Je leert kiezen tussen sorun, gevormd uit een Turkse stam, en problem, een leenwoord uit het Frans. Die verschillende herkomst levert geen strikte scheiding op tussen gewone en formele taal. Kijk eerst naar wat de spreker beschrijft.

Het idee

Bij een moeilijkheid waarvoor een oplossing nodig is, overlappen sorun en problem vaak: bir sorun var en bir problem var kunnen dezelfde storing beschrijven. Beide woorden komen in alledaagse gesprekken voor. Voor een opgegeven wiskundeopgave is problem de gebruikelijke keuze: matematik problemi. Ook sorun değil en problem değil kunnen allebei geruststellend „geen probleem” betekenen. Leer zulke combinaties in hun context; de herkomst alleen bepaalt het register niet. De gekoppelde lessen over de accusatief en çözmek leggen de vormen uit.

Patronen vergelijken
ContextGebruikelijke formulering
Alledaagse moeilijkheidbir sorun / bir problem
Wiskundeopgavebir matematik problemi
Geruststellingsorun değil / problem değil

Voorbeelden

  • Bu sorunu bugün birlikte çözebiliriz.We kunnen dit probleem vandaag samen oplossen.
  • Bağlantıda yine bir problem var.Er is weer een probleem met de verbinding.
  • Bu problemi farklı bir yöntemle çözelim.Laten we deze opgave met een andere methode oplossen.
  • Yazıcıdaki sorun yüzünden etiketleri basamadık.Door het probleem met de printer konden we de etiketten niet afdrukken.
  • Yazıcıdaki problem yüzünden etiketleri basamadık.Door het probleem met de printer konden we de etiketten niet afdrukken.
  • Ders kitabında iki matematik problemi var.Er staan twee wiskundeopgaven in het leerboek.
  • Biraz geç başlayabiliriz, sorun değil.We kunnen iets later beginnen, dat is geen probleem.
  • Biraz geç başlayabiliriz, problem değil.We kunnen iets later beginnen, dat is geen probleem.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Vervang niet elk problem automatisch door sorun. Op een werkblad betekent üç problem çözmek gewoonlijk drie opgaven oplossen. Matematik sorunu kan juist een moeilijkheid rond wiskunde suggereren. Omgekeerd wordt een zin over een printerstoring niet automatisch technisch of formeel door het woord problem. Geen van beide zelfstandige naamwoorden bepaalt op zichzelf hoe ernstig de storing is.

Probeer het zelf

  1. Het bestand gaat niet open; er is een klein probleem. Vul sorun of problem in; beide kunnen passen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    sorun / problem

    sorun / problem: een bestand dat niet opengaat, is een alledaagse moeilijkheid. Beide woorden passen; het bijvoeglijk naamwoord küçük geeft aan dat het om iets kleins gaat, niet de keuze van het zelfstandig naamwoord.

  2. De leerlingen lossen in deze les drie breukenopgaven op. Kies de gebruikelijke term voor een wiskundeopgave: sorun of problem.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    problem

    problem: de leerlingen gaan drie concrete breukenopgaven oplossen. Gevraagd wordt naar de gebruikelijke term voor die oefeningen, niet naar een algemene moeilijkheid met het leren van breuken.

  3. Het is geen probleem dat we laat beginnen. Stel iemand gerust met sorun of problem; beide kunnen passen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    sorun / problem

    sorun / problem: de spreker accepteert dat er laat wordt begonnen en stelt de ander gerust. Beide volledige uitdrukkingen geven aan dat de vertraging hier geen belemmering vormt.

  4. We kunnen deze moeilijkheid samen oplossen. Vul sorun of problem in met de benodigde uitgang.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    sorunu / problemi

    sorunu / problemi: bu verwijst naar een bepaalde moeilijkheid die samen kan worden opgelost. Beide woorden passen bij die betekenis; als bepaald lijdend voorwerp van çözebiliriz krijgen ze de accusatiefuitgang.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee berichten over dezelfde printerstoring, elk met een ander zelfstandig naamwoord. Schrijf daarna een instructie voor wiskundehuiswerk en een geruststellend antwoord over een vertraging. Leg uit waar beide woorden passen en waar een gebruikelijke combinatie je keuze bepaalt.