Je gebruikt zaman voor tijd als tijdspanne, voegt er meervouds-, bezits- en naamvalsuitgangen aan toe en weet wanneer je een ander woord nodig hebt.

Het idee

zaman betekent tijd als tijdspanne, periode of tijdperk en is een regelmatig zelfstandig naamwoord: de laatste klinker a is achter en de laatste klank n verzacht niet, dus alle uitgangen komen ongewijzigd erachter: zamanlar, zamanım, zamana, zamanda, zamandan. Na het bezittelijk achtervoegsel van de derde persoon staat voor de naamvalsuitgang de bufferletter n: zamanına, zamanında. „Tijd hebben” zeg je met var en yok: zamanım var, zamanım yok.

Patronen vergelijken
UitgangVormIn een uitdrukking
-zamanzaman geçiyor
-larzamanlareski zamanlar
-ızamanızamanı bilmiyorum
-azamanazamana ihtiyacım var
-dazamandaaynı zamanda
-danzamandanzamandan tasarruf ediyoruz
-ınzamanınzamanın var mı
-ımzamanımzamanım yok
-ımızzamanımızzamanımız az
-larızamanlarızamanları farklı

Voorbeelden

  • Bu akşam zamanın var mı?Heb je vanavond tijd?Het Turks heeft geen werkwoord voor „hebben”: zamanın var zegt letterlijk „jouw tijd bestaat”, met -ın op zaman.
  • Bugün hiç zamanım yok.Vandaag heb ik helemaal geen tijd.
  • Bu hafta ailemle çok zaman geçiriyorum.Deze week breng ik veel tijd door met mijn gezin.
  • Otobüs zamanında geldi.De bus kwam op tijd.Zamanında bestaat uit zaman, het bezittelijke -ı, de bufferletter n en de locatief -da, en betekent „op tijd”. Het kale zamanda staat in aynı zamanda, „tegelijkertijd”.
  • O zaman ben de geliyorum.Dan kom ik ook.Aan het begin van een zin betekent o zaman „dan, in dat geval”. Het zijn twee losse woorden; o betekent hier „die”.
  • Saat kaç?Hoe laat is het?De tijd op de klok is saat. Zaman kaç? is niet het Turks voor deze vraag: zaman is tijd als tijdspanne of tijdperk.
  • Haftada üç kez spora gidiyorum.Ik sport drie keer per week.Getelde keren gaan met kez (ook defa of kere): üç kez. Zaman wordt hiervoor niet gebruikt.
  • zamanımızdain onze tijdzamanımız-imiz / -ımız / -umuz / -ümüz: ons en onzeda-de / -da / -te / -ta: in, op, bij

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Gebruik zaman niet voor de tijd op de klok en niet om keren te tellen. De klok is saat: Saat kaç?, niet Zaman kaç?. Keren zijn kez, defa of kere: üç kez, niet üç zaman. En zamanda betekent niet „op tijd”: dat is zamanında.

Probeer het zelf

  1. Voeg -ım (mijn) toe aan zaman (tijd): ik heb geen tijd.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    zamanım

    zamanım: zaman eindigt op de medeklinker n, dus -ım komt er rechtstreeks achter, met de achterklinker ı na a; er verzacht niets.

  2. Voeg de locatief toe aan zaman in de vaste uitdrukking: tegelijkertijd.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    zamanda

    zamanda: n is stemhebbend, dus de locatief begint met d, en de achterklinker a geeft -da; aynı zamanda is een vaste uitdrukking voor „tegelijkertijd”.

  3. Maak het meervoud van zaman (tijd): vroegere tijden.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    zamanlar

    zamanlar: de laatste klinker is een achterklinker, dus -lar en niet -ler; eski zamanlar betekent „vroegere tijden”.

  4. Schrijf het woord voor getelde keren, niet zaman: ik sport drie keer per week.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    kez / defa / kere

    kez: getelde keren heten kez (ook defa of kere), nooit zaman; na een telwoord staat zaman niet.

Gebruik het vandaag

Schrijf drie zinnen over je week: één met zamanım var, één met zamanım yok en één met zamanında. Stel een vriend daarna dezelfde vraag met zamanın.