Komşu betekent buurman of buurvrouw, zonder het geslacht vast te leggen. Je zegt wie een bord krijgt, van wie de kat is en van welke buren een ladder komt. De tabel verzamelt de vormen van het woord; de gekoppelde pagina’s over achtervoegsels leggen de algemene patronen uit.

Het idee

De stam komşu blijft intact: komşular, komşuyu, komşuya, komşunun. De laatste u geeft komşum en komşumuz, maar na het meervoud wordt het komşularımız. Maak onderscheid tussen het bepaalde lijdend voorwerp komşuyu en de bezitsvorm komşusu. Na komşusu komt vóór een naamvalsuitgang een n: komşusuna, komşusunda. Bij een bezoek betekent komşuda “bij de buurman of buurvrouw thuis”.

Patronen vergelijken
VormGebruik / betekenis
komşuBuurman of buurvrouw; basisvorm
komşularBuren; meervoud
komşuyuDe buurman of buurvrouw; bepaald lijdend voorwerp
komşuyaNaar de buurman of buurvrouw
komşudaBij de buurman of buurvrouw thuis
komşudanVan de buurman of buurvrouw; herkomst
komşununVan de buurman of buurvrouw; bezit
komşumMijn buurman of buurvrouw
komşunJouw buurman of buurvrouw
komşusuZijn/haar buurman of buurvrouw
komşumuzOnze buurman of buurvrouw
komşunuzJullie/uw buurman of buurvrouw
onların komşusu / onların komşularıHun buurman of buurvrouw / hun buren
komşusunaNaar zijn/haar buurman of buurvrouw
komşularımızdanVan onze buren; herkomst

Voorbeelden

  • Komşular bahçede çay içiyor.De buren drinken thee in de tuin.
  • Bugün komşuya çorba götürüyoruz.Vandaag brengen we soep naar de buurman of buurvrouw.
  • Biz komşuyu kapıda bekliyoruz.Wij wachten bij de deur op de buurman of buurvrouw.
  • Annem komşusuna bir tabak götürdü.Mijn moeder bracht een bord naar haar buurman of buurvrouw.
  • Komşunun kedisi balkonumuzda uyuyor.De kat van de buurman of buurvrouw slaapt op ons balkon.
  • Komşularımızdan bir merdiven aldık.We hebben een ladder van onze buren gekregen.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Komşusu is geen lijdendvoorwerpsvorm van komşu, maar zegt wiens buur het is. “We wachten op de buurman” is Komşuyu bekliyoruz. Voor “We wachten op zijn of haar buurman” gebruik je Komşusunu bekliyoruz: het bezit blijft staan en de naamvalsuitgang komt erbij.

Probeer het zelf

  1. Vul het hele woord in: Wij wachten bij de deur op de buurman of buurvrouw. Gebruik de bepaalde lijdendvoorwerpsvorm van komşu.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    komşuyu

    komşuyu: Je wacht op een bepaalde buur. Daarom krijgt het lijdend voorwerp de accusatief; y verbindt de laatste u met de uitgang -u.

  2. Schrijf “naar haar buurman of buurvrouw” als één woord: Mijn moeder bracht een bord naar die persoon.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    komşusuna

    komşusuna: Het bord gaat naar de buurman of buurvrouw van de moeder. komşusu houdt die relatie vast, waarna n en -a de ontvanger aangeven.

  3. Schrijf “van onze buren” als één woord: Van hen hebben we een ladder gekregen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    komşularımızdan

    komşularımızdan: De ladder komt van meerdere buren van ons. In komşu + lar + ımız + dan volgt de ı van de bezitsuitgang op de a van het meervoud.

  4. Vul “van de buurman of buurvrouw” in als bezitsvorm: De kat van die persoon slaapt op ons balkon.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    komşunun

    komşunun: De kat is van de buurman of buurvrouw. Daarom gebruik je de genitief samen met kedisi; komşudan zou de herkomst aangeven.

Gebruik het vandaag

Schrijf drie samenhangende zinnen: geef aan wiens buur iemand is, breng die persoon iets en ontvang iets van jullie buren. Markeer de bezitsuitgangen en naamvalsuitgangen afzonderlijk.