Twee mensen bespreken langere openingstijden. Lees het gesprek en houd bij wie wat zegt.

Het idee

賛成 geeft steun aan en 反対 bezwaar. から leidt de reden in; ただし beperkt het eerste voorstel tot twee dagen.

Lees de tekst

Transcript tonen

A:「図書館としょかんの開館時間かいかんじかんを延のばすことに賛成さんせいです。」 A:「仕事しごとの後あとでも利用りようできる人ひとが増ふえるからです。」 A:「ただし、毎日まいにちではなく、週しゅうに二日ふつかだけでいいと思おもいます。」 B:「私わたしは延長えんちょうに反対はんたいです。」 B:「夜よるの利用者りようしゃが少すくないなら、人件費じんけんひに見合みあわないからです。」 B:「その代かわり、休日きゅうじつの席せきを増ふやすべきだと思おもいます。」

Voorbeelden

  • 図書館としょかんの開館時間かいかんじかんを延のばすことに賛成さんせいです。Ik ben voor langere openingstijden van de bibliotheek.
  • 仕事しごとの後あとでも利用りようできる人ひとが増ふえるからです。Dan kunnen meer mensen er na hun werk gebruik van maken.
  • ただし、毎日まいにちではなく、週しゅうに二日ふつかだけでいいと思おもいます。Maar twee dagen per week zijn volgens mij genoeg, niet elke dag.
  • 私わたしは延長えんちょうに反対はんたいです。Ik ben tegen de verlenging.
  • 夜よるの利用者りようしゃが少すくないなら、人件費じんけんひに見合みあわないからです。Als er ’s avonds weinig bezoekers zijn, wegen de personeelskosten niet op tegen de opbrengst.
  • その代かわり、休日きゅうじつの席せきを増ふやすべきだと思おもいます。In plaats daarvan moeten er volgens mij op vrije dagen meer zitplaatsen komen.

Voorlezen gebruikt een synthetische Japanse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

De beperking van de eerste spreker is geen afwijzing. Het alternatief komt van de tweede spreker.

Probeer het zelf

  1. Aは延長えんちょうに賛成さんせいですか、反対はんたいですか。

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    賛成

    賛成: De eerste spreker steunt de verlenging.

  2. Aは週しゅうに何日なんにちの延長えんちょうを提案ていあんしていますか。

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    週に二日

    週に二日: Die beperkt de verlenging tot twee dagen per week.

  3. Bが心配しんぱいしている費用ひようは何なんですか。

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    人件費

    人件費: Volgens de tweede spreker zijn de personeelskosten bij weinig avondbezoekers niet verantwoord.

  4. Bは代かわりに何なにを増ふやすべきだと言いっていますか。

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    休日の席

    休日の席: In plaats daarvan stelt die meer zitplaatsen op vrije dagen voor.

Gebruik het vandaag

Lees het gesprek, noteer beide standpunten en redenen en beantwoord de vragen met behulp van de tekst.