (Bursa'da oturuyorum); de zitplaats waarop je gaat zitten staat in de datief (koltuğa oturdum). De stam otur eindigt op r en de laatste klinker is u, dus de uitgangen worden rond: oturuyorum, oturdum, oturacağım. De k van -acak wordt vóór een klinker ğ.
| Persoon | Tegenwoordig | Verleden | Toekomst |
|---|---|---|---|
| ben | oturuyorum | oturdum | oturacağım |
| sen | oturuyorsun | oturdun | oturacaksın |
| o | oturuyor | oturdu | oturacak |
| biz | oturuyoruz | oturduk | oturacağız |
| siz | oturuyorsunuz | oturdunuz | oturacaksınız |
| onlar | oturuyorlar | oturdular | oturacaklar |
Voorbeelden
- Ben İstanbul'da oturuyorum.Ik woon in Istanbul.
- Çocuklar yerde oturuyor.De kinderen zitten op de grond.
- Biz dün akşam balkonda oturduk.Gisteravond zaten we op het balkon.
- Lütfen koltuğa oturun.Ga alstublieft in de fauteuil zitten.Gaan zitten vraagt de datief: koltuğa. De k van koltuk wordt vóór een klinker ğ. Oturun is de beleefde of meervoudige gebiedende wijs.
- Nerede oturuyorsunuz?Waar woont u?Nerede oturuyorsunuz? is de gewone vraag naar iemands woonplaats. Het achtervoegsel -sunuz hoort bij siz: meerdere mensen, of één persoon beleefd.
- Gelecek yıl Bursa'da oturacağız.Volgend jaar gaan we in Bursa wonen.De k van -acak wordt ğ voor de klinker van -ız: oturacak, maar oturacağız. Bij een stad betekent oturmak hier wonen, niet zitten.
- oturuyorumik zit; ik woonoturuyor-iyor / -ıyor / -uyor / -üyor: nu bezigum-im / -sin / -iz / -siniz: ik ben, je bent, wij zijn
- oturdularze zaten; ze woondenoturdu-di, -dı, -du, -dü, -ti: de verleden tijd (geldi, yaptı)larPersoonsuitgangen van de verleden tijd: -m, -n, -k, -niz, -ler
Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Turkse stem op je apparaat beschikbaar. Je kunt de tekst nog steeds lezen.
Let op
De naamval moet bij de betekenis passen: koltuğa oturdum zegt dat je ging zitten, koltukta oturdum zegt dat je een tijd in de fauteuil zat. En voor wonen in een stad gebruik je nooit de datief: Bursa'ya oturuyorum is fout, zeg Bursa'da oturuyorum.
Probeer het zelf
Voeg de datief toe aan koltuk (fauteuil): in de fauteuil gaan zitten.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
koltuğa
koltuğa: gaan zitten op een plek vraagt de datief; de k van koltuk wordt vóór een klinker ğ, en de achterklinker u geeft -a.
Gisteren zaten we in het park. Voeg aan de stam otur- de verleden tijd voor biz toe.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
oturduk
oturduk: de stam eindigt op de stemhebbende r, dus de verleden-tijduitgang begint met d; de laatste klinker u maakt er -du van, en -k is de uitgang voor biz.
Waar woon je nu? Voeg aan de stam otur- de uitgang van de continue tegenwoordige tijd voor sen toe.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
oturuyorsun
oturuyorsun: otur eindigt op een medeklinker, dus -uyor komt er direct achter, met u na de ronde klinker u; -sun is de uitgang voor sen.
Volgend jaar wonen ze hier. Voeg aan de stam otur- de toekomende tijd voor onlar toe.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
oturacaklar
oturacaklar: -acak heeft maar twee vormen en wordt niet rond, dus a blijft; ook de k blijft, want -lar begint met een medeklinker.
Oefenronde
Beantwoord vragen en zet waar mogelijk Turkse zinnen en woorden weer in elkaar. We bewaren je score.
Voeg de datief toe aan koltuk (fauteuil): in de fauteuil gaan zitten.
Gisteren zaten we in het park. Voeg aan de stam otur- de verleden tijd voor biz toe.
Waar woon je nu? Voeg aan de stam otur- de uitgang van de continue tegenwoordige tijd voor sen toe.
Volgend jaar wonen ze hier. Voeg aan de stam otur- de toekomende tijd voor onlar toe.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de delen in de juiste volgorde aan om dit woord te maken: ik zit; ik woon
Tik de delen in de juiste volgorde aan om dit woord te maken: ze zaten; ze woonden
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten daarin op te slaan.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Schrijf drie zinnen: waar je woont, waar je vandaag hebt gezeten en waar je volgend jaar gaat wonen. Controleer bij elk werkwoord de naamvaluitgang en de klinker.

