olmak: zijn, worden
Olmak betekent „worden” en „gebeuren”, en „zijn” alleen buiten de tegenwoordige tijd. Leer de vormen en zie waarom „ik ben student” zonder olmak kan.
Lezen en oefenen
InloggenMijn accountAvonturendagboek
Leer elk werkwoord met de stam, de tijden en veelgebruikte zinnen, van olmak en gitmek tot minder frequente werkwoorden.
Avonturendagboek
Kies je niveau
Geen passende les gevonden. Probeer een kortere zoekopdracht of een ander onderwerp.
Olmak betekent „worden” en „gebeuren”, en „zijn” alleen buiten de tegenwoordige tijd. Leer de vormen en zie waarom „ik ben student” zonder olmak kan.
Lezen en oefenenDe stam gel- verandert in geen enkele tijd, maar de k van -ecek wordt voor een klinker ğ: gelecek, geleceğim. Drie tijden van het werkwoord gelmek.
Lezen en oefenenGitmek betekent gaan, maar de stam verandert: gidiyorum en gideceğim, maar gittim en gitmiyor. Je leert wanneer t d wordt en hoe je de bestemming aangeeft.
Lezen en oefenenHuiswerk, sport, ontbijt, boodschappen: hoe yapmak de tegenwoordige tijd met -ıyor en de verleden tijd met -tı vormt in zes personen, en waarom het yaptım is en nooit yapdım.
Lezen en oefenenEten in het Turks: waarom de stam ye- in yiyorum yi- wordt, maar in yedim en yemiyorum ye- blijft, en yemek als woord voor de maaltijd zelf.
Lezen en oefenenThee, water, soep en sigaretten: in het Turks één werkwoord voor alles. Leer içmek in de tegenwoordige, verleden en toekomende tijd, ontkennend, en waarom içtim een t heeft.
Lezen en oefenenHoe almak (kopen, krijgen, nemen) werkt: regelmatige stam al-, de k van -acak die ğ wordt in alacağım, en waarom foto en bus een ander werkwoord vragen.
Lezen en oefenenWie krijgt wat? Zie hoe vermek de ontvanger op -e/-a zet en hoe de stam samengaat met -iyor, -di en -ecek, inclusief de verzachting in vereceğim.
Lezen en oefenenDe ö in görmek rondt de volgende uitgangen af: görüyorum en gördüm, niet göriyorum. Tegenwoordige, verleden en toekomende tijd van görmek, zien.
Lezen en oefenenBakmak betekent kijken naar, en waar je naar kijkt staat in de datief op -e/-a. Tegenwoordige, verleden en toekomende tijd, met uitleg bij baktım en bakacağız.
Lezen en oefenenVervoeg istemek in de tegenwoordige, ontkennende en verleden tijd, zeg wat je wilt en zet een tweede werkwoord ervoor, zoals in gitmek istiyorum.
Lezen en oefenenZeg van wie of wat je houdt: sevmek vraagt een voorwerp met -i (seni, kediyi). Tegenwoordige, verleden en toekomende tijd en ontkenning, zoals seveceğim.
Lezen en oefenenBilmek hoort bij feiten, antwoorden en vaardigheden. Voor iemand die je ontmoet hebt zegt het Turks tanımak. Alle vormen van bilmek in heden, verleden en ontkenning.
Lezen en oefenenMet een vriend praten, Turks spreken, zwijgen in de vergadering: konuşmak markeert de gesprekspartner met ile, -le of -la. Tegenwoordige, verleden, toekomende tijd en ontkenning.
Lezen en oefenenKitap okuyorum, okudum, okuyacağım: waarom de klinkerstam oku- een y voor -acak krijgt en hoe okumak ook ‘studeren’ of ‘naar school gaan’ kan betekenen.
Lezen en oefenenYazmak is regelmatig, maar de z is stemhebbend: yazıyorum, yazdım, yazacağım. Leer de klinker voor -yor, de d van de verleden tijd en wat en waar je schrijft.
Lezen en oefenenGaan zitten of ergens wonen? Oturuyorum kan allebei. Leer oturmak in drie tijden en wanneer de plaats -de/-da of -e/-a krijgt.
Lezen en oefenenÇalışmak dekt werk, huiswerk en een machine die draait: werkplek op -da, ders çalışmak voor studeren, en çalıştım in plaats van çalışdım.
Lezen en oefenenDe stam uyu- eindigt op een klinker en bepaalt zo alle uitgangen: uyuyorum, uyudum, uyuyacağım, uyumuyorum. Plus het verschil tussen uyumak en yatmak.
