Met süpürmek beschrijf je een schoonmaakroutine, een afgeronde klus of een plan voor morgen. Noem het hulpmiddel om duidelijk te maken of je een bezem of een stofzuiger bedoelt.

Het idee

De stam süpür- blijft intact: süpürüyorum, süpürdüm, süpüreceğim, süpürürüm. De ontkennende duurvorm is süpürmüyorum. Een bepaald oppervlak is het lijdend voorwerp: koridoru süpürmek betekent de gang vegen. Met elektrikli süpürgeyle beschrijft hetzelfde werkwoord stofzuigen. De tabel geeft meervoudsvormen bij onlar; bij een uitdrukkelijk genoemd meervoudig onderwerp zijn ook enkelvoudige werkwoordsvormen mogelijk.

Patronen vergelijken
PersoonDuurvormVerleden tijdToekomende tijdAoristus (gewoonte)Ontkennende duurvorm
bensüpürüyorumsüpürdümsüpüreceğimsüpürürümsüpürmüyorum
sensüpürüyorsunsüpürdünsüpüreceksinsüpürürsünsüpürmüyorsun
osüpürüyorsüpürdüsüpüreceksüpürürsüpürmüyor
bizsüpürüyoruzsüpürdüksüpüreceğizsüpürürüzsüpürmüyoruz
sizsüpürüyorsunuzsüpürdünüzsüpüreceksinizsüpürürsünüzsüpürmüyorsunuz
onlarsüpürüyorlarsüpürdülersüpüreceklersüpürürlersüpürmüyorlar

Voorbeelden

  • Ben koridoru süpürüyorum.Ik veeg de gang.
  • Babam balkonu süpürdü.Mijn vader heeft het balkon geveegd.
  • Yarın merdivenleri süpüreceğiz.Morgen zullen we de trap vegen.
  • Halıyı elektrikli süpürgeyle süpürüyorum.Ik stofzuig het tapijt.
  • Her akşam mutfağı süpürürüm.Ik veeg elke avond de keuken.
  • Önce yeri süpürdüm, sonra nemli bir bezle sildim.Eerst heb ik de vloer geveegd, daarna heb ik hem met een vochtige doek afgenomen.
  • Bugün balkonu süpürmüyorum.Vandaag veeg ik het balkon niet.
  • Lütfen kırıntıları süpürün.Veeg de kruimels alstublieft op.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Verwar het oppervlak niet met de plaats: mutfağı süpürüyorum noemt wat je veegt; mutfakta süpürüyorum zegt alleen waar. Afnemen met een doek heet silmek. Yeri süpürdüm zegt dus niet dat je de vloer hebt afgenomen of gedweild.

Probeer het zelf

  1. Gebruik de bepaalde verleden tijd in de eerste persoon enkelvoud: gisteren heb ik de gang geveegd.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    süpürdüm

    süpürdüm: de opdracht vraagt naar een gisteren afgeronde handeling. Na de stemhebbende r volgt -dü, en -m verwijst naar de spreker; de geronde ü in de stam blijft staan.

  2. Gebruik de toekomende tijd in de eerste persoon enkelvoud: morgen zal ik het balkon vegen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    süpüreceğim

    süpüreceğim: voor het plan van morgen gebruik je de toekomende tijd. De k van de toekomstuitgang wordt ğ vóór -im; de r in de stam verandert niet.

  3. Gebruik de aoristus in de derde persoon enkelvoud voor een gewoonte: mijn vader veegt elke ochtend de trap.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    süpürür

    süpürür: her sabah duidt een gewoonte aan. Dit werkwoord krijgt -ür in de aoristus. Babam is derde persoon enkelvoud en krijgt geen extra persoonsuitgang.

  4. Gebruik de gebiedende wijs voor meervoud of beleefde aanspreking: veeg de kruimels alstublieft op.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    süpürün / süpürünüz

    süpürün / süpürünüz: de instructie richt zich tot siz. Beide vormen passen; de langere klinkt formeler. Kırıntıları noemt de kruimels die moeten worden opgeveegd.

Gebruik het vandaag

Beschrijf drie onderdelen van een schoonmaakplan: een klus van gisteren, een oppervlak dat je morgen veegt en een beleefde instructie. Noem in één zin het hulpmiddel.