Je kiest tussen abi, abla en kardeşim als je iemand aanspreekt, en onderscheidt iemand roepen van praten over je eigen broer of zus.

Het idee

Abi (man) en abla (vrouw) staan met een kleine letter achter de voornaam om iemand aan te spreken die een paar jaar ouder is dan jij, familie of niet: Ali abi, Selin abla. Alleen roepen ze een onbekende aan: Abi, bir çay lütfen. Tegen een jongere, of hartelijk tegen een vriend, zeg je kardeşim. Bedoel je je eigen broer of zus, dan komt het bezittelijke achtervoegsel erbij: abim, ablam, ablamız.

Patronen vergelijken
WoordAansprekenOver je eigenMeervoud
abiAli abiAli abimabiler
ablaSelin ablaSelin ablamablalar
kardeşkardeşimkardeşimkardeşler

Voorbeelden

  • Abi, bir çay lütfen.Een thee, alstublieft, abi.
  • Selin abla yarın geliyor.Selin abla komt morgen.Abla staat achter de voornaam en wordt met een kleine letter geschreven. Het wijst op een vrouw die iets ouder is dan jij; familie hoeft ze niet te zijn.
  • Kardeşim, burada bekle.Wacht hier, kardeşim.Kardeşim zeg je tegen iemand die jonger is of een vriend van je eigen leeftijd. Het achtervoegsel -im hoort bij de vaste aanspreking, ook al is die persoon niet echt van jou.
  • Murat abim bugün işte.Mijn oudere broer Murat is vandaag op zijn werk.Met het bezittelijke achtervoegsel spreekt abim over je eigen broer. Tegen de broer van een vriend zeg je Murat abi.
  • Ablam benimle geliyor.Mijn oudere zus komt met mij mee.
  • Pardon abla, bu otobüs müzeye gidiyor mu?Pardon, abla, rijdt deze bus naar het museum?
  • Sağ ol, Ali abi.Bedankt, Ali abi.
  • Abim bizimle yaşıyor.Mijn oudere broer woont bij ons.
  • ablamızonze oudere zusablamız-imiz / -ımız / -umuz / -ümüz: ons en onze
  • abilerimmijn oudere broersabilerHet meervoud -ler / -lar: vorm en plaatsim-im / -ım / -um / -üm / -m: mijn

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Voeg geen bezittelijk achtervoegsel toe als je iemand aanspreekt: Ali abim betekent meestal je eigen broer Ali, de broer van een vriend is Ali abi. Bij iemand die duidelijk ouder is, zoals iemand van de leeftijd van je ouders, kiezen veel mensen liever amca of teyze dan abi of abla.

Probeer het zelf

  1. Vul de aanspreekvorm in voor een vrouw die iets ouder is dan jij: Selin ___.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    abla

    abla: Selin is een vrouw die iets ouder is dan jij, dus abla, met een kleine letter achter de naam.

  2. Vul de aanspreekvorm in voor een man die iets ouder is dan jij: Cem ___, bedankt.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    abi

    abi: Cem is een iets oudere man en je roept hem, dus zonder bezittelijk achtervoegsel: abi, niet abim.

  3. Vul het woord in voor je eigen oudere broer (met bezittelijk achtervoegsel): Ali ___ is vandaag op zijn werk.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    abim

    abim: hier praat je over je eigen oudere broer, dus komt het bezittelijke -im achter abi.

  4. Maak van abla: onze oudere zus.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    ablamız

    ablamız: abla eindigt op een klinker, dus „onze” is hier -mız, en de klinker a geeft ı.

Gebruik het vandaag

Schrijf drie korte regels aan mensen van verschillende leeftijden uit je dag: een marktkoopman, de oudere zus van een vriend en een jongere neef, en kies voor elk abi, abla of kardeşim.