Lezen en oefenenWaarom anlıyorum en niet anlayorum? De slot-a van anla- valt weg voor -ıyor. Tegenwoordige, verleden en toekomende tijd en ontkenning van anlamak.
Lezen en oefenenWie hoort het, en wat wordt er gezegd? Met söylemek zeg je iemand iets: de luisteraar krijgt -e, het gezegde -i. Vormen: söylüyorum, söyledim, söyleyeceğim.
Lezen en oefenenSleutel kwijt of film goed gevonden? Bulmak dekt beide: waarom de ronde u buluyorum en buldum geeft en waarom zoeken aramak heet.
Lezen en oefenenÖğreniyorum, niet öğrenüyorum: alleen de laatste klinker van de stam kiest het achtervoegsel. Tegenwoordige, verleden en toekomende tijd, ontkenning en öğretmek.
Lezen en oefenenLeren of onderwijzen? Öğretmek geeft kennis door, öğrenmek ontvangt die. Bekijk de vormen, de leerling in -e/-a en de dubbele t in öğrettim.
Lezen en oefenenEen les, een baan, een gewoonte: wat je begint staat in de datief, en een werkwoord voor başlamak krijgt -meye/-maya. Vormen: başlıyorum, başladım, başlayacağım.
Lezen en oefenenÖdevi bitirdim of ödev bitti? Bitirmek betekent iets afmaken en vraagt een lijdend voorwerp in de accusatief. De vormen in drie tijden en het verschil met bitmek.
Lezen en oefenenBlijven in een hotel, bij vrienden of thuis: kalmak in de tegenwoordige, verleden en toekomende tijd, met een stam op achterklinker: kalıyorum, kaldım, kalacağım.
Lezen en oefenenEén letter scheidt kalkmak van kalmak: opstaan, gaan staan, vertrekken. Met kalktım op -tı, kalkacağım met ğ en de ablatief yataktan.
Lezen en oefenenDe ü aan het eind van yürü- vraagt om een y voor -ecek en rondt alle uitgangen van de verleden tijd af: yürüyorum, yürüdüm, yürüyeceğim.
Lezen en oefenenKoşuyorum, koştum, koşacağım: de stam koş- blijft gelijk, het verleden krijgt na ş de uitgang -tu, en rennen op een plek (-da) is iets anders dan ernaartoe (-a).
Lezen en oefenenDur! is pas het begin: durmak geeft duruyorum, durdum en duracağım en krijgt geen lijdend voorwerp (daarvoor is durdurmak).
Lezen en oefenenWachten op de bus of op een vriend: beklemek heeft geen los woord voor „op”, het object krijgt -i, en de e valt weg in bekliyorum maar keert terug in bekledim.
Lezen en oefenenSleutels zoeken of je moeder bellen: aramak kan allebei. Met arıyorum, aradım, arayacağım en de accusatief van de persoon die je belt.
Lezen en oefenenOmdat aç- op een stemloze ç eindigt, is het açtım en niet açdım. De vormen van açmak, de betekenis „aanzetten” en waarom een open deur açık heet.
Lezen en oefenenEen deur sluiten, het licht uitdoen, ophangen: kapatmak vraagt een voorwerp met -ı, en wat vanzelf dichtgaat heet kapanmak.
Lezen en oefenenDinliyorum, niet dinleyorum: de slot-e van dinle- wordt in de tegenwoordige tijd een i. Ook het verschil tussen dinlemek (luisteren) en duymak (horen).
Lezen en oefenenSeni düşünüyorum, niet sana: wie of wat je in gedachten hebt, staat in de accusatief. Plus düşünüyorum, düşündüm, düşüneceğim en düşünmüyorum met hun ü.
Lezen en oefenenWie vraag je, en waarnaar? Bij sormak krijgt de persoon -e/-a en de gevraagde zaak -i: Ali'ye sordum, Ali'yi sordum. Vormen: soruyorum, sordum, soracağım.
Lezen en oefenenWaar je woont en of iemand nog leeft: yaşamak zegt beide. Zie yaşıyorum, yaşadım, yaşayacağım en yaşamıyorum, met de stad op -da.
Lezen en oefenenOdaya, niet odayı: bij girmek staat de plaats waar je binnengaat in de datief, en de stam gir- verandert niet in giriyorum, girdi en gireceğim.
Lezen en oefenenEvden çıkıyorum, dağa çıktık: één werkwoord, twee richtingen. Met -den noem je de plaats die je verlaat, met -e/-a de plaats waarop je klimt; de stam çık- blijft gelijk.
