Getallen van 0 tot 20
Tel van sıfır tot yirmi: de 21 Turkse getallen, waarom dertien on üç is en nooit üç on, en waarom het zelfstandig naamwoord na een getal enkelvoud blijft.
Lezen en oefenen
InloggenMijn accountAvonturendagboek
Leer nuttige woordgroepen bij één thema, zoals getallen, familie, eten en plekken in de stad, met voorbeelden.
Avonturendagboek
Kies je niveau
Geen passende les gevonden. Probeer een kortere zoekopdracht of een ander onderwerp.
Tel van sıfır tot yirmi: de 21 Turkse getallen, waarom dertien on üç is en nooit üç on, en waarom het zelfstandig naamwoord na een getal enkelvoud blijft.
Lezen en oefenenDe elf basiskleuren in het Turks, lichtere en donkerdere tinten met açık en koyu, en de juiste spelling van kahverengi, kırmızı en sarı.
Lezen en oefenenLeer de zeven Turkse dagen van pazartesi tot pazar, zeg op maandag of elke vrijdag zonder uitgang en haal cuma en cumartesi niet meer door elkaar.
Lezen en oefenenAlle twaalf Turkse maanden van ocak tot aralık en het korte achtervoegsel -da/-ta voor „in maart”: martta, eylülde, aralıkta. Geen hoofdletter, geen apostrof.
Lezen en oefenenTantes, ooms en grootouders hebben een eigen naam per kant: anneanne of babaanne, amca of dayı, hala of teyze. Kies het juiste woord.
Lezen en oefenenVeertien lichaamswoorden met hun „mijn”-vorm, waarom het burnum en ağzım is maar boğazım, en hoe je zegt wat pijn doet.
Lezen en oefenenGangbaar fruit van elma tot karpuz, waarom het in zinnen als Elma seviyorum zonder uitgang blijft en hoe je zoete en zure kers uit elkaar houdt.
Lezen en oefenenTwaalf groenten van de markt, van domates tot lahana: vraag ze per kilo, bos of stuk en zie waarom havuç havucu wordt, maar soğan soğanı blijft.
Lezen en oefenenZes alledaagse dranken en bestellen in het Turks: bir bardak çay zonder meervoud, het werkwoord içmek in plaats van yemek en suyu in portakal suyu.
Lezen en oefenenBrood, kaas, olijven, eieren, jam en honing: benoem de Turkse ontbijttafel, zeg kahvaltı yapmak en zie waarom ekmek ekmeğe wordt.
Lezen en oefenenGiymek of takmak? Twaalf kledingwoorden van gömlek tot ayakkabı en waarom overhemd en schoen een ander werkwoord krijgen dan bril en horloge.
Lezen en oefenenWaarom de slaapkamer yatak odası heet en niet yatak oda: twaalf kamerwoorden van mutfak tot koridor en de uitgang -sı in samenstellingen met oda.
Lezen en oefenenKedim var, köpeğim var: tien huis- en boerderijdieren, hoe je met het achtervoegsel voor „mijn” en var zegt wat je hebt, en waarom köpek köpeğim wordt maar at atım.
Lezen en oefenenNe iş yapıyorsun? Tien beroepen, het antwoord in één woord zoals doktorum, en waarom Ne yapıyorsun? iets heel anders vraagt.
Lezen en oefenenYazın of yazda? De vier Turkse seizoenen ilkbahar, yaz, sonbahar en kış, en de uitgangen die „in de zomer” en „in de winter” vormen.
Lezen en oefenenHava nasıl? Weerwoorden van güneş tot fırtına, bijvoeglijke naamwoorden als yağmurlu en waarom je Üşüyorum zegt en niet Ben soğuğum.
Lezen en oefenenBanka, postane, hastane, park: noem veertien plaatsen in de stad, beantwoord Nerede? met -da of -de en zie waarom het markette en parkta is, nooit marketde.
Lezen en oefenenBus, trein, veerboot of fiets: leer twaalf Turkse namen voor voertuigen en oefen hoe je een reis, het instappen en het uitstappen beschrijft.
Lezen en oefenenMasanın üstünde, dolabın içinde: benoem een dozijn meubels en zeg waar ze staan, met k→ğ en p→b in koltuğun en dolabın.
Lezen en oefenenOtuz, kırk, elli: benoem de tientallen, bouw 125 of 2026 woord voor woord op en zie waarom het yüz lira is en niet bir yüz lira bij prijzen en jaartallen.
Lezen en oefenenSabah, öğle, akşam, gece: benoem de dagdelen, zeg bu sabah en dün gece en begrijp waarom ze geen locatief krijgen: sabah, nooit sabahta.
