Je leert twaalf alledaagse kledingstukken te benoemen en te zeggen wat je draagt, met de keuze tussen giymek en takmak.

Het idee

Nederlands gebruikt „dragen” voor alles; Turks heeft twee werkwoorden. Giymek hoort bij kleding die lichaam of voeten bedekt: gömlek, pantolon, etek, elbise, ceket, kazak, mont, çorap, ayakkabı. Takmak (vastmaken, opdoen) hoort bij wat je op of om je doet: gözlük, saat, kolye. In een algemene zin blijft het zelfstandig naamwoord zonder uitgang: Gömlek giyiyorum, Saat takıyorum.

Patronen vergelijken
WoordWerkwoordBetekenis
gömlekgiymekoverhemd
pantolongiymekbroek
etekgiymekrok
elbisegiymekjurk
ceketgiymekjasje
kazakgiymektrui
montgiymekwinterjas
çorapgiymeksok
ayakkabıgiymekschoen
gözlüktakmakbril
saattakmakhorloge
kolyetakmakhalsketting

Voorbeelden

  • Bugün mavi bir gömlek giyiyorum.Vandaag draag ik een blauw overhemd.Kleding die lichaam of voeten bedekt, hoort bij giymek: gömlek giymek, ayakkabı giymek.
  • Babam her gün saat takıyor.Mijn vader draagt elke dag een horloge.Een horloge maak je vast om de pols, dus het krijgt takmak en niet giymek: saat takmak.
  • Kışın kalın bir mont giyiyorum.In de winter draag ik een dikke jas.
  • Bu etek çok güzel ama biraz kısa.Deze rok is erg mooi, maar een beetje kort.
  • Kazağım eski ama çok rahat.Mijn trui is oud, maar erg comfortabel.Voor een achtervoegsel met klinker wordt de slot-k van kazak een ğ: kazak wordt kazağım, zoals gömlek gömleğim wordt.
  • ayakkabılarımmijn schoenenayakkabılarHet meervoud -ler / -lar: vorm en plaatsım-im / -ım / -um / -üm / -m: mijn
  • giyiyorumik draag (het)giyiyor-iyor / -ıyor / -uyor / -üyor: nu bezigum-im / -sin / -iz / -siniz: ik ben, je bent, wij zijn

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Wie „dragen” met één werkwoord vertaalt, zegt Gözlük giyiyorum. Dat is fout: bril, horloge en sieraden krijgen takmak, dus Gözlük takıyorum. Andersom kan ook niet: voor schoenen bestaat alleen ayakkabı giymek, nooit ayakkabı takmak.

Probeer het zelf

  1. Ik draag een bril. Vul takmak in de onvoltooid tegenwoordige tijd in, ik-vorm.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    takıyorum

    takıyorum: een bril doe je op met takmak; achter de stam tak komen -ıyor (achterklinker a) en dan -um.

  2. Ik draag een rode jurk. Vul giymek in de onvoltooid tegenwoordige tijd in, ik-vorm.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    giyiyorum

    giyiyorum: een jurk draag je op het lichaam, dus giymek en niet takmak; stam giy + -iyor + -um.

  3. Voeg aan kazak (trui) het bezitsachtervoegsel -ım (mijn) toe: mijn trui.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    kazağım

    kazağım: de k aan het eind van kazak wordt ğ voor de klinker van het achtervoegsel; de laatste klinker a is een achterklinker, dus -ım en niet -im.

  4. Schrijf het Turkse woord voor overhemd.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    gömlek

    gömlek: het wordt met ö geschreven; gomlek is een andere spelling en telt als fout.

Gebruik het vandaag

Schrijf vijf zinnen over wat je draagt op een koude en op een warme dag. Controleer elk werkwoord: giymek voor kleding, takmak voor bril, horloge of sieraden.