Lezen en oefenenOtobüse, niet otobüsü: bij binmek staat het voertuig in de datief op -e/-a. De vormen biniyorum, bindim, bineceğim en het verschil met inmek.
Lezen en oefenenDe trap af, de bus uit, de landingsbaan op: inmek dekt ze alle drie. Zie iniyorum, indim en ineceğim, en waarom het voertuig dat je verlaat -den krijgt.
Lezen en oefenenEve dönüyorum, sağa dön: de ö rondt de uitgangen af (dönüyor, döndü, dönmüyor), en de plaats waar je terugkeert krijgt -e/-a.
Lezen en oefenenBana gülme betekent „lach me niet uit”: wie je uitlacht, krijgt -e/-a. Daarnaast gülüyorum, güldüm, güleceğim en de ontkenning gülmüyorum.
Lezen en oefenenAğlıyorum, ağladım, ağlayacağım: de stam ağla- houdt zijn zachte ğ en verliest de laatste a voor -yor. Zeg wie er huilt, wanneer en waarom.
Lezen en oefenenJas, jurk of schoenen: giymek is het werkwoord voor kleding. Zie giyiyorum, giydim en giyeceğim, en waarom bril en horloge takmak nodig hebben.
Lezen en oefenenSattım, niet satdım: de stemloze t van sat- bepaalt de uitgang van het verleden. Leer de vormen van satmak, wie krijgt wat je verkoopt en het verschil met satın almak.
Lezen en oefenenEen rekening betalen in het Turks: vervoeg ödemek in drie tijden en zie waarom de stam ödüyor- wordt in het heden en ödeyeceğim in de toekomst.
Lezen en oefenenDe persoon die je ontmoet staat niet in de accusatief: buluşmak vraagt ile/-le, zoals in seninle buluşuyorum. Met de vormen buluştum, buluşacağız, buluşmuyorum.
Lezen en oefenenAyşe'yle tanıştım, niet Ayşe'yi: tanışmak heeft geen lijdend voorwerp. Leer tanıştım, tanışıyorum, tanışacağım en het achtervoegsel -le/-la voor de ontmoete persoon.
Lezen en oefenenSınavdan geçtim, yoldan geçiyor: geçmek vraagt de ablatief voor de plaats die je passeert. Met geçiyorum, geçtim, geçeceğim en het verschil met tijd doorbrengen.
Lezen en oefenenMüzeyi gezdim, niet müzeye: wat je bezoekt krijgt de accusatief, waar je rondwandelt de locatief. Vormen: geziyorum, gezdim, gezeceğim.
Lezen en oefenenEllerimi yıkıyorum of duvarı yıkıyorlar? De tegenwoordige tijd van yıkamak (wassen) lijkt op die van yıkmak (slopen); het verleden, yıkadım tegenover yıktım, scheidt ze.
Lezen en oefenenIets koken of laten garen door het eten zelf? Met pişirmek ben jij de kok, met pişmek doet het eten het. Vervoeg pişirmek en vermijd de veelgemaakte verwarring.
Lezen en oefenenUçuyorum, uçtum, uçacağım: waarom uçmak (vliegen) na u -uyor krijgt, in het verleden een t neemt en in de toekomst zijn k tot ğ verzacht.
Lezen en oefenenDenizde yüzüyorum of denize yüzüyorum? „In de zee“ krijgt -de, „naar de oever“ krijgt -e. Plus yüzüyorum, yüzdüm, yüzeceğim en de ontkenning yüzmüyorum.
Lezen en oefenenEen gezicht, een wachtwoord, een gezamenlijke reis: vervoeg hatırlamak en maak onderscheid tussen je iets herinneren en iemand ergens aan herinneren.
Lezen en oefenenEen paraplu in de bus en een telefoontje dat uitbleef: beide passen bij unutmak. Oefen unuttum, unutacağım en de combinatie aramayı unutmak.
Lezen en oefenenEen plan uitleggen, een sprookje vertellen: oefen de vormen van anlatmak, kies de naamval van de luisteraar en houd uitleggen en begrijpen uit elkaar.
Lezen en oefenenEen tekening, route of knop: met göstermek laat je iemand iets zien. Kies bana in plaats van beni en maak een beleefd verzoek met gösterir misiniz.
Lezen en oefenenEen bestand gaat naar een ontvanger: göndermek verbindt beide. Oefen gönderiyorum, göndereceğiz en beleefde verzoeken, en houd versturen en zelf brengen uit elkaar.