Lezen en oefenenFutbol oynamak, maar yoga yapmak: woorden voor sport en hobby's met het juiste werkwoord, plus yüzmek, koşmak en bisiklete binmek.
Lezen en oefenenEen stamboom maakt duidelijk waarom de broer van je moeder en de man van je tante andere Turkse namen krijgen. Oefen acht precieze familiewoorden.
Lezen en oefenenEen vergeten verjaardag roept andere gevoelens op dan een leuk uitstapje. Benoem ze in het Turks en onderscheid je vervelen van zelf saai zijn.
Lezen en oefenenEen stille middag maakt iemand nog niet verlegen: twaalf Turkse karakterwoorden, gedrag dat je woordkeuze onderbouwt en het verschil tussen gewoonte en stemming.
Lezen en oefenenHoest, koorts of misselijkheid: benoem klachten in het Turks, vertel wanneer ze begonnen en onderscheid namen van symptomen van uitdrukkingen met een werkwoord.
Lezen en oefenenEen kamer voor twee of met twee bedden? Leer Turkse reiswoorden voor tickets, reserveringen, koffers en hotelverblijven met bruikbare uitdrukkingen.
Lezen en oefenenVan portemonnee naar bankrekening: gebruik Turkse geldwoorden om opnemen, storten en betalen te onderscheiden, met aandacht voor saldo en wisselgeld.
Lezen en oefenenDe reis van een bestand naar je computer helpt Turkse woorden voor downloaden en uploaden te onthouden. Oefen apparaten, apps en mappen met voorbeelden op B1.
Lezen en oefenenDal, den en uitzicht vanaf een heuvel: beschrijf natuurgebieden in het Turks, benoem planten en water en maak onderscheid tussen natuur en een uitzicht.
Lezen en oefenenEen kookpan, soeplepel en hete oven: verbind Turkse keukenwoorden met handelingen en onderscheid kokend water van water aan de kook brengen.
Lezen en oefenenVan huiswerk tot studierichting: Turkse onderwijswoorden, vaste uitdrukkingen voor studeren en het verschil tussen een examen afleggen en ervoor slagen.
Lezen en oefenenGehuil in de verte, een mus in de tuin: benoem veertien dieren in het Turks, beschrijf hun geluiden en houd een vlieg en een mug uit elkaar.
Lezen en oefenenEen stoffige plank en een stapel was vragen om andere werkwoorden: benoem Turkse huishoudelijke taken en hulpmiddelen en onderscheid opruimen van afnemen.
Lezen en oefenenAchter een krantenkop staan een verslaggever, een redacteur en een bron. Leer Turkse mediawoorden en onderscheid de hoofdkop op de voorpagina van een gewone titel.
Lezen en oefenenAchter een verkiezingsbericht staan kiezers, kandidaten en instellingen. Onderscheid de Turkse woorden voor staat en regering en oefen uitdrukkingen over stemmen.
Lezen en oefenenEen zaakdossier en een zittingsdatum vragen om verschillende Turkse woorden. Leer juridische begrippen met vaste combinaties en onderscheid zaak, zitting en rechtbank.
Lezen en oefenenMeer omzet betekent nog geen winst: leer Turkse woorden over markten, handel en productie en onderscheid een stijging van de handeling die haar veroorzaakt.
Lezen en oefenenEen hypothese vraagt om toetsing: verbind Turkse onderzoekswoorden met passende werkwoorden en onderscheid een experiment van opgebouwde ervaring.
Lezen en oefenenAchter romans, beelden en films zitten artistieke keuzes. Bespreek in het Turks thema’s, stijl, filmmontage en muzikale interpretatie met woordenschat op B2-niveau.
Lezen en oefenenEen datum op een vervaagd document, een keizerrijk, een republiek: lees Turkse geschiedenisteksten en houd staat en regering uit elkaar.
Lezen en oefenenVervuilde lucht, droogte en afgedankt glas vragen om precieze Turkse woorden. Bespreek milieuproblemen en onderscheid recycling, hergebruik en vermindering van verbruik.
Lezen en oefenenEen buurtproject maakt sociale begrippen concreet: praat in het Turks over migratie, gelijkheid en solidariteit en onderscheid de samenleving van een bepaalde groep.
Lezen en oefenenEen terugkerende gedachte en een notitie als geheugensteuntje: beschrijf mentale processen in het Turks en onderscheid onthouden van iemand ergens aan herinneren.
Lezen en oefenenTegenstellingen hangen van de context af: een deur is open, een kleur licht. Oefen acht Turkse woordparen en onderscheid een tegengestelde betekenis van een ontkenning.
Lezen en oefenenDezelfde betekenis maakt woorden nog niet overal uitwisselbaar. Vergelijk vier Turkse synoniemenparen en let op de context en op vaste uitdrukkingen.
Lezen en oefenen