行く en 来る beschrijven beweging ten opzichte van een referentiepunt, vaak de plaats van de spreker.

Het idee

行く duidt meestal beweging van het referentiepunt af aan; 来る beweging ernaartoe. Thuis komt een vriend naar jou en ga jij naar school. Voor „Ik kom naar je toe” is そちらへ行きます vaak natuurlijk. Het referentiepunt kan per situatie verschuiven.

Patronen vergelijken
JapansBetekenis
行いきますvan het referentiepunt weggaan
来きますnaar het referentiepunt komen
そちらへ行いきますnaar jou toe gaan

Voorbeelden

  • 明日あした、私わたしは学校がっこうへ行いきます。Morgen ga ik naar school.
  • 友達ともだちが私わたしの家いえに来きます。Een vriend komt bij mij thuis.
  • 私わたしは今いまからそちらへ行いきます。Ik kom nu naar je toe.
  • 母ははが駅えきに迎むかえに来きます。Mijn moeder komt me ophalen bij het station.
  • 私わたしは先週せんしゅう、大阪おおさかに行いきました。Vorige week ging ik naar Osaka.
  • 友達ともだちは来週らいしゅう、ここに来きます。Mijn vriend komt volgende week hierheen.

Voorlezen gebruikt een synthetische Japanse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Vertaal „komen” niet automatisch. Let op bestemming, spreker en context.

Probeer het zelf

  1. Je bent thuis: zeg dat een vriend hierheen komt. 家いえにいます。友達ともだちがここに_。(来きます/行いきます)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    来ます

    De vriend beweegt naar de spreker thuis toe, dus 来ます past.

  2. Je bent thuis en gaat morgen naar school. 家いえにいます。明日あした、学校がっこうに_。(行いきます/来きます)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    行きます

    De spreker vertrekt van huis naar school, dus 行きます past.

  3. Zeg tegen de ander dat je nu naar hem of haar toe gaat. 私わたしは今いまからそちらへ_。(行いきます/来きます)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    行きます

    Voor beweging naar de gesprekspartner is そちらへ行きます natuurlijk.

Gebruik het vandaag

Stel dat je thuis bent. Zeg waar je naartoe gaat en wie naar je toe komt; zeg daarna dat je naar een vriend onderweg bent.