Je voegt het achtervoegsel van de verleden tijd toe aan een werkwoordstam en kiest de juiste van acht vormen om te zeggen wat er gebeurd is.

Het idee

Het achtervoegsel -di zegt dat iets gebeurd is: geldi, aldı, gördü, yaptı. De klinker heeft vier vormen en volgt de laatste klinker van de stam (e i geeft i, a ı geeft ı, o u geeft u, ö ü geeft ü). De eerste medeklinker is d na een stemhebbende klank en t na een stemloze, namelijk na ç f h k p s ş t: yaptı, geçti. Dat geeft acht vormen. Het achtervoegsel komt aan de kale stam, het werkwoord zonder -mek/-mak.

Patronen vergelijken
Laatste klinkerNa stemhebbende klankVoorbeeldNa stemloze klankVoorbeeld
a-dıaldı-tıyaptı
ı-dıkırdı-tıçıktı
o-duoldu-tukoştu
u-dudurdu-tuuçtu
e-digeldi-tikesti
i-dibildi-tigitti
ö-dügördü-tüöptü
ü-dügüldü-tüdüştü

Voorbeelden

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Na een stemloze klank schrijf je geen d: yapdı en geçdi zijn fout, het is yaptı en geçti. Het achtervoegsel komt ook aan de kale stam, dus git- blijft git-: gitti, niet gidti, ook al heeft de tegenwoordige tijd gidiyorum met een d.

Probeer het zelf

  1. Voeg aan gör (zien) het achtervoegsel van de verleden tijd toe: hij/zij zag.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    gördü

    gördü: de laatste klinker van gör is ö, dus het achtervoegsel krijgt ü, en r is stemhebbend, dus het begint met d: -dü.

  2. Voeg aan yap (maken) het achtervoegsel van de verleden tijd toe: hij/zij maakte.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    yaptı

    yaptı: p is stemloos, dus het achtervoegsel begint met t, en de klinker a geeft ı: -tı.

  3. Voeg aan git (gaan) het achtervoegsel van de verleden tijd toe: hij/zij ging.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    gitti

    gitti: git eindigt op de stemloze t, dus het achtervoegsel is -ti; beide t's blijven staan en de stam wordt niet zacht zoals in gidiyor.

  4. Voeg aan oku (lezen) het achtervoegsel van de verleden tijd toe: hij/zij las.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    okudu

    okudu: oku eindigt op een klinker, die als stemhebbend telt, dus d; de laatste klinker u geeft -du, zonder tussenklank.

Gebruik het vandaag

Schrijf drie zinnen over wat je gisteren hebt gedaan, elk met een andere werkwoordstam. Onderstreep elk achtervoegsel van de verleden tijd en controleer de klinker en de eerste medeklinker.