De klok kan dezelfde tijd aangeven terwijl twee mensen anders reageren. Es ist schon halb acht klinkt laat; Es ist erst halb acht klinkt vroeg. Deze woordjes drukken een verwachting uit.

Het idee

Schon betekent vaak al. Es ist erst sieben stelt het tijdstip voor als nog vroeg; Ich habe erst zwei Seiten gelesen beschrijft een nog beperkte voortgang. In Ich komme erst am Freitag betekent erst: niet vóór vrijdag. Noch geeft aan dat iets voortduurt; noch nicht betekent nog niet en nicht mehr betekent niet meer.

Patronen vergelijken
UitdrukkingBetekenis hier
schonal
erstpas
nochnog
noch nichtnog niet
nicht mehrniet meer

Eén tijdstip, twee verwachtingen

In beide eerste voorbeelden is halb acht 7.30 uur. Erst stelt de verstreken tijd als beperkt voor, schon als verder gevorderd dan verwacht. De tijd verandert niet, het perspectief wel. In Ich komme erst am Freitag geeft erst een later begin aan: niet vóór vrijdag.

Voorbeelden

  • Es ist erst halb acht; wir haben noch Zeit.Het is pas half acht; we hebben nog tijd.
  • Es ist schon halb acht; der Bus fährt gleich.Het is al half acht; de bus vertrekt zo.
  • Lina wartet noch vor dem Kino.Lina wacht nog voor de bioscoop.
  • Der Film hat noch nicht angefangen.De film is nog niet begonnen.
  • Der Kiosk ist nicht mehr geöffnet.De kiosk is niet meer open.
  • Ich habe erst zwei Seiten gelesen.Ik heb pas twee bladzijden gelezen.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Gebruik nicht mehr niet voor iets dat nog niet begonnen is. Erst benadrukt een vroege fase of een later begin; nur beperkt een hoeveelheid of sluit alternatieven uit. Nur bepaalt op zichzelf niet wat er later gebeurt.

Probeer het zelf

  1. Wir sind früh dran. Es ist ___ sieben Uhr. (erst / schon)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    erst

    Erst past: we zijn vroeg en vinden zeven uur vroeg. Schon zou de tijd als laat of eerder dan verwacht voorstellen.

  2. Der Film beginnt in fünf Minuten. Er hat ___ angefangen. (noch nicht / nicht mehr)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    noch nicht

    Noch nicht betekent dat het begin nog moet komen. De film begint over vijf minuten.

  3. Der Film ist zu Ende. Er läuft ___. (noch nicht / nicht mehr)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    nicht mehr

    Nicht mehr betekent dat de situatie is afgelopen. De film is voorbij en draait niet meer.

  4. Ich höre nicht auf zu warten. Ich warte ___. (noch / nicht mehr)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    noch

    Noch geeft aan dat het wachten doorgaat. Schon kan in andere situaties, maar hier gaat het om doorgaan tegenover stoppen.

Gebruik het vandaag

Beschrijf een echte afspraak in vier zinnen: wat is al gebeurd, wat duurt nog voort, wat is nog niet gebeurd en wat gebeurt pas morgen? Noem een tijdstip of datum.