Çözmek verbindt twee handelingen: een knoop losmaken en een probleem oplossen. Op B2 kies je het voorwerp en de werkwoordsvorm nauwkeurig, vooral wanneer je beschrijft wat een methode kan bereiken.

Het idee

Düğümü çözmek betekent de knoop losmaken en sorunu çözmek het probleem oplossen. Een bepaald lijdend voorwerp krijgt de accusatief; een algemene activiteit kan bulmaca çözmek heten. De stam çöz- blijft gelijk in çözüyorum en çözdüm, maar de aorist is çözerim. In çözeceğim wordt de k van het toekomstsuffix een ğ voor de persoonsuitgang.

Patronen vergelijken
PersoonTegenwoordige tijdAoristVerleden tijdToekomende tijd
bençözüyorumçözerimçözdümçözeceğim
sençözüyorsunçözersinçözdünçözeceksin
oçözüyorçözerçözdüçözecek
bizçözüyoruzçözerizçözdükçözeceğiz
sizçözüyorsunuzçözersinizçözdünüzçözeceksiniz
onlarçözüyorlarçözerlerçözdülerçözecekler

Voorbeelden

  • Ekip sorunu birlikte çözdü.Het team heeft het probleem samen opgelost.
  • Çocuk düğümü yavaşça çözüyor.Het kind maakt langzaam de knoop los.
  • Bu yöntem sorunu çözmez.Deze methode lost het probleem niet op.
  • Yarın bu bilmeceyi ben çözeceğim.Morgen zal ik dit raadsel oplossen.
  • Sorunun nedenini anlamadan onu çözemeyiz.We kunnen het probleem niet oplossen zonder de oorzaak ervan te begrijpen.
  • Düğümü çözünce ipi yeniden kullanabiliriz.Zodra we de knoop losmaken, kunnen we het touw opnieuw gebruiken.
  • Bu soruna bir çözüm bulduk.We hebben een oplossing voor dit probleem gevonden.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Neem de datief van soruna çözüm bulmak (een oplossing voor het probleem vinden) niet over in sorunu çözmek. Onderscheid ook çözmeyiz (we lossen niet op) van çözemeyiz (we kunnen niet oplossen): de tweede vorm drukt onvermogen uit.

Probeer het zelf

  1. Gebruik de aorist van çözmek voor ben: ik los elke avond een puzzel op.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    çözerim

    çözerim: her akşam wijst op een herhaalde activiteit en ben vraagt om de eerste persoon. De aorist van dit werkwoord is çözer, niet çözür.

  2. Gebruik de toekomende tijd van çözmek voor ben: morgen zal ik dit raadsel oplossen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    çözeceğim

    çözeceğim: yarın en de opdracht vragen om de toekomende tijd voor ben. De k in -ecek wordt ğ voor -im.

  3. Kies sorunu of soruna: we hebben dit probleem samen opgelost.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    sorunu

    sorunu: het bepaalde probleem is het lijdend voorwerp, want dat wordt opgelost. Soruna past bij bir çözüm bulduk, waarbij je een oplossing voor het probleem vindt.

  4. Gebruik de vorm van çözmek voor niet kunnen met biz: we kunnen dit probleem niet oplossen zonder de oorzaak te begrijpen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    çözemeyiz

    çözemeyiz: zonder begrip van de oorzaak kunnen we het probleem niet oplossen. De vorm voor onvermogen met biz drukt die beperking uit; çözmeyiz ontkent alleen de handeling.

Gebruik het vandaag

Beschrijf een knoop en een praktisch probleem in twee zinnen met çözmek. Herschrijf de probleemzin met çözüm bulmak en leg daarna uit wat de oplossing van een ander probleem verhindert.