Met sorun benoem je een probleem of moeilijkheid. Je leert aangeven om welk probleem het gaat en wie het heeft, zonder de laatste medeklinker van de stam kwijt te raken.

Het idee

De stam sorun blijft intact: soruna, sorunda, sorundan. De laatste u geeft sorunu en sorunum; het meervoud is sorunlar. In bu sorunu çözelim is sorunu het bepaalde lijdend voorwerp. In onun sorunu geeft dezelfde uitgang bezit aan. Wordt dat bezeten probleem het lijdend voorwerp, dan krijg je onun sorununu: sorun + u + n + u.

Patronen vergelijken
GebruikVorm
Basisvorm: probleemsorun
Accusatief: het probleem als lijdend voorwerpsorunu
Datief: naar het probleemsoruna
Locatief: in het probleemsorunda
Ablatief: van het probleem vandaansorundan
Genitief: van het probleemsorunun
Meervoud: problemensorunlar
Mijn probleemsorunum
Jouw probleemsorunun
Zijn/haar probleemsorunu
Ons probleemsorunumuz
Jullie/uw probleemsorununuz
Hun probleem of problemenonların sorunları
Onze problemensorunlarımız
Zijn/haar probleem als lijdend voorwerponun sorununu
Naar zijn/haar probleemonun sorununa
Van onze problemen vandaansorunlarımızdan

Voorbeelden

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

De n hoort bij de stam sorun: “mijn probleem” is sorunum. Sorum bestaat ook, maar betekent “mijn vraag” en komt van soru. Een spellingcontrole kan de bedoelde betekenis niet voor je kiezen.

Probeer het zelf

  1. Vul een vorm van sorun in: Laten we dit probleem samen oplossen. Schrijf het ontbrekende woord.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    sorunu

    sorunu: bu wijst het specifieke probleem aan dat we willen oplossen. Het lijdend voorwerp krijgt daarom -u; er wordt geen bezitter genoemd.

  2. Vul een vorm van sorun in: Ik heb zijn/haar probleem nog niet begrepen. Schrijf het ontbrekende woord.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    sorununu

    sorununu: onun geeft de bezitter aan. Na de bezitsuitgang -u volgen de verbindende n en de accusatief -u, want het probleem is wat ik nog niet heb begrepen.

  3. Maak met sorun één woord voor “van onze problemen vandaan”.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    sorunlarımızdan

    sorunlarımızdan: het gaat om meerdere problemen van ons. In sorun + lar + ımız + dan zorgt de a van het meervoud voor ı in de bezitsuitgang, niet voor u.

  4. Vul een vorm van sorun in: Ik heb een technisch probleem. Schrijf het ontbrekende woord.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    sorunum

    sorunum: benim geeft aan dat ik het technische probleem heb. Voeg -um aan de hele stam toe; sorum zou “mijn vraag” betekenen.

Gebruik het vandaag

Schrijf drie zinnen over een alledaags probleem: benoem het, zeg wie het heeft en vertel dat je het probleem van die persoon begrijpt. Markeer bezit en naamval afzonderlijk.