Met misafir bedoel je een gast die je ontvangt. Je leert iets aan een gast aan te bieden, een bepaalde gast te begroeten en te zeggen van wie iemand de gast is. Het Turkse woord geeft geen geslacht aan.

Het idee

De stam blijft intact: misafir, misafire, misafiri, misafirler. De laatste klinker i bepaalt de uitgangen, ondanks de eerdere a. Misafiri kan een bepaalde gast als lijdend voorwerp aanduiden of “zijn/haar gast” betekenen; de zin maakt het duidelijk. In onun misafirine komt bezit vóór de naamval: misafir + -i + n + -e.

Patronen vergelijken
FunctieVorm
Basisvormmisafir
Accusatief: de gast als lijdend voorwerpmisafiri
Datief: aan de gastmisafire
Locatief: bij de gastmisafirde
Ablatief: van de gast vandaanmisafirden
Genitief: van de gastmisafirin
Meervoud: gastenmisafirler
Mijn gastmisafirim
Jouw gastmisafirin
Zijn/haar gastmisafiri
Onze gastmisafirimiz
Jullie/uw gastmisafiriniz
Hun gast(en)misafirleri
Onze gastenmisafirlerimiz
Aan onze gastenmisafirlerimize
Aan zijn/haar gastonun misafirine

Voorbeelden

  • Misafirler salonda bekliyor.De gasten wachten in de woonkamer.
  • Misafire kahve hazırlıyorum.Ik zet koffie voor de gast.
  • Misafiri kapıda karşılıyoruz.We begroeten de gast bij de deur.
  • Bu misafirin valizi çok ağır.De koffer van deze gast is erg zwaar.
  • Onun misafirine temiz bir havlu verdik.We gaven zijn of haar gast een schone handdoek.
  • Misafirimiz yarın yola çıkacak.Onze gast vertrekt morgen.
  • Misafirlerimizden güzel bir mektup geldi.Er kwam een mooie brief van onze gasten.
  • misafirlerimizeaan onze gastenmisafirlerHet meervoud -ler / -lar: vorm en plaatsimiz-imiz / -ımız / -umuz / -ümüz: ons en onzee-e / -a / -ye / -ya: naar, aan

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Voor “aan zijn/haar gast” is misafire niet genoeg: de bezitsbetekenis ontbreekt. In onun misafirine behoud je de bezitsuitgang -i en de verbindende n. Zonder onun kan misafirine ook “aan jouw gast” betekenen; de context wijst de gastheer of gastvrouw aan.

Probeer het zelf

  1. Vul aan: ik zet koffie voor de gast. Schrijf alleen het ontbrekende woord.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    misafire

    misafire: de koffie is voor de gast, dus gebruik je de datief -e. De laatste r blijft staan; er is geen extra verbindingsmedeklinker nodig.

  2. Vul aan: we begroeten deze gast bij de deur. Schrijf alleen het ontbrekende woord.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    misafiri

    misafiri: bu wijst precies aan welke gast we begroeten. De woordgroep is een bepaald lijdend voorwerp; -i drukt hier geen bezit uit.

  3. Vul aan: we gaven onze gasten schone handdoeken. Druk “aan onze gasten” in één woord uit.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    misafirlerimize

    misafirlerimize: er zijn meerdere gasten en het zijn onze gasten. Na misafir volgen -ler, -imiz en -e; de laatste uitgang wijst de ontvangers van de handdoeken aan.

  4. Vul aan: we gaven zijn of haar gast een schone handdoek. Schrijf alleen het ontbrekende woord.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    misafirine

    misafirine: onun geeft een bezitter in de derde persoon aan. Voeg aan misafiri eerst n en dan -e toe, want zijn of haar gast ontvangt de handdoek.

Gebruik het vandaag

Stel je voor dat er twee gasten op bezoek komen. Schrijf wie je begroet, wat je je gasten geeft en wat je de gast van een buur geeft. Gebruik telkens een andere vorm van misafir.