Je leert de belangrijkste meubels in huis te noemen en te zeggen waar ze staan: op, onder, naast, voor, achter en in.

Het idee

Meubelnamen zijn gewone zelfstandige naamwoorden: masa (tafel), sandalye (stoel), koltuk (fauteuil), kanepe (bank), yatak (bed), dolap (kast), raf (plank), çekmece (lade), kitaplık (boekenkast), halı (tapijt), perde (gordijn), lamba (lamp). Om te zeggen waar iets staat, zet je eerst het meubel in de genitief, dan een plaatswoord met een eigen bezitsuitgang en de locatief: masanın üstünde (op de tafel), altında (onder), yanında (naast), önünde (voor), arkasında (achter), içinde (in). De plaatswoorden zijn üst, alt, yan, ön, arka, iç. Woorden van meer lettergrepen op k of p worden voor een klinker zacht: koltuk → koltuğun, yatak → yatağın, dolap → dolabın; raf blijft rafın. Dit patroon gaat verder dan de A1-grammatica: leer elke uitdrukking eerst als blok en de genitief later.

Patronen vergelijken
VoorwerpZinBetekenis
masaMasanın altında halı var.Onder de tafel ligt een tapijt.
sandalyeSandalyenin üstünde ceket var.Op de stoel ligt een jas.
koltukKoltuğun yanında bir lamba var.Naast de fauteuil staat een lamp.
kanepeKanepenin önünde sehpa var.Voor de bank staat een lage tafel.
çekmeceÇekmecenin içinde makas var.In de lade ligt een schaar.
yatakYatağın üstünde yastık var.Op het bed ligt een kussen.
rafRafın üstünde bir vazo var.Op de plank staat een vaas.

Voorbeelden

  • Kedi koltuğun altında uyuyor.De kat slaapt onder de fauteuil.koltuk wordt voor het achtervoegsel koltuğun: de slot-k wordt zacht, ğ.
  • Telefonum yastığın yanında.Mijn telefoon ligt naast het kussen.Er is geen werkwoord: in de derde persoon heeft het Turks hier geen „is” nodig. Ook yastık wordt zacht: yastığın.
  • Sandalyenin arkasında bir çanta var.Achter de stoel staat een tas.arka eindigt op een klinker en krijgt daarom -sı: arkasında. Iets nieuws in de kamer voer je in met bir ... var.
  • Dolabın içinde battaniye var.In de kast ligt een deken.dolap wordt dolabın: de slot-p wordt b. içinde betekent „erin”.
  • üstündeerbovenopüstü-i / -si: zijn, haarnTussen-n: evinde, evinden, evinede-de / -da / -te / -ta: in, op, bij
  • altındaeronderaltı-i / -si: zijn, haarnTussen-n: evinde, evinden, evineda-de / -da / -te / -ta: in, op, bij
  • Yatağın yanında küçük bir sehpa var.Naast het bed staat een klein tafeltje.
  • Kitaplığın üstünde bir fotoğraf var.Op de boekenkast staat een foto.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Veel leerders laten de genitief weg en zeggen masa üstünde, of ze zetten de locatief op het meubel zelf: masada üstünde. Goed is masanın üstünde. Vergeet ook de verzachting niet: niet dolapın en koltukun, maar dolabın en koltuğun.

Probeer het zelf

  1. De lamp staat op de tafel. Schrijf masa (tafel) met het achtervoegsel dat het aan üstünde koppelt.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    masanın

    masanın: masa eindigt op een klinker, dus de genitief is -nın met de tussenklank n; de achterklinker a geeft ı.

  2. De tas staat onder de kast. Schrijf dolap (kast) met het achtervoegsel dat het aan altında koppelt.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    dolabın

    dolabın: de slot-p van dolap wordt b voor de klinker van het achtervoegsel, en de achterklinker a geeft -ın.

  3. De kat zit naast de bank. Schrijf kanepe (bank) met het achtervoegsel dat het aan yanında koppelt.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    kanepenin

    kanepenin: kanepe eindigt op een klinker, dus er komt een n bij; de voorklinker e geeft -nin.

  4. De stoel staat achter de tafel. Schrijf arka (achterkant) als plaatswoord met de betekenis „erachter”.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    arkasında

    arkasında: arka eindigt op een klinker, dus staat er het bezitsachtervoegsel -sı, daarna de locatief met n; de achterklinker geeft -nda.

Gebruik het vandaag

Kijk rond in één kamer en schrijf zes zinnen met var over waar dingen staan, elk met een meubelwoord en een plaatswoord. Controleer de k en p aan het eind van elk meubelwoord.