Je stelt iemand een vraag, vraagt naar een persoon of zaak en gebruikt sormak in de tegenwoordige, verleden en toekomende tijd.
Het idee
Sormak is regelmatig: de stam sor- verandert nooit. De persoon die je iets vraagt krijgt -e/-a (öğretmene, bana, hocaya), een bepaalde zaak waarnaar je vraagt krijgt -i: yolu, adını. Een algemeen object blijft zonder uitgang: soru sormak. De stamklinker is o, dus de tegenwoordige tijd is soruyorum; de verleden tijd is sordum (na stemhebbende r volgt -d-) en de toekomst soracağım, waarbij de k week wordt tot ğ.
| Persoon | Tegenwoordig (-iyor) | Verleden (-di) | Toekomst (-ecek) | Tegenwoordig, ontkennend (-miyor) |
|---|---|---|---|---|
| ben | soruyorum | sordum | soracağım | sormuyorum |
| sen | soruyorsun | sordun | soracaksın | sormuyorsun |
| o | soruyor | sordu | soracak | sormuyor |
| biz | soruyoruz | sorduk | soracağız | sormuyoruz |
| siz | soruyorsunuz | sordunuz | soracaksınız | sormuyorsunuz |
| onlar | soruyorlar | sordular | soracaklar | sormuyorlar |
Voorbeelden
- Öğretmene bir soru sordum.Ik heb de leraar een vraag gesteld.
- Bir turist bana müzenin yolunu sordu.Een toerist vroeg me de weg naar het museum.
- Yarın hocaya soracağım.Morgen vraag ik het aan de leraar.
- Neden hiç soru sormuyorsun?Waarom stel je nooit vragen?Soru is hier een algemeen object en blijft zonder uitgang: soru sormak. Met -yu, zoals in soruyu sordum, zou één bepaalde vraag bedoeld zijn die beide mensen kennen.
- Komşumuz seni sordu.Onze buurman vroeg naar je.De -i in seni betekent dat er naar jou gevraagd wordt. Sana sordu zou betekenen dat de buurman jou een vraag stelde.
- Annem senin adını sordu.Mijn moeder vroeg naar je naam.
- soruyorumik vraagsoruyor-iyor / -ıyor / -uyor / -üyor: nu bezigum-im / -sin / -iz / -siniz: ik ben, je bent, wij zijn
- sormadıkwij hebben niet gevraagdsormadı-medi / -madı: de ontkennende verleden tijdkPersoonsuitgangen van de verleden tijd: -m, -n, -k, -niz, -ler
- soracağımik zal vragensoracağ-ecek / -acak: de toekomende tijdım-im / -sin / -iz / -siniz: ik ben, je bent, wij zijn
Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Turkse stem op je apparaat beschikbaar. Je kunt de tekst nog steeds lezen.
Let op
Verwissel de twee partners niet. Ali'ye sordum betekent dat Ali degene is aan wie de vraag gesteld is; Ali'yi sordum betekent dat de vraag over Ali ging. En sormak is niet 'om iets vragen': voor een verzoek gebruik je istemek, bijvoorbeeld su istedim.
Probeer het zelf
Vervoeg sormak (vragen) voor ben in de tegenwoordige tijd: ik vraag.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
soruyorum
soruyorum: de stam sor- eindigt op een medeklinker, dus -uyor komt er direct achter; de achterklinker o met ronding geeft u, en -um staat voor ben.
Vervoeg sormak (vragen) voor sen in de verleden tijd: je vroeg.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
sordun
sordun: na de stemhebbende r begint de uitgang van de verleden tijd met d, de afgeronde achterklinker o geeft -du, en -n staat voor sen.
Vervoeg sormak (vragen) voor biz in de toekomende tijd: wij zullen vragen.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
soracağız
soracağız: na de achterklinker o volgt -acak; voor de klinker van -ız wordt de k een ğ.
Voeg de uitgang voor de gevraagde persoon toe: ik vroeg het aan Ayşe.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
Ayşe'ye
Ayşe'ye: de gevraagde persoon staat in de datief; na de klinker e is een bindings-y nodig, de voorklinker geeft -ye, en na de naam staat een apostrof.
Oefenronde
Beantwoord vragen en zet waar mogelijk Turkse zinnen en woorden weer in elkaar. We bewaren je score.
Vervoeg sormak (vragen) voor ben in de tegenwoordige tijd: ik vraag.
Vervoeg sormak (vragen) voor sen in de verleden tijd: je vroeg.
Vervoeg sormak (vragen) voor biz in de toekomende tijd: wij zullen vragen.
Voeg de uitgang voor de gevraagde persoon toe: ik vroeg het aan Ayşe.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de delen in de juiste volgorde aan om dit woord te maken: ik vraag
Tik de delen in de juiste volgorde aan om dit woord te maken: wij hebben niet gevraagd
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten daarin op te slaan.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Schrijf drie zinnen: je stelt een leraar een vraag, je vraagt een vriend naar een plek, en een familielid heeft naar jou gevraagd. Onderstreep de uitgang bij de persoon en bij de zaak.