Lezen en oefenenEen kom soep voor ons, een doos voor morgen: met getirmek breng je iets naar iemand of een ontmoetingsplek. Oefen vormen, verzoeken en het verschil met götürmek.
Lezen en oefenenEen tas naar de auto, een kat naar de dierenarts: götürmek verbindt een voorwerp met een bestemming. Oefen de vormen en het verschil tussen hierheen en daarheen.
Lezen en oefenenEen mand in je handen, een tafel in een andere kamer: oefen taşımak voor dragen en verplaatsen, en onderscheid het van taşınmak voor verhuizen.
Lezen en oefenenEen ladder vasthouden of je woord houden: tutmak past bij allebei. Oefen tutuyorum, tuttum, tutarım en tutacağım en leer hoe je zegt dat je aantekeningen maakt.
Lezen en oefenenEen paraplu bij de deur, een touw in je hand: bırakmak gaat over achterlaten en loslaten. Oefen de vormen en vertel welke activiteit is gestopt.
Lezen en oefenenBal, oud kaartje of chatbericht: het voorwerp bepaalt de betekenis van atmak. Oefen attım, atacağım en het verzoek atar mısın met behoud van de t.
Lezen en oefenenTouw, camera en bankrekening komen samen in çekmek. Oefen de werkwoordsvormen, herken het verschil met duwen en leer de combinaties voor foto’s en geld.
Lezen en oefenenEen deur die vastzit? Gebruik itmek om te duwen: itiyorum, ittim en iter misiniz. Oefen de vormen met behoud van t en benoem wat je duwt.
Lezen en oefenenEen boek op de plank, zout in de soep: koymak betekent neerzetten, neerleggen of toevoegen. Oefen de werkwoordsvormen en de datief voor de bestemming.
Lezen en oefenenTablet, potlood, auto: één Turks werkwoord gaat over gebruiken én besturen. Oefen de vormen, bepaalde objecten en het verschil tussen bestuurder en passagier.
Lezen en oefenenEen jas, een recept, een mogelijke oplossing: met denemek probeer je ze uit. Oefen de vormen en leer hoe een handeling het voorwerp van je poging wordt.
Lezen en oefenenWedstrijdwinst, inkomen en ervaring komen samen in kazanmak. Oefen de belangrijkste werkwoordsvormen en het verschil tussen winnen en een tegenstander verslaan.
Lezen en oefenenEen verdwenen handschoen, verspilde tijd, een verloren spel: oefen de vormen van kaybetmek en ontdek het verschil tussen iets kwijtraken en verdwalen.
Lezen en oefenenWaar blijft je geld? Met harcamak zeg je wat je uitgeeft en waaraan. Oefen de vormen en maak onderscheid tussen tijd aan een taak besteden en tijd doorbrengen.
Lezen en oefenenMuntje voor muntje: met biriktirmek spaar je geld of bouw je een verzameling op. Oefen de werkwoordsvormen en het verschil met birikmek.
Lezen en oefenenEen open raam, een lawaaiige stad: kaçmak gaat over ontsnappen en ontlopen. Oefen de vervoeging en het verschil met het missen van een bus.
Lezen en oefenenEen vliegende bal, de laatste bus, een nieuwe kans: oefen het Turkse werkwoord voor vangen en ontdek waarom de bus daarbij een andere naamvalsuitgang krijgt.
Lezen en oefenenEen portemonnee op de grond en een koudere nacht passen bij hetzelfde Turkse werkwoord. Oefen de vormen, vanwaar en waarheen iets valt, en vallen tegenover laten vallen.
Lezen en oefenenGekraakte walnoten en gekwetste gevoelens passen allebei bij kırmak. Oefen kırıyorum, kıracağım en kırarım en zie het verschil tussen iets breken en zelf breken.
Lezen en oefenenKarton, brood en een gesprek: kesmek betekent knippen, snijden of onderbreken. Oefen kestim, keseceğiz en keser en beschrijf ook een stroomuitval.
Lezen en oefenenSaus over pasta of water op de vloer: dökmek beschrijft zowel gericht gieten als per ongeluk morsen. Oefen döküyorum, döktüm en dökeceğim, ook met bloem.
Lezen en oefenenEen kan water en een leeg formulier vragen allebei om doldurmak. Oefen de vormen, benoem wat je vult en onderscheid iets vullen van vol raken.
Lezen en oefenenEen volle la of een bezette plank: boşaltmak haalt de inhoud weg. Oefen de vormen, de naamval van het voorwerp en het verschil met boşalmak.
