Probeer de methode met deze voorbeelden en pas haar daarna aan je eigen studie aan.

Het idee

Let op de functie van partikels in plaats van ze steeds hetzelfde te vertalen. In deze voorbeelden markeert に een specifieke tijd of de plaats waar iets bestaat; で markeert de plaats van een handeling. を markeert het object; は geeft het onderwerp aan en klinkt in die rol als わ. Gebruik います voor mensen en dieren en あります voor levenloze dingen.

Patronen vergelijken
JapansBetekenis
にspecifieke tijd of plaats van bestaan
でplaats van handeling
をobject van een handeling
はtopic; uitgesproken わ

Voorbeelden

  • 姉あねは学生がくせいです。Mijn oudere zus is student.
  • 図書館としょかんで日本語にほんごを勉強べんきょうします。Ik studeer Japans in de bibliotheek.
  • 七時しちじに学校がっこうへ行いきます。Ik ga om zeven uur naar school.
  • 毎日まいにち、家いえで朝あさご飯はんを食たべます。Ik ontbijt elke dag thuis.
  • 猫ねこは部屋へやにいます。De kat is in de kamer.
  • 本ほんは机つくえの上うえにあります。Het boek ligt op het bureau.

Voorlezen gebruikt een synthetische Japanse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Gebruik で niet voor elke locatie en zet に niet na elke tijdsaanduiding: relatieve woorden zoals 明日 krijgen het meestal niet.

Probeer het zelf

  1. Maak de zin af volgens deze betekenis: Ik studeer Japans in de bibliotheek. 図書館としょかん_日本語にほんごを勉強べんきょうします。(で/に)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    で

    で markeert de plaats van de handeling: het studeren gebeurt in de bibliotheek. Het voorbeeld zegt: Ik studeer Japans in de bibliotheek.

  2. Maak de zin af volgens deze betekenis: Ik ga om zeven uur naar school. 七時しちじ_学校がっこうへ行いきます。(に/で)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    に

    に volgt op de specifieke tijd 七時: om zeven uur. Het voorbeeld zegt: Ik ga om zeven uur naar school.

  3. Maak de zin af volgens deze betekenis: De kat is in de kamer. 猫ねこは部屋へやに_。(います/あります)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    います

    います beschrijft de aanwezigheid van een levende kat; あります gebruik je voor levenloze dingen. Het voorbeeld zegt: De kat is in de kamer.

Gebruik het vandaag

Schrijf een zin met een tijd, een met een plaats van handeling en een met de plaats van een levend wezen. Controleer partikels en werkwoorden.