Je leert uitdrukken wat iemand weet, hoort of denkt door een mededeling in een naamwoordelijke bijzin om te zetten. Houd twee onderwerpen uit elkaar: wie iets doet en wie daarvan weet.

Het idee

In deze constructie krijgt een uitdrukkelijk genoemd onderwerp van de bijzin de genitief. Het werkwoord krijgt -dik of -ecek, een bezitsuitgang die bij dat onderwerp past en de naamval die het hoofdwerkwoord verlangt. Bij bilmek, duymak en düşünmek is dat hier de accusatief. Vergelijk Sen geleceksin met Ben senin geleceğini biliyorum. -dik verwijst naar het heden of verleden, -ecek naar de toekomst; de context bepaalt het tijdstip. De ontkenning komt vóór de nominalisatie: içmediğini. Bij een naamwoordelijk gezegde gebruik je olmak: evde olduğunu. Vóór een bezitsuitgang die met een klinker begint, verandert de laatste k in ğ.

Patronen vergelijken
Zelfstandige mededelingIngebed als object van weten
Sen burada yaşıyorsun.Senin burada yaşadığını biliyorum.
Biz yarın döneceğiz.Bizim yarın döneceğimizi biliyor.
Elif kahve içmiyor.Elif'in kahve içmediğini biliyorum.
O evde.Onun evde olduğunu biliyorum.

Voorbeelden

  • Ben senin geleceğini biliyorum.Ik weet dat je zult komen.
  • Biz kapının kapandığını duyduk.We hoorden de deur dichtgaan.
  • Ben senin burada yaşadığını biliyorum.Ik weet dat je hier woont.
  • Elif benim kahve içmediğimi biliyor.Elif weet dat ik geen koffie drink.
  • Onun yarın çalışacağını düşünüyorum.Ik denk dat die persoon morgen zal werken.
  • Senin evde olduğunu biliyorum.Ik weet dat je thuis bent.
  • Onun evde olduğunu biliyorum.Ik weet dat die persoon thuis is.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Kies de bezitsuitgang niet op basis van het onderwerp van biliyorum: in Ben senin geleceğini biliyorum kom jij en weet ik dat. Bovendien kan geldiğini op jou of op een derde persoon slaan; senin of onun maakt dat duidelijk. De gelijkenis met de verleden tijd betekent niet dat -dik altijd verleden tijd uitdrukt.

Probeer het zelf

  1. Vul aan: ik weet dat je hier woont. Schrijf alleen het ontbrekende woord.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    yaşadığını

    yaşadığını: De oorspronkelijke zin zegt waar jij nu woont. Ondanks -dık gaat het dus om het heden. De bezitsuitgang verwijst naar jou; de laatste -ı markeert het object van weten.

  2. Vul aan: die persoon weet dat we morgen zullen terugkeren. Schrijf alleen het ontbrekende woord.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    döneceğimizi

    döneceğimizi: De terugkeer is morgen en “wij” keren terug. Daarom zijn de toekomstige vorm en -imiz nodig. De laatste -i markeert het object; degene die het weet is iemand anders.

  3. Vul aan: ik weet dat Elif geen koffie drinkt. Schrijf alleen het ontbrekende woord.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    içmediğini

    içmediğini: Elif drinkt geen koffie. De ontkenning hoort bij de ingebedde informatie en staat vóór -dik. Als je biliyorum door bilmiyorum vervangt, zeg je juist dat ik het niet weet.

  4. Vul aan: ik weet dat die persoon thuis is. Schrijf alleen het ontbrekende woord.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    olduğunu

    olduğunu: De oorspronkelijke zin noemt een verblijfplaats zonder zelfstandig werkwoord. Olmak maakt de inbedding mogelijk; hier betekent het thuis zijn, niet iets worden.

Gebruik het vandaag

Schrijf wat je nu over een vriend weet, wat je over een gebeurtenis van gisteren hebt gehoord en wat er volgens jou morgen zal gebeuren. Omcirkel elk onderwerp van een bijzin en onderstreep de bijbehorende uitgang.