Deze zelfgeschreven alledaagse gesprekjes helpen je yani, işte en hani te begrijpen. Ze worden vaak stopwoorden genoemd, maar geven de luisteraar ook houvast. Geen dialoog komt uit een serie.

Het idee

In deze toepassingen verduidelijkt of herformuleert yani een gedachte: “dus” of “ik bedoel”. İşte vestigt de aandacht op iets: “kijk” of “hier is het”. Hani haalt een gedeeld detail of een eerdere verwachting terug: “weet je nog” of “ik dacht…”. Het zijn losse woorden, geen achtervoegsels. Context en toon bepalen de betekenis; één vertaling past niet overal.

Patronen vergelijken
WoordFunctie hier
yaniVerduidelijken of herformuleren
işteDe aandacht vestigen op iets
haniEen detail of verwachting terughalen

Voorbeelden

  • Yani bugün evde kalıyoruz.Dus we blijven vandaag thuis.
  • İşte otobüs şimdi geliyor.Kijk, de bus komt er nu aan.
  • Hani sen evdeydin?Je was toch thuis?
  • — Yarın buluşalım. — Yani cuma günü mü?— Laten we morgen afspreken. — Dus op vrijdag?
  • — Anahtar nerede? — İşte burada, masanın üstünde.— Waar is de sleutel? — Hier is hij, op tafel.
  • — Hani dün bir kafe vardı? — Evet, köşede.— Weet je nog, dat café gisteren? — Ja, op de hoek.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Lees hani niet altijd als een neutraal “waar”. Hani sen evdeydin? herinnert eraan dat de ander volgens jou thuis was en kan verbaasd of verwijtend klinken. Neredesin? vraagt gewoon waar die persoon is.

Probeer het zelf

  1. Kies yani, işte of hani: verduidelijk dat morgen vrijdag is.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    yani

    yani: vrijdag benoemt dezelfde dag als morgen preciezer. Het gaat niet om een tweede afspraak.

  2. Kies yani, işte of hani: wijs de kaartjes aan die je net hebt gevonden.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    işte

    işte: de kaartjes zijn gevonden en worden aan de luisteraar getoond. Er wordt geen eerdere uitspraak anders verwoord.

  3. Kies yani, işte of hani: je dacht dat vandaag een vrije dag was, maar iemand werkt.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    hani

    hani: iemand werkt, terwijl je een vrije dag verwachtte. De vraag brengt die verwachting opnieuw ter sprake.

Gebruik het vandaag

Schrijf drie korte gesprekjes: verduidelijk een dag, wijs een teruggevonden voorwerp aan en herinner aan een gedeeld detail. Gebruik in elk gesprekje een van de drie woorden en ga daarna door naar de les over korte opdrachten.