Wijs iemand aan op een echte of verzonnen familiefoto. Vraag daarna naar de plek en de herinnering erachter. De dialoog geeft korte antwoorden die je met een gesprekspartner kunt oefenen.

Het idee

Laat je antwoord aansluiten op de vraag. Bu fotoğrafta kim var? vraagt wie er op de foto staat; wijs de persoon aan en zeg Bu benim dedem. Bu fotoğrafı nerede çