Je voegt aan een werkwoord in de verleden tijd de persoon toe: ik, jij, wij, jullie of zij, en je weet dat hij, zij en het niets krijgen.
Het idee
Achter het verledentijdsteken -di komt de persoonsuitgang: -m (ben), -n (sen), niets (o), -k (biz), -niz (siz) en -ler/-lar (onlar): geldim, geldin, geldi, geldik, geldiniz, geldiler. Alleen -niz en -ler/-lar volgen de klinkerharmonie (-nız, -nuz, -nüz; -lar na een achterklinker): okudunuz, aldılar. -m, -n en -k blijven gelijk en hangen direct aan de klinker van -di: gördüm, gördün, gördük.
| Persoon | Uitgang | gel- | yap- | gör- | oku- |
|---|---|---|---|---|---|
| ben | -m | geldim | yaptım | gördüm | okudum |
| sen | -n | geldin | yaptın | gördün | okudun |
| o | – | geldi | yaptı | gördü | okudu |
| biz | -k | geldik | yaptık | gördük | okuduk |
| siz | -niz / -nız / -nuz / -nüz | geldiniz | yaptınız | gördünüz | okudunuz |
| onlar | -ler / -lar | geldiler | yaptılar | gördüler | okudular |
Voorbeelden
- Dün akşam eve geldik.Gisteravond zijn we thuisgekomen.Het achtervoegsel -k zegt al „wij”, dus het voornaamwoord biz valt meestal weg: geldik alleen betekent „we kwamen”.
- Bu sabah çay içtin.Vanmorgen heb je thee gedronken.
- Onlar okuldan erken döndüler.Ze zijn vroeg van school teruggekomen.
- geldinizjullie kwamengeldi-di, -dı, -du, -dü, -ti: de verleden tijd (geldi, yaptı)nizPersoonsuitgangen van de verleden tijd: -m, -n, -k, -niz, -ler
- gittimik ben gegaangitti-di, -dı, -du, -dü, -ti: de verleden tijd (geldi, yaptı)mPersoonsuitgangen van de verleden tijd: -m, -n, -k, -niz, -ler
- aldılarze hebben genomenaldı-di, -dı, -du, -dü, -ti: de verleden tijd (geldi, yaptı)larPersoonsuitgangen van de verleden tijd: -m, -n, -k, -niz, -ler
- gelmedikwe zijn niet gekomengelmedi-medi / -madı: de ontkennende verleden tijdkPersoonsuitgangen van de verleden tijd: -m, -n, -k, -niz, -ler
- Otobüs geç geldi.De bus kwam laat.Voor hij, zij of het komt er niets bij: geldi alleen is al de derde persoon enkelvoud.
- Dün bizi aradınız mı?Hebben jullie ons gisteren gebeld?Siz krijgt -nız na -dı, en dezelfde vorm spreekt ook één persoon beleefd aan. Het deeltje mı schrijf je los.
Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Turkse stem op je apparaat beschikbaar. Je kunt de tekst nog steeds lezen.
Let op
Leen niet de uitgangen van de tegenwoordige tijd: geldisin, geldiz en geldisiniz zijn fout. Na -di staan de korte uitgangen: geldin, geldik, geldiniz. Voor hij, zij en het is er geen uitgang, want geldi is al de derde persoon.
Probeer het zelf
Vul de verleden tijd in: Je bent gisteren gekomen.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
geldin
geldin: het onderwerp is sen, dus op -di volgt de korte uitgang -n.
Vul de verleden tijd in: We zijn naar de bioscoop gegaan.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
gittik
gittik: git eindigt op een stemloze t, dus is het teken -ti; biz krijgt -k, zo ontstaat gittik.
Vul de verleden tijd in: Jullie hebben het boek gelezen.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
okudunuz
okudunuz: siz krijgt -niz, en de laatste klinker u van -du maakt er -nuz van.
Vul de verleden tijd in: Ze hebben het kaartje gekocht.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
aldılar
aldılar: onlar krijgt -lar, omdat de klinker van -dı een achterklinker is.
Oefenronde
Beantwoord vragen en zet waar mogelijk Turkse zinnen en woorden weer in elkaar. We bewaren je score.
Vul de verleden tijd in: Je bent gisteren gekomen.
Vul de verleden tijd in: We zijn naar de bioscoop gegaan.
Vul de verleden tijd in: Jullie hebben het boek gelezen.
Vul de verleden tijd in: Ze hebben het kaartje gekocht.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de delen in de juiste volgorde aan om dit woord te maken: jullie kwamen
Tik de delen in de juiste volgorde aan om dit woord te maken: ik ben gegaan
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten daarin op te slaan.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Schrijf vier zinnen over gisteren: wat jij, een vriend, je gezin en je buren deden. Onderstreep elk werkwoord en benoem de persoonsuitgang.

