İşçi betekent arbeider, bijvoorbeeld in een fabriek. Je leert aangeven wie iets ontvangt, over welke persoon het gaat en bij wie iemand werkt, zonder bezit en een uitspraak over een beroep te verwarren.

Het idee

İşçi eindigt op een klinker: işçiyi geeft een bepaald lijdend voorwerp aan, işçiye een ontvanger en işçinin een bezitter. De ç binnen het woord verandert niet; de laatste klank is i, dus je krijgt işçide en işçiden. Bezitsvormen zijn onder meer işçim, işçimiz en işçisi. Na de laatste vorm komt vóór een naamvalsuitgang een n: işçisine. Het meervoud is işçiler, maar na een getal zeg je iki işçi.

Patronen vergelijken
FunctieVorm
Basisvormişçi
Meervoudişçiler
Accusatief: bepaald lijdend voorwerpişçiyi
Datief: ontvangerişçiye
Locatief: bij de arbeiderişçide
Ablatief: van de arbeiderişçiden
Genitief: van de arbeiderişçinin
Bezit: mijnişçim
Bezit: jouwişçin
Bezit: zijn/haarişçisi
Bezit: onzeişçimiz
Bezit: jullie/uwişçiniz
Hun arbeidersonların işçileri
Samen met de arbeiderişçiyle
Aan zijn/haar arbeideronun işçisine
Ik ben arbeiderişçiyim

Voorbeelden

  • İşçiler bahçede dinleniyor.De arbeiders rusten uit in de tuin.
  • İşçiye su getiriyorum.Ik breng de arbeider water.
  • Bugün işçiyi bekliyoruz.We wachten vandaag op de arbeider.
  • İşçinin çantası burada.De tas van de arbeider is hier.
  • Anahtar işçide kaldı.De sleutel bleef bij de arbeider.
  • Ben bu fabrikada işçiyim.Ik ben arbeider in deze fabriek.
  • Bizim işçimiz bugün izinli.Onze arbeider heeft vandaag vrij.
  • işçilerimizdenvan onze arbeidersişçilerHet meervoud -ler / -lar: vorm en plaatsimiz-imiz / -ımız / -umuz / -ümüz: ons en onzeden-den / -dan / -ten / -tan: van, uit
  • Onun işçisine mesaj gönderdik.We hebben zijn of haar arbeider een bericht gestuurd.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

İşçim betekent “mijn arbeider”; “ik ben arbeider” is işçiyim, met y. Verwar ook işçiyi als bepaald lijdend voorwerp niet met işçisi, “zijn of haar arbeider”: de verbindingsletters hebben verschillende functies.

Probeer het zelf

  1. Vul de juiste vorm van işçi in: Twee arbeiders wachten bij de deur. Schrijf het hele woord.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    işçi

    işçi: het getal iki geeft al aan dat het om twee mensen gaat. Het zelfstandig naamwoord blijft na dit getal in het enkelvoud.

  2. Vul aan: Ik ken die arbeider. Schrijf de volledige vorm van işçi.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    işçiyi

    işçiyi: şu wijst een bepaalde persoon aan die de spreker kent. Dit lijdend voorwerp krijgt de accusatief; y verbindt de laatste i met -i.

  3. Vul aan: Onze arbeider is hier vandaag. Schrijf de volledige vorm van işçi.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    işçimiz

    işçimiz: bizim noemt de groep bij wie de arbeider hoort. Voeg -miz direct aan de laatste klinker toe; het gaat om één arbeider.

  4. Vul aan: Ik ben arbeider in deze werkplaats. Schrijf de volledige vorm van işçi.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    işçiyim

    işçiyim: de spreker noemt het eigen beroep in deze werkplaats. -yim vormt een gezegde in de eerste persoon; işçim zou iemand aanduiden die voor de spreker werkt.

Gebruik het vandaag

Stel jezelf in twee zinnen voor als een denkbeeldige fabrieksarbeider en voeg een zin over de werkgever toe. Gebruik işçiyim, işçinin en işçiye elk één keer.