Een wens beschrijft de gewenste situatie; spijt stelt een ander verleden voor. Je leert beide met keşke uit te drukken en uit de context af te leiden wat er echt is gebeurd.

Het idee

Met keşke kan een werkwoord in de vorm -se / -sa een volledige wens vormen: Keşke odam daha aydınlık olsa. Een zin met een gevolg is niet nodig. Voor spijt over een afgeronde gebeurtenis gebruik je vormen als arasaydım of atmasaydık. Een bevestigende wens stelt een niet-uitgevoerde handeling voor; een ontkennende wens wil een werkelijk uitgevoerde handeling ongedaan maken. De persoonsuitgang wijst naar degene die de handeling verricht, niet noodzakelijk naar de spreker.

Voorbeelden

  • Keşke yarın kar yağsa.Als het morgen toch eens zou sneeuwen!
  • Keşke dün seni arasaydım.Had ik je gisteren maar gebeld.
  • Keşke o kutuyu atmasaydık.Hadden we die doos maar niet weggegooid.
  • Keşke odam daha aydınlık olsa.Was mijn kamer maar lichter.
  • Keşke şu an yanımda olsaydın.Was je nu maar bij me.
  • Keşke bu kadar acele etmeseydim.Had ik me maar niet zo gehaast.
  • Keşke hafta sonu birlikte yemek yapsak.Het zou fijn zijn als we in het weekend samen kookten.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Lees -seydi / -saydı niet automatisch als verleden tijd. In Keşke şu an yanımda olsaydın plaatst şu an de wens in het heden; de vorm benadrukt het verschil met de werkelijkheid. Ook olsan past hier. Zoek voor een gebeurtenis in het verleden naar aanwijzingen zoals dün.

Probeer het zelf

  1. Kies het werkwoord voor een wens voor morgen: Keşke yarın kar ___. (yağsa / yağdı)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    yağsa

    yağsa: de spreker wil sneeuw voor morgen. Yağdı meldt dat het heeft gesneeuwd en kan deze wens niet uitdrukken.

  2. Ik heb je gisteren niet gebeld. Vul de zin over spijt aan: Keşke dün seni ___. (arasam / arasaydım)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    arasaydım

    arasaydım: het telefoontje bleef gisteren uit. De bevestigende wens stelt dat gesprek alsnog voor; de laatste -m verwijst naar de beller, “ik”.

  3. We hebben die doos gisteren weggegooid en hebben daar spijt van. Vul aan: Keşke o kutuyu ___. (atsaydık / atmasaydık)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    atmasaydık

    atmasaydık: de doos is echt weggegooid. Het gewenste alternatief is dat we dat niet hadden gedaan, dus is hier een ontkennende vorm nodig.

  4. Je bent nu ver weg. Vul de wens over nu aan; beide opties kunnen passen: Keşke şu an yanımda ___. (olsan / olsaydın)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    olsan / olsaydın

    olsan / olsaydın: beide wensen dat je nu aanwezig bent. De tweede benadrukt sterker dat de werkelijkheid anders is; şu an sluit hier een lezing in het verleden uit.

Gebruik het vandaag

Schrijf een wens voor morgen en een zin over spijt van gisteren. Voeg aan beide een eenvoudige zin toe over de werkelijke situatie. Controleer wie de gewenste handeling zou uitvoeren.