Lezen en oefenenVerspreide bladeren en een rommelige kamer vragen om hetzelfde Turkse werkwoord. Oefen verzamelen, fruit plukken en opruimen met vormen in vier tijden.
Lezen en oefenenEen stapel speelkaarten of een rommelige kamer: dağıtmak past bij allebei. Oefen de vormen en houd uitgedeelde spullen en hun ontvangers uit elkaar.
Lezen en oefenenVan knopen tellen tot een fout beoordelen: oefen saymak, houd sayarım en sayıyorum uit elkaar en tel met yirmiye kadar tot een bepaald getal.
Lezen en oefenenSoep roeren of zout met suiker verwarren: karıştırmak kan allebei betekenen. Oefen de vormen, het lijdend voorwerp en het verschil met karışmak.
Lezen en oefenenEen vlekkeloze spiegel en een opgeruimde kamer zijn verschillende resultaten. Oefen de vormen van temizlemek en maak onderscheid tussen schoonmaken en opruimen.
Lezen en oefenenEen stoffige spiegel en een overbodig bestand vragen in het Turks om hetzelfde werkwoord. Oefen de vormen en onderscheid het voorwerp van de plek waar je iets weghaalt.
Lezen en oefenenKruimels op de vloer, stof op het tapijt: süpürmek betekent vegen of stofzuigen. Oefen de vormen, benoem het oppervlak en maak onderscheid met afnemen.
Lezen en oefenenNaald en jong boompje wijzen naar dikmek. Oefen dikiyorum, diktim, dikeceğim en dikerim en ontdek waarom je voor zaden een ander werkwoord kiest.
Lezen en oefenenPotlood of sleutel: çizmek kan tekenen én krassen betekenen. Oefen çizer en çizeceğiz, beschrijf een plattegrond en onderstreep woorden met altını çizmek.
Lezen en oefenenEen blauwe plank, een witte muur: boyamak verbindt een voorwerp met zijn nieuwe kleur. Oefen boyuyorum en boyayacağız en onderscheid inkleuren van een tekening maken.
Lezen en oefenenViool, gestolen fiets en rinkelende telefoon: één Turks werkwoord verbindt ze. Oefen de vormen en leid de betekenis af uit de hele zin.
Lezen en oefenenBackgammon met opa of een rol op het toneel: oefen oynamak met oynuyorum en oynayacağım en kies çalmak als je een muziekinstrument bespeelt.
Lezen en oefenenVerjaardagsfeest of felicitatiebericht: één Turks werkwoord past bij beide. Oefen de tijdsvormen en leer waarom de persoon een lijdend voorwerp is.
Lezen en oefenenEen roep naar de keuken of een uitnodiging voor het ontbijt: çağırmak laat iemand komen. Oefen de vormen en het verschil met telefoneren.
Lezen en oefenenEen vertrouwde stem is soms genoeg: met tanımak zeg je wie je kent of herkent. Oefen de vormen en onderscheid iemand kennen van diens naam weten.
Lezen en oefenenEen welkome uitnodiging roept sevinmek op: oefen blij zijn met nieuws, je verheugen voor iemand anders en de juiste werkwoordsvormen en naamvalsuitgangen kiezen.
Lezen en oefenenDonderslagen, een stofzuiger of fouten maken: korkmak noemt de oorzaak van angst in de ablatief. Oefen de vormen en onderscheid bang zijn van iemand bang maken.
Lezen en oefenenOp wie ben je boos? Bij kızmak krijgt die persoon de datief: sana. Oefen kızıyorum, kızdım, kızacağım en kızarım, plus het verzoek lütfen kızma.
Lezen en oefenenEen onverwachte prijs wekt verbazing. Oefen Turkse werkwoordsvormen en de datief, en onderscheid zelf verbaasd zijn van iemand anders verrassen.
Lezen en oefenenEen teleurstellend resultaat vraagt om üzülmek: benoem de oorzaak van verdriet, toon medeleven en onderscheid zelf verdriet hebben van iemand verdriet doen.
Lezen en oefenenEen lege stoel aan tafel roept herinneringen op. Verwoord gemis in het Turks, oefen de werkwoordsvormen en onderscheid iemand missen van een bus missen.
Lezen en oefenenEen overtuigende bewering kan onwaar zijn. Oefen inanmak met de datief en de belangrijkste tijdsvormen, en onderscheid iemand geloven van iemand vertrouwen.
Lezen en oefenenVertrouwen krijgt in het Turks de datief: sana güveniyorum. Oefen de vormen van güvenmek, verwoord zelfvertrouwen en onderscheid vertrouwen van geloven.
