De ontbrekende persoon of zaak is het onderwerp van fehlen.

Het idee

De betrokken persoon kan datief zijn: Mir fehlt ein Stift, Du fehlst mir. Het werkwoord volgt wat ontbreekt: Mir fehlen zwei Seiten.

Patronen vergelijken
Form / MusterBeispiel / Gegensatz
fehlende Sache: SubjektEin Stift fehlt.
betroffene Person: DativMir fehlt ein Stift.
vermissenDu fehlst mir.
Abwesenheitim Kurs fehlen

Voorbeelden

  • Mir fehlt ein Stift.
  • In der Suppe fehlt Salz.
  • Du fehlst mir.
  • Heute fehlen drei Schüler.
  • Uns fehlen noch zwei Euro.
  • Ich habe gestern im Kurs gefehlt.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

In Perfekt wordt het hulpwerkwoord vervoegd en staat het hoofdwerkwoord in Partizip II: hat gefehlt. Gebruik hier geen infinitief in plaats van het deelwoord.

Probeer het zelf

  1. Mir ___ zwei Seiten. (fehlt / fehlen)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    fehlen

    Antwoord: “fehlen”. Het werkwoord volgt het grammaticale onderwerp, niet een object of datieve persoon.

  2. Du fehlst ___. (mich / mir)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    mir

    Antwoord: “mir”. Deze aanvulling is datief; lidwoord, voornaamwoord of bijvoeglijk naamwoord moeten passen.

  3. Gestern hat ein Schüler ___. (fehlen)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    gefehlt

    Antwoord: “gefehlt”. Het hulpwerkwoord draagt tijd en persoon; het laatste werkwoord krijgt het voltooid deelwoord.

Gebruik het vandaag

Gebruik “Mir fehlt ein Stift.” als model. Vervang de naamwoordgroep door twee nieuwe personen of voorwerpen en leg de naamval uit.