Vergelijk benutzen en verwenden voor gereedschap, materiaal en doelen, met hun overlap en de betekenis van iemand gebruiken.

Het idee

Beide betekenen gebruiken en hebben vaak hetzelfde object. Benutzen is gebruikelijk voor het gebruik van iets; verwenden benadrukt vaak het doel, vooral met für + accusatief.

Patronen vergelijken
Patroon / vormDuits voorbeeld
benutzen / verwendeneine App benutzen / verwenden
für + AkkusativHolz für einen Tisch verwenden
benutzen – benutzte – hat benutzteinen Computer benutzen
verwenden – verwendete/verwandtehat verwendet / hat verwandt
jemanden benutzenjemanden für eigene Zwecke benutzen

Lees de hele constructie

Die App benutzen en die App verwenden klinken allebei natuurlijk. Een doel maakt de zin preciezer: Ich verwende die App zum Lernen. Du benutzt mich kan uitbuiting verwijten en is geen neutrale hulpvraag. Verwenden heeft twee standaarddeelwoorden, verwendet en verwandt; het eerste leer je makkelijk naast benutzt.

Voorbeelden

  • Darf ich deinen Stift benutzen?Mag ik je pen gebruiken?
  • Ich verwende diese App zum Lernen.Ik gebruik deze app om te leren.
  • Wir verwenden Olivenöl für den Salat.We gebruiken olijfolie voor de salade.
  • Bitte benutzen Sie den Aufzug nicht.Gebruik de lift alstublieft niet.
  • Ich habe dieses Wort noch nie verwendet.Ik heb dit woord nog nooit gebruikt.
  • Er hat mich für seinen Plan benutzt.Hij heeft mij voor zijn plan gebruikt.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Verdeel ze niet strikt in concrete en abstracte objecten. Beide kunnen het gebruik van een app, woord of materiaal beschrijven.

Probeer het zelf

  1. Ich habe den Aufzug ___. (benutzen)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    benutzt

    benutzt — Het hulpwerkwoord staat er al; gebruik het voltooid deelwoord uit de tabel.

  2. Ich ___ diese App zum Lernen. (benutze / verwende; beide möglich?)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    benutze / verwende

    benutze / verwende — Beide beschrijven het gebruik van de app; het doel maakt benutzen niet fout.

  3. Ich habe die App ___. (verwenden, Partizip auf -et)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    verwendet

    verwendet — Het hulpwerkwoord staat er al; gebruik het voltooid deelwoord uit de tabel.

  4. Er benutzt ___. (ich)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    mich

    mich — Dit is het lijdend voorwerp in de accusatief.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee samenhangende zinnen over je eigen situatie met deze patronen: Ich benutze ... . / Ich verwende ... für ... .