In een verhaal op het platteland of in vroeger tijden helpen plaatsnamen en titels je te begrijpen wie over wie praat. Negen voorbeelden en een kort gesprek gaan over een familieakker en een bezoek. Alle dialoog is voor deze les geschreven en komt uit geen enkele serie.

Het idee

Houd plaats, mensen en grond uit elkaar: köy is een dorp en köylü een dorpsbewoner. In deze context duidt muhtar het dorpshoofd aan, terwijl ağa een machtige grootgrondbezitter kan aanduiden. Tarla is een akker; toprak kan de grond daarvan betekenen of land in ruimere zin. Met hasat (oogst) en buğday (tarwe) kun je volgen wat mensen verbouwen en wanneer ze het oogsten.

Patronen vergelijken
TurksBetekenis in deze les
köydorp
köylüdorpsbewoner
muhtardorpshoofd
ağamachtige grootgrondbezitter (hier)
tarlaakker
toprakgrond; land
hasatoogst
buğdaytarwe

Lees de tekst

A: Bu tarla ağanın mı?

B: Hayır, bu tarla dedemin.

A: Peki, muhtar neden geliyor?

B: Hasattan sonra köylülerle konuşacak.

Voorbeelden

  • Muhtar bugün köye geliyor.Het dorpshoofd komt vandaag naar het dorp.
  • Babam bu tarlada çalışıyor.Mijn vader werkt op deze akker.
  • Köylüler ağayı burada bekliyor.De dorpsbewoners wachten hier op de grootgrondbezitter.
  • Bu tarla ağanın mı?Is deze akker van de grootgrondbezitter?
  • Hayır, bu tarla dedemin.Nee, deze akker is van mijn grootvader.
  • Peki, muhtar neden geliyor?Waarom komt het dorpshoofd dan?
  • Hasattan sonra köylülerle konuşacak.Het dorpshoofd zal na de oogst met de dorpsbewoners praten.
  • Yağmur yağdı, ama toprak hâlâ kuru.Het heeft geregend, maar de grond is nog steeds droog.
  • Bu tarlaya buğday ekiyoruz.We zaaien tarwe op deze akker.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Vertaal ağa niet automatisch als “dorpshoofd”. Invloed of een respectvolle titel maakt het woord niet tot een synoniem van muhtar. Een personage dat ağa wordt genoemd, bezit ook niet noodzakelijk alle akkers in het verhaal. In het gesprek geeft dedemin aan van wie deze akker is.

Probeer het zelf

  1. Kies het woord voor het hoofd van het dorp.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    muhtar

    muhtar: de aanwijzing vraagt naar het dorpshoofd, niet naar iemand die door rijkdom of invloed wordt gekenmerkt. Daarom past ağa hier niet.

  2. Kies het woord voor een akker waarop tarwe wordt verbouwd.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    tarla

    tarla: de tarwe groeit op een bepaald stuk landbouwgrond. Köy duidt het hele dorp aan, niet die akker.

  3. Vul aan: de grond van deze akker is droog. Gebruik toprak met de juiste uitgang.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    toprağı

    toprağı: in bu tarlanın toprağı hoort de grond bij de akker. Voor de klinker van de bezitsuitgang -ı verandert de laatste k van toprak in ğ.

  4. De spreker zegt dat de akker van diens grootvader is. Beantwoord namens de spreker de vraag “Van wie is de akker?”.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    dedemin / benim dedemin

    dedemin / benim dedemin: het antwoord betekent “van mijn grootvader”. Dedem alleen is “mijn grootvader”; -in wijst hem hier aan als eigenaar. Met benim kun je “mijn” expliciet maken.

Gebruik het vandaag

Lees het gesprek met vier beurten en bepaal wie de eigenaar en de bezoeker zijn en wanneer het gesprek zal plaatsvinden. Schrijf daarna een nieuw gesprek over de akker van een andere familie. Ga verder met de les over verkorte vormen in spreektaal.