Je vervoegt çalışmak in drie tijden en zegt waar je werkt en waarvoor je leert.
Het idee
Çalışmak betekent werken, leren en, bij een machine, draaien. De stam çalış verandert nooit: çalışıyorum, çalıştım, çalışacağım. De werkplek staat in de locatief (bankada, fabrikada), waarvoor je je voorbereidt in de datief (sınava çalışıyorum), en ders çalışmak betekent leren of huiswerk maken.
| Persoon | Tegenwoordig | Verleden | Toekomst |
|---|---|---|---|
| ben | çalışıyorum | çalıştım | çalışacağım |
| sen | çalışıyorsun | çalıştın | çalışacaksın |
| o | çalışıyor | çalıştı | çalışacak |
| biz | çalışıyoruz | çalıştık | çalışacağız |
| siz | çalışıyorsunuz | çalıştınız | çalışacaksınız |
| onlar | çalışıyorlar | çalıştılar | çalışacaklar |
Voorbeelden
- Annem bankada çalışıyor.Mijn moeder werkt bij een bank.Banka eindigt op een klinker, dus de locatief is -da: bankada. De werkplek staat in de locatief, niet in de datief.
- Dün akşam geç çalıştık.Gisteravond hebben we laat gewerkt.Çalış eindigt op de stemloze ş, dus het achtervoegsel van de verleden tijd begint met t: çalıştık, nooit çalışdık. Het voornaamwoord biz is niet nodig.
- Yarın sınava çalışacağım.Morgen leer ik voor het examen.Waarvoor je leert, staat in de datief: sınava. Voor het achtervoegsel -ım wordt de k van -acak een ğ: çalışacağım.
- Asansör bugün çalışmıyor.De lift werkt vandaag niet.Çalışmak zegt ook dat een machine werkt. De ontkenning -mı- staat voor -yor: çalışmıyor, met ı na de achterklinker.
- Çocuklar odada ders çalışıyor.De kinderen leren op de kamer.Ders çalışmak betekent leren of schoolwerk doen, en ders krijgt geen achtervoegsel. Bij een meervoudig onderwerp blijft het werkwoord meestal enkelvoud: çocuklar çalışıyor.
- Babamla ders çalışıyorum.Ik leer met mijn vader.Het achtervoegsel -la betekent „met”. Na babam is de laatste klinker a, dus babamla, aan elkaar geschreven.
- çalışıyorumik werkçalışıyor-iyor / -ıyor / -uyor / -üyor: nu bezigum-im / -sin / -iz / -siniz: ik ben, je bent, wij zijn
- çalıştılarzij hebben gewerktçalıştı-di, -dı, -du, -dü, -ti: de verleden tijd (geldi, yaptı)larPersoonsuitgangen van de verleden tijd: -m, -n, -k, -niz, -ler
Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Turkse stem op je apparaat beschikbaar. Je kunt de tekst nog steeds lezen.
Let op
De stam eindigt op de stemloze ş, dus de verleden tijd begint met t: çalıştım, nooit çalışdım. En çalışmak alleen past niet bij een studie: çalışıyorum klinkt als een baan, zeg üniversitede okuyorum voor studeren aan de universiteit.
Probeer het zelf
Zet çalışmak in de tegenwoordige tijd (-iyor) voor jij: je werkt nu.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
çalışıyorsun
çalışıyorsun: de stam çalış eindigt op een medeklinker, dus -ıyor komt er direct achter, met ı na de achterklinker; het persoonsachtervoegsel voor jij is -sun.
Zet çalışmak in de verleden tijd voor zij (meervoud): gisteren werkten zij.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
çalıştılar
çalıştılar: na de stemloze ş begint het achtervoegsel met t, en na de achterklinker ı wordt dat -tı; het meervoud is -lar.
Zet çalışmak in de toekomende tijd voor ik: morgen zal ik werken.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
çalışacağım
çalışacağım: na de achterklinker ı staat -acak, en voor het achtervoegsel -ım wordt de k een ğ.
Voeg het achtervoegsel toe: mijn vader werkt in een fabriek.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
fabrikada
fabrikada: de werkplek staat in de locatief; fabrika eindigt op een stemhebbende klank (een klinker) en de laatste klinker a geeft -da.
Oefenronde
Beantwoord vragen en zet waar mogelijk Turkse zinnen en woorden weer in elkaar. We bewaren je score.
Zet çalışmak in de tegenwoordige tijd (-iyor) voor jij: je werkt nu.
Zet çalışmak in de verleden tijd voor zij (meervoud): gisteren werkten zij.
Zet çalışmak in de toekomende tijd voor ik: morgen zal ik werken.
Voeg het achtervoegsel toe: mijn vader werkt in een fabriek.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de delen in de juiste volgorde aan om dit woord te maken: ik werk
Tik de delen in de juiste volgorde aan om dit woord te maken: zij hebben gewerkt
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten daarin op te slaan.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Schrijf drie zinnen: waar iemand uit je familie werkt, waarvoor je deze week leert en wat je gisteravond deed. Controleer elke keer het achtervoegsel na ş.

