Opmerken, onthouden, herinneren of eraan herinneren: leer merken en erinnern met de juiste voornaamwoorden en voorzetsels.

Het idee

Merken kan opmerken betekenen. Sich (datief) etwas merken betekent onthouden. Sich (accusatief) an etwas erinnern is zich herinneren; jemanden an etwas erinnern is iemand eraan herinneren. An krijgt hier de accusatief.

Patronen vergelijken
Patroon / vormDuits voorbeeld
merken: wahrnehmenIch merke, dass etwas fehlt.
sich (Dativ) etwas merkenIch merke mir den Namen.
sich (Akkusativ) an + Akkusativ erinnernIch erinnere mich an den Namen.
jemanden an + Akkusativ erinnernDu erinnerst mich an den Termin.

Lees de hele constructie

Een nieuwe collega stelt zich voor: je onthoudt haar naam, Ich merke mir den Namen. Volgende week herinner je die: Ich erinnere mich an den Namen. De kalender geeft een externe herinnering: Der Kalender erinnert mich an den Termin. Zonder wederkerend voornaamwoord kan merken opmerken betekenen: Ich merke, dass du müde bist.

Voorbeelden

  • Ich merke, dass du müde bist.Ik merk dat je moe bent.
  • Ich merke mir die neue Adresse.Ik onthoud het nieuwe adres.
  • Erinnerst du dich an unser erstes Treffen?Herinner je je onze eerste ontmoeting?
  • Bitte erinnere mich an den Termin.Herinner me alsjeblieft aan de afspraak.
  • Ich habe mir die Nummer gemerkt.Ik heb het nummer onthouden.
  • Das Foto erinnert mich an meine Kindheit.De foto herinnert me aan mijn jeugd.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Zeg Ich merke mir den Namen, maar Ich erinnere mich an den Namen. Mir en mich zijn hier niet uitwisselbaar.

Probeer het zelf

  1. Ich merke ___ die Adresse. (mir / mich)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    mir

    mir — Deze persoon staat in de datief, niet de accusatief.

  2. Ich erinnere ___ an den Urlaub. (mir / mich)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    mich

    mich — Dit is het lijdend voorwerp in de accusatief.

  3. Bitte ___ mich an den Termin. (erinnere / merke)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    erinnere

    erinnere — Een herinnering gebruikt jemanden an etwas erinnern; merken past hier niet.

  4. Ich habe mir den Namen ___. (merken)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    gemerkt

    gemerkt — Het hulpwerkwoord staat er al; gebruik het voltooid deelwoord uit de tabel.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee samenhangende zinnen over je eigen situatie met deze patronen: Ich merke mir ... . / Ich erinnere mich an ... .