Als je taken verdeelt, is de luisteraar niet altijd degene die iets moet doen. Je leert aanwijzingen over een derde persoon te geven en die te onderscheiden van directe opdrachten aan je gesprekspartner.

Het idee

Gebruik de gebiedende wijs in de derde persoon voor iets wat je iemand anders wilt laten doen: Elif burada beklesin. Deze vorm kan ook een gewenste situatie uitdrukken, zoals Çorba biraz soğusun, of een wens met olsun of getirsin. Je mag het onderwerp weglaten als het duidelijk is. Voor meerdere mensen geeft oynasınlar het meervoud expliciet aan; met çocuklar kan ook oynasın. De ontkenning staat vóór de uitgang van de gebiedende wijs: uyanmasın. Deze zinnen gaan over wat je wilt dat er gebeurt, niet over wat er al gebeurt.

Voorbeelden

  • Elif burada beklesin.Laat Elif hier wachten.
  • Mert kapıyı kapatsın.Laat Mert de deur sluiten.
  • Çocuklar dışarıda oynasınlar.Laat de kinderen buiten spelen.
  • Bebek şimdi uyanmasın.Laat de baby nu niet wakker worden.
  • Çorba biraz soğusun.Laat de soep een beetje afkoelen.
  • Herkes kendi biletini alsın.Iedereen moet zijn eigen kaartje kopen.
  • Yeni eviniz size mutluluk getirsin.Moge jullie nieuwe huis jullie geluk brengen.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Gel spreekt één persoon rechtstreeks aan; gelsin gaat over iemand die je bespreekt. Het is geen beleefdere manier om tegen je gesprekspartner “kom” te zeggen. “Laat” betekent hier niet altijd toestemming geven: de context kan ook een opdracht of wens aangeven.

Probeer het zelf

  1. Zeg tegen een vriend dat Elif hier moet wachten. Gebruik beklemek (wachten).

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    beklesin

    beklesin: Elif moet wachten, terwijl je tegen een vriend praat. Met bekle zou je die vriend zelf vragen om te wachten.

  2. Zeg dat de kinderen buiten moeten spelen. Gebruik oynamak (spelen).

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    oynasınlar / oynasın

    oynasınlar / oynasın: de kinderen zijn degenen die moeten spelen. De langere vorm geeft meerdere personen expliciet aan; de kortere kan ook, omdat çocuklar al een meervoudig onderwerp noemt.

  3. Spreek de wens uit dat de baby nu niet wakker wordt. Gebruik uyanmak (wakker worden).

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    uyanmasın

    uyanmasın: je wilt dat de baby blijft slapen. De ontkenning -ma komt vóór -sın; uyansın zou juist de tegenovergestelde wens uitdrukken.

  4. Je zegt tegen iemand dat die hier moet komen, en daarna dat Ece ook moet komen. Vul de tweede zin aan met gelmek (komen).

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    gelsin

    gelsin: in het tweede deel verschuift de handeling van je gesprekspartner naar Ece. Gel zou nog steeds de luisteraar aanspreken; gelsin geeft aan dat Ece moet komen.

Gebruik het vandaag

Plan een middag met vrienden. Schrijf een aanwijzing over iemand die je bij naam noemt, een over meerdere mensen en een ontkennende aanwijzing. Voeg een wens toe en bepaal bij elke zin wie iets moet doen.