Deze zelfgeschreven uitspraken en korte gesprekken laten je oefenen met dur, bak, git en bırak. Bepaal wat de spreker van de ander wil en lees daarna het antwoord.

Het idee

Deze bevelen richten zich rechtstreeks tot één persoon. Dur! stopt een beweging of onderbreekt een handeling; bak! richt de aandacht; git! zegt dat iemand moet gaan. Bepaal bij bırak! wat losgelaten of met rust gelaten moet worden: een arm, een voorwerp of een taak. De context vult de weggelaten woorden aan.

Patronen vergelijken
BevelHandeling in de context
Dur!Stop met bewegen of onderbreek een handeling
Bak!Kijk; richt je aandacht ergens op
Git!Ga; verlaat de plek
Bırak!Laat iets los; laat het aan iemand anders over

Voorbeelden

  • Lütfen burada biraz dur.Blijf hier alsjeblieft even stilstaan.
  • Lütfen şu kapıya bak.Kijk alsjeblieft naar die deur.
  • Şimdi hemen eve git.Ga nu meteen naar huis.
  • — Dur! — Tamam, bekliyorum.— Stop! — Oké, ik wacht.
  • — Bak! Kapı açık. — Evet, görüyorum.— Kijk! De deur is open. — Ja, ik zie het.
  • — Git! — Tamam, gidiyorum.— Ga! — Oké, ik ga.
  • — Kolumu bırak! — Tamam, bırakıyorum.— Laat mijn arm los! — Oké, ik laat los.
  • — Bırak, ben taşırım. — Peki.— Laat maar, ik draag het wel. — Goed.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Zie bırak! niet als een andere manier om „ga weg” te zeggen. Kolumu bırak! vraagt iemand je arm los te laten. Bij Bırak, ben taşırım neemt de spreker het dragen over. Toon en context tellen mee: een kort bevel klinkt niet altijd boos, maar kan wel bot overkomen.

Probeer het zelf

  1. Zeg tegen één vriend dat die moet stoppen met bewegen. Schrijf één bevelwoord.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    dur

    Dur: de vriend moet stoppen met bewegen. Git zou juist vragen om verder te gaan.

  2. Wijs naar een deur en zeg tegen één vriend dat die moet kijken. Schrijf één woord.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    bak

    Bak: de deur is waar de ander naar moet kijken. Het gaat om aandacht, niet om vertrekken.

  3. Zeg tegen één vriend dat die moet gaan. Schrijf één bevelwoord.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    git

    Git: de vriend moet gaan. De laatste t blijft in dit bevel staan; gidiyorum in het antwoord is een andere vorm.

  4. Iemand houdt je arm vast. Vul het bevel om los te laten aan: Kolumu ___!

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    bırak

    bırak: kolumu noemt wat losgelaten moet worden. De ander moet de greep loslaten, niet weglopen.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee eigen gesprekken van elk twee uitspraken: iemand wijst iets aan of vraagt om iets los te laten, en de ander antwoordt. Bepaal of de toon dringend of rustig is.