Je verandert een handeling in een beschrijving van een persoon of ding. Bepaal eerst wie of wat de handeling binnen die beschrijving uitvoert en gebruik daarna de hele woordgroep in een zin.

Het idee

In deze actieve zinnen wijst -en het onderwerp van de beschrijvende handeling aan: mektubu yazan çocuk is het kind dat de brief heeft geschreven. Het voorwerp en andere bepalingen staan vóór het deelwoord, het zelfstandig naamwoord erna. Voeg geen apart woord voor “die” of “dat” en geen persoonsuitgang aan het deelwoord toe. De ontkenning blijft in de beschrijving: binmeyen yolcular zijn reizigers die niet instappen. De uitgang alleen bepaalt de tijd niet: dün düşen bardak is het glas dat gisteren viel. De hele groep kan voorwerp zijn: oynayan çocukları görüyorum. De kinderen spelen, maar ik zie hen.

Patronen vergelijken
Oorspronkelijke zinBeschrijving vóór het zelfstandig naamwoord
Kadın kapıda bekliyor.kapıda bekleyen kadın
Çocuk mektubu yazdı.mektubu yazan çocuk
Yolcular bu otobüse binmiyor.bu otobüse binmeyen yolcular

Voorbeelden

  • Ben kapıda bekleyen kadını tanıyorum.Ik ken de vrouw die bij de deur wacht.
  • Mektubu yazan çocuk bugün geliyor.Het kind dat de brief heeft geschreven, komt vandaag.
  • Biz bahçede oynayan çocukları görüyoruz.Wij zien de kinderen die in de tuin spelen.
  • Dün düşen bardak kırılmadı.Het glas dat gisteren viel, is niet gebroken.
  • Bu otobüse binmeyen yolcular durakta bekliyor.De reizigers die niet in deze bus stappen, wachten bij de halte.
  • Bana yardım eden kişiye teşekkür ettim.Ik heb de persoon bedankt die mij heeft geholpen.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Kies het deelwoord niet op basis van de rol in de hoofdzin. In mektubu yazan çocuğu görüyorum schreef het kind de brief, ook al is het tegelijk degene die ik zie. De brief die ik schreef heet yazdığım mektup; dat komt in de volgende les.

Probeer het zelf

  1. Vul de beschrijving aan: de vrouw die bij de deur wacht.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    bekleyen

    bekleyen: de vrouw zelf wacht bij de deur; kapıda blijft vóór het deelwoord staan als onderdeel van haar beschrijving.

  2. Vul de beschrijving aan: het kind dat de brief heeft geschreven.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    yazan

    yazan: het kind schreef de brief en is dus het beschreven onderwerp. De verleden tijd van de oorspronkelijke zin vereist hier geen verleden-tijduitgang aan het deelwoord.

  3. Vul de beschrijving aan: de reizigers die niet in deze bus stappen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    binmeyen

    binmeyen: deze reizigers stappen niet in deze bus. De ontkenning gaat over het instappen, niet over het wachten bij de halte.

  4. Geef çocuklar de juiste naamval: ik zie de kinderen die in de tuin spelen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    çocukları

    çocukları: de kinderen zijn de specifieke personen die ik zie, dus het meervoudige zelfstandig naamwoord krijgt de accusatief. Oynayan beschrijft nog steeds hun handeling.

Gebruik het vandaag

Beschrijf twee mensen aan de hand van hun bezigheden. Gebruik één groep als onderwerp en de andere als voorwerp van “ik zie”. Voeg een ontkennende beschrijving toe en onderstreep het zelfstandig naamwoord met de naamvalsuitgang.