Deze zes zelfgeschreven oefenzinnen vormen drie korte en langere paren: 1 met 4, 2 met 5 en 3 met 6. Het zijn nieuwe tongbrekers, geen traditionele rijmpjes. Er is geen opname bijgevoegd. De schriftelijke vragen toetsen je woordkeuze, maar kunnen je uitspraak niet beoordelen.

Het idee

Werk van woord naar korte zin en daarna naar langere zin. Zeg een woord langzaam en vervolgens de zin drie keer. Ga alleen iets sneller als het verschil duidelijk blijft. Bij s nadert de voorkant van je tong de rand achter de boventanden; bij ş ligt de vernauwing iets verder naar achteren. Bij beide stroomt lucht door een smalle opening. Bij c en ç sluit je de luchtstroom kort af en laat je hem weer los: c is stemhebbend, ç stemloos. Herhaal tas (kom) / taş (steen) en cam (glas) / çam (den). Je oefent bekende klanken; er komt geen nieuwe uitspraakregel bij.

Patronen vergelijken
KlankpaarEerste woordTweede woord
s / ştastaş
c / çcamçam

Voorbeelden

  • Suna şu şişeyi sana uzattı.Suna gaf je die fles aan.
  • Cem çamın yanında çay içti.Cem dronk thee naast de den.
  • Şule sarı tası taşın yanına koydu.Şule zette de gele kom naast de steen.
  • Suna şu şişeyi sana, sarı şişeyi Şule'ye uzattı.Suna gaf jou die fles aan en Şule de gele fles.
  • Cem çamın yanında çay içti, Ceren camı sildi.Cem dronk thee naast de den; Ceren veegde het glas schoon.
  • Şule sarı tası taşın yanına, Suna taşı tasın yanına koydu.Şule zette de gele kom naast de steen en Suna legde de steen naast de kom.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Na een paar keer ş kun je ook de volgende s per ongeluk als ş uitspreken. In de derde zin is tası de kom die wordt verplaatst; taşın verwijst naar de steen ernaast. Klinken beide met ş, ga dan langzamer en zeg ze apart. Meer snelheid maakt een veranderd woord niet juist.

Probeer het zelf

  1. Vul de vorm voor de kom in: tası of taşı.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    tası

    tası: Er wordt om de kom gevraagd, dus de stam is tas. De laatste ı geeft hier het bepaalde lijdend voorwerp aan. Met taşı zou Şule een steen neerzetten.

  2. Vul de vorm voor de den in: camın of çamın.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    çamın

    çamın: De plaats is naast een den, dus het woord begint met de stemloze ç. Camın zou naar glas verwijzen. Dezelfde uitgang neemt dat betekenisverschil niet weg.

  3. Vul de vorm voor het glas in: camı of çamı.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    camı

    camı: Ceren veegt hier glas schoon. De stemhebbende c behoudt die betekenis; met çamı zou het voorwerp een den zijn. Beide keuzes eindigen op dezelfde ı.

Gebruik het vandaag

Kies een kort–lang paar en markeer elke s/ş of c/ç. Zeg de moeilijke woorden apart en lees daarna elke zin drie keer langzaam. Versnel alleen als de woorden duidelijk verschillen; ga bij een verspreking terug naar de korte zin. De apparaatstem is een extra hulpmiddel als je browser Turks aanbiedt.