Je vormt de lopende tegenwoordige tijd van een werkwoord, kiest een van de vier klinkers en voegt het persoonsachtervoegsel toe: geliyorum, bekliyorsun.

Het idee

Voeg -iyor toe aan de werkwoordsstam; de klinker is i, ı, u of ü, afhankelijk van de laatste klinker van de stam: geliyor, alıyor, buluyor, görüyor. Daarna komt het persoonsachtervoegsel: geliyorum, geliyorsun, geliyor, geliyoruz, geliyorsunuz, geliyorlar. Eindigt de stam op a of e, dan valt die klinker eerst weg en richt de nieuwe klinker zich naar de klinker ervoor: bekle- wordt bekliyor, başla- wordt başlıyor, oyna- wordt oynuyor. Na een andere klinker komt alleen -yor: okuyor, yürüyor. Bij git- en et- wordt de t een d: gidiyor, ediyor.

Patronen vergelijken
StamBepalende klinkerAchtervoegselVorm (hij/zij)
gele-iyorgeliyor
ala-ıyoralıyor
çıkı-ıyorçıkıyor
bili-iyorbiliyor
koşo-uyorkoşuyor
bulu-uyorbuluyor
görö-üyorgörüyor
düşü-üyordüşüyor
beklee-iyorbekliyor
başlaa-ıyorbaşlıyor
oynao-uyoroynuyor
söyleö-üyorsöylüyor
okuu-yorokuyor
yürüü-yoryürüyor
giti-iyorgidiyor

Voorbeelden

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Behoud de eindklinker van de stam niet: bekleyor en başlayor zijn fout. De e of a valt weg, het wordt bekliyor, başlıyor. De nieuwe klinker volgt de klinker vóór de weggevallen, daarom is het oynuyor en niet oynıyor.

Probeer het zelf

  1. Zeg „hij/zij wacht” met beklemek (wachten). De stam is bekle-.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    bekliyor

    bekliyor: de eind-e van bekle- valt weg en de klinker ervoor, e, geeft i: bekl- + -iyor.

  2. Zeg „hij/zij speelt” met oynamak (spelen). De stam is oyna-.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    oynuyor

    oynuyor: de a valt weg, de klinker ervoor is o, een ronde achterklinker, dus komt er u en niet ı.

  3. Zeg „wij gaan” met gitmek (gaan). De stam is git-.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    gidiyoruz

    gidiyoruz: git- wordt voor een klinker gid-, i geeft -iyor en -uz is het achtervoegsel voor biz (wij).

  4. Zeg „ik begin” met başlamak (beginnen). De stam is başla-.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    başlıyorum

    başlıyorum: de a valt weg, de klinker ervoor is de ongeronde achterklinker a, dus ı, en -um staat voor ben (ik).

Gebruik het vandaag

Schrijf vijf zinnen over wat je familie nu doet, met minstens één werkwoord op -la of -le, en controleer in elke zin de klinker voor -yor.