Je bouwt de vormen van çocuk (kind) en leert çocuğu, çocukları en çocuklar in een zin uit elkaar te houden.

Het idee

Het zelfstandig naamwoord çocuk eindigt op k en heeft twee lettergrepen, dus voor een klinker wordt de k een ğ: çocuğa, çocuğu, çocuğum, çocuğumuz. Voor een medeklinker blijft ze staan: çocuklar, çocukta, çocuktan. De laatste klinker is u, dus de uitgangen hebben achterklinkers: -a, -ta, -lar en -um.

Patronen vergelijken
UitgangVormLetter van de stam
-çocukk
-larçocuklark
-ıçocuğuğ
-açocuğağ
-taçocuktak
-tançocuktank
-ınçocuğunğ
-umçocuğumğ
-umuzçocuğumuzğ
-larıçocuklarık

Voorbeelden

  • Çocuğa elma verdim.Ik gaf het kind een appel.De datief -a begint met een klinker, dus de laatste k van çocuk verzacht tot ğ: çocuğa.
  • Çocuğumu okuldan alıyorum.Ik haal mijn kind van school op.
  • Çocuklar yarın bize geliyor.De kinderen komen morgen bij ons.Na een meervoudig onderwerp als çocuklar staat het werkwoord meestal in het enkelvoud: geliyor. Geliyorlar kan ook.
  • çocuğummijn kindçocuğum-im / -ım / -um / -üm / -m: mijn
  • çocuklarımızaaan onze kinderençocuklarHet meervoud -ler / -lar: vorm en plaatsımız-imiz / -ımız / -umuz / -ümüz: ons en onzea-e / -a / -ye / -ya: naar, aan
  • çocuktanvan het kindçocuktan-den / -dan / -ten / -tan: van, uitDe ablatief begint met een medeklinker, dus de k blijft: çocuktan, niet çocuğtan.
  • Üç çocuğum var.Ik heb drie kinderen.Na een getal blijft het zelfstandig naamwoord enkelvoud, ook met een bezitsuitgang: üç çocuğum, niet üç çocuklarım.
  • Çocuğu çok seviyorum.Ik hou erg van het kind.Hier is çocuğu het lijdend voorwerp: het kind. Dezelfde spelling kan ook „zijn/haar kind“ betekenen, zoals in Çocuğu geldi. De zin beslist.
  • Komşunun çocukları evde.De kinderen van de buren zijn thuis.Çocukları bestaat uit çocuk + het meervoud -lar + de bezitsuitgang -ı: meer kinderen van één bezitter. Komşunun çocuğu zou één kind zijn.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

De uitgang zegt niet van wie het kind is. Çocuğu is „het kind“ (als lijdend voorwerp) of „zijn/haar kind“, en çocukları is „de kinderen“ (als lijdend voorwerp), „hun kind“ of „hun kinderen“. De zin beslist. Na een getal blijft çocuk enkelvoud: üç çocuk, niet üç çocuklar.

Probeer het zelf

  1. Voeg de datief toe aan çocuk (kind): aan het kind.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    çocuğa

    çocuğa: de uitgang -a begint met een klinker, dus de k van çocuk wordt ğ, en de achterklinker u vraagt om -a.

  2. Voeg aan çocuk (kind) de uitgang voor „mijn“ toe: mijn kind.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    çocuğum

    çocuğum: -um begint met een klinker, dus de k verzacht tot ğ, en de laatste klinker u maakt er -um van, niet -im.

  3. Voeg de ablatief toe aan çocuk (kind): van het kind.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    çocuktan

    çocuktan: -tan begint met een medeklinker, dus de k blijft; het is t omdat k stemloos is, en de achterklinker geeft -tan.

  4. Er zijn drie kinderen. Gebruik geen meervoud.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    çocuk

    çocuk: na een getal als üç (drie) blijft het zelfstandig naamwoord enkelvoud, dus komt er geen -lar bij.

Gebruik het vandaag

Schrijf drie zinnen over kinderen die je kent: een met çocuğa, een met çocuğum of çocuklarım en een met çocuktan of çocukta. Omcirkel de eerste letter van elke uitgang.