Lezen en oefenenRaamplaats of blauwe pen? Oefen seçmek in vier tijden, benoem wat je kiest en uit welke groep, en behoud de ç in de stam van het werkwoord.
Lezen en oefenenEen nieuw wachtwoord, een aangepast plan, een groter overhemd: oefen Turkse vormen voor veranderen en vervangen en herken wie iets verandert en wat er verandert.
Lezen en oefenenEen ander tijdstip, een andere kleur: bij değişmek is wat verandert het onderwerp. Oefen de vormen en het verschil met zelf iets veranderen.
Lezen en oefenenKoffie voor een vergadering, tassen voor een uitstapje: oefen hazırlamak en het verschil tussen iets klaarmaken en jezelf klaarmaken.
Lezen en oefenenWakker vóór de wekker? Oefen de vormen van uyanmak, vergelijk uyanırım met uyanıyorum en maak onderscheid tussen wakker worden en iemand wakker maken.
Lezen en oefenenBedtijd is niet altijd het moment waarop je in slaap valt. Oefen het Turkse werkwoord voor naar bed gaan en liggen, met vormen voor gewoontes en plannen.
Lezen en oefenenEen rustig halfuur op het balkon: beschrijf rust met dinlenmek, oefen de tijden en behoud de n die uitrusten onderscheidt van luisteren.
Lezen en oefenenNieuw werk wordt langzaam vertrouwd: gebruik alışmak met een zelfstandig naamwoord of activiteit en onderscheid het wennen van het bereikte resultaat.
Lezen en oefenenEen bestemming, iemand aan de telefoon of informatie op internet: oefen ulaşmak met de datief en leer het verschil tussen niet bereiken en niet kunnen bereiken.
Lezen en oefenenHet eindpunt van de reis vraagt om varmak: oefen aankomsttijden, de datief en varır, en gebruik hetzelfde werkwoord om tot een conclusie te komen.
Lezen en oefenenEen woordenboek als hulpmiddel: combineer yararlanmak met de ablatief, oefen de werkwoordsvormen en vraag beleefd of je een ruimte mag gebruiken.
Lezen en oefenenEen geschrapt plan, een nieuwe poging: gebruik vazgeçmek met de ablatief, oefen bevestigende en ontkennende vormen en onderscheid opgeven van even pauzeren.
Lezen en oefenenSolliciteren en een woordenboek raadplegen komen samen in başvurmak. Oefen de vormen, de datief en het verschil tussen het doel en de ontvanger van een verzoek.
Lezen en oefenenLid worden van een koor en instemmen met een mening delen één Turks werkwoord. Oefen de datief, de toekomende tijd en niet hebben kunnen deelnemen.
Lezen en oefenenEen gesprek gaande houden vraagt inzet: oefen sürdürmek met onderzoek, gesprekken en tradities en onderscheid iets voortzetten van iets dat voortduurt.
Lezen en oefenenEen vrachtwagen verspert de ingang, lawaai verhindert het werken: oefen engellemek met voorwerpen en handelingen en vergelijk het met engel olmak.
Lezen en oefenenEen deksel tegen morsen en een rooster zonder overlap: oefen önlemek, de vormen önlüyor en önlemiyor en gebeurtenissen als lijdend voorwerp.
Lezen en oefenenSteun voor een project en onderbouwing van een bewering komen samen in desteklemek. Oefen de vormen, het lijdend voorwerp en het verschil met destek olmak.
Lezen en oefenenIemand verdedigen kan samengaan met tegenspraak. Oefen de vormen van savunmak, het lijdend voorwerp en het weergeven van een standpunt.
Lezen en oefenenEen te scherpe kop, een te duur voorstel: oefen kritiek op een concreet doel in het Turks, geef je reden en onderscheid kritiek van boosheid.
Lezen en oefenenEen voorstel bespreken of fel van mening verschillen? Gebruik tartışmak voor beide, houd onderwerp en gesprekspartner uit elkaar en oefen de werkwoordsvormen.
Lezen en oefenenEen berekening als bewijs: oefen kanıtlamak, de veranderende stam en het verschil tussen iets niet bewijzen en het niet kunnen bewijzen.
Lezen en oefenenEen schema verduidelijkt een methode, een vereniging kondigt een programma aan. Oefen açıklamak, de werkwoordsvormen, de ontvanger en de inhoudszin.
Lezen en oefenenEen voorbehoud tijdens overleg, een bedrag in een rapport: oefen belirtmek, de werkwoordsvormen en bijzinnen waarmee je doorgeeft wat iemand heeft gezegd.
Lezen en oefenenEen nieuw clubprogramma bekendmaken vraagt om duyurmak: oefen de vervoegingen, wijs de ontvangers aan en gebruik duyuruldu voor een aankondiging zonder afzender.
Lezen en oefenenTeams, vergaderingen en schaarse tijd: gebruik yönetmek voor verantwoordelijkheid en leer het verschil tussen iets leiden en erin slagen iets te doen.
Lezen en oefenenEen wegwijzer naar de parkeerplaats en een gesprek dat bij het onderwerp blijft: oefen het Turkse werkwoord voor sturen, met vormen en naamvallen.
Lezen en oefenenEen betere methode of sterker schrijfwerk: oefen geliştirmek met zijn vervoegingen, benoem wat je ontwikkelt en leer het verschil met gelişmek.
Lezen en oefenenVooruitgang in een vaardigheid, ontwikkeling van een plaats, het verloop van gebeurtenissen: oefen gelişmek en het verschil met geliştirmek.
Lezen en oefenenMeer repetities, ruimere openingstijden: gebruik artırmak voor een verhoging, onderscheid het van artmak en houd de toename en het nieuwe totaal uit elkaar.
Lezen en oefenenTien minuten minder of nog maar tien minuten? Beschrijf een vermindering in het Turks en onderscheid wat eraf gaat van wat er uiteindelijk overblijft.
Lezen en oefenenBestellingen nemen toe, nieuwsgierigheid groeit, broodjes blijven over: artmak past bij alle drie. Oefen de vormen en onderscheid groei van iets laten groeien.
Lezen en oefenenSlinkende voorraden en minder lawaai: oefen de vormen van azalmak, beschrijf een afname en onderscheid de grootte van de daling van de eindwaarde.
Lezen en oefenenEen stijgende ballon en een hoger waterpeil passen bij yükselmek. Oefen de vormen, beschrijf begin- en eindwaarden en onderscheid stijgen van iets verhogen.
Lezen en oefenenEen plan wordt uitgevoerd met uygulamak: oefen de werkwoordsvormen, pas een methode op een probleem toe en onderscheid toepassen van een aanvraag indienen.
Lezen en oefenenTent, bedrijf, verbinding: het object bepaalt de betekenis van kurmak. Oefen kurarım en kuracağım en onderscheid iets oprichten van opgericht worden.
Lezen en oefenenEen touw, een hersteld bestand, een beslissende correctie: oefen kurtarmak met het geredde object en het gevaar, en onderscheid redden van ontkomen.
Lezen en oefenenEen telefoonhoesje en bewaarde kalmte laten twee betekenissen van korumak zien. Oefen de vormen en onderscheid wat je beschermt van de schadelijke invloed.
Lezen en oefenenEen doos brieven en een verstopt cadeau passen allebei bij saklamak. Oefen de vormen, zeg voor wie je iets verbergt en onderscheid bewaren van jezelf verstoppen.
Lezen en oefenenEen verborgen handtekening, een verzwegen detail: oefen gizlemek in vier tijden en onderscheid wat verborgen wordt van degene die niets mag weten.
Lezen en oefenenEen buurman om de hoek, een probleem op het werk: beschrijf ontmoetingen in het Turks en onderscheid iemand tegenkomen van iemand verwelkomen.
Lezen en oefenenGasten aan de deur, gedekte kosten, vervulde verwachtingen: karşılamak verbindt deze situaties. Oefen de vormen en het verschil met karşılaşmak.
Lezen en oefenenTwee conceptteksten naast elkaar: vergelijk ze met karşılaştırmak, benoem een criterium en oefen actieve en passieve vormen zonder gelijkenis te veronderstellen.
Lezen en oefenenEen wolk in de vorm van een konijn of een vertrouwde stem: beschrijf gelijkenis in het Turks, kies de datief en onderscheid lijken op van vergelijken.
Lezen en oefenenEen slinkende afstand, een naderende afspraak en een wantrouwige reactie: oefen Turkse werkwoordsvormen en onderscheid dichterbij komen van een doel bereiken.
Lezen en oefenenEen wegvarende veerboot maakt uzaklaşmak concreet: oefen de werkwoordsvormen, beschrijf toenemende afstand en herken afdwalen van een gespreksonderwerp.
Lezen en oefenenEen vertrek uit het team, een relatiebreuk of een splitsing in de weg: oefen Turkse werkwoordsvormen en onderscheid weggaan van dingen uit elkaar halen.
Lezen en oefenenBonte was, leestijd en een reparatiebudget vragen in het Turks om hetzelfde werkwoord. Oefen de vormen en naamvallen voor scheiden, verdelen en reserveren.
Lezen en oefenenSamenlopende paden en teams met één doel krijgen hetzelfde werkwoord. Oefen Turkse vormen, benoem de andere partij en druk een gedeelde mening uit.
Lezen en oefenenTwee bestanden samenvoegen: oefen birleştirmek met materialen en ideeën en onderscheid iets samenbrengen van dingen die samenkomen.
Lezen en oefenenGedeelde kosten en gedeelde meningen passen bij hetzelfde Turkse werkwoord. Oefen paylaşmak en onderscheid informatie doorgeven van het eens zijn met iemand.
Lezen en oefenenKeramiek als interesse, zaailingen als verantwoordelijkheid: ilgilenmek omvat beide. Oefen de vormen, de aanvulling met ile en het onderwerp dat je interesseert.
Lezen en oefenenEen muur, ondraaglijk lawaai, gegevens: één Turks werkwoord verbindt drie betekenissen. Oefen de vormen en maak onderscheid tussen ontkenning en onvermogen.
Lezen en oefenenEen strakke knoop en een lastig probleem vragen allebei om çözmek. Oefen çözerim en çözeceğim en onderscheid een probleem oplossen van er een oplossing voor vinden.
Lezen en oefenenEen ontmoeting vindt plaats, een droom komt uit: gerçekleşmek drukt beide uit. Oefen de vormen en ontdek waarom de gebeurtenis zelf het onderwerp is.
Lezen en oefenenVan een plan op papier naar een uitgevoerd project: gerçekleştirmek benoemt wat je waarmaakt. Oefen de vormen en het verschil met gerçekleşmek.
Lezen en oefenenEen barst verschijnt, een idee krijgt vorm, een team bestaat uit vier mensen: oefen oluşmak, de werkwoordsvormen en het verschil met iets creëren.
Lezen en oefenenEen studiegroep, een warme sfeer of een obstakel: oefen het Turkse werkwoord voor iets tot stand brengen en onderscheid het van vanzelf ontstaan.
Lezen en oefenenWerkruimte voor jongeren en een deksel tegen morsen laten twee kanten van sağlamak zien: oefen de vormen en onderscheid een voorziening van een verzekerd resultaat.
Lezen en oefenenGeduld, extra werk of vroeg opstaan: gerektirmek benoemt wat een taak vergt. Oefen de vormen en onderscheid iets vereisen van nodig zijn.
Lezen en oefenenWiens handeling is nodig? Gebruik gerekmek voor een noodzaak nu, vroeger of straks en onderscheid iets niet hoeven doen van iets juist niet mogen doen.
Lezen en oefenenBeslisdruk en een krap budget passen allebei bij zorlamak. Oefen de vormen, het lijdend voorwerp en de datief van de handeling waartoe iemand wordt gedwongen.
Lezen en oefenenEen steile helling kost moeite: oefen de vormen van zorlanmak en maak onderscheid tussen iets moeilijk vinden en ertoe gedwongen worden.
Lezen en oefenenEen pan soep is genoeg voor iedereen, maar een plank biedt soms te weinig ruimte. Met yetmek beoordeel je hoeveelheden en zeg je voor wie of waarvoor iets volstaat.
Lezen en oefenenEen eindelijk volbrachte taak: oefen başarmak, benoem wat iemand voor elkaar krijgt en onderscheid een geslaagde handeling van alleen beginnen.
Lezen en oefenenVan archiefbestanden tot tentoonstellingen: düzenlemek brengt structuur aan. Oefen de vormen en de lijdende vorm, en onderscheid ordenen van fouten verbeteren.
Lezen en oefenenEen tikfout of scheef schilderij vraagt om düzeltmek. Oefen de vormen en maak onderscheid tussen iets corrigeren en een toestand die verbetert.
Lezen en oefenenAndermans moed of geduld kan afgunst oproepen. Oefen kıskanmak, de accusatief bij het lijdend voorwerp en het verschil tussen afgunst en jaloezie in de context.
Lezen en oefenenEen luide stem kan opwinding of boosheid uitdrukken. Oefen bağırmak met een datief, de vormen bağırırım en bağıracağım en de betekenis “zonder te schreeuwen”.
Lezen en oefenenEen hardnekkige knoop of keramiek als hobby: met uğraşmak beschrijf je bezigheden en inspanning. Oefen de vormen en herken wanneer het „lastigvallen” betekent.
Lezen en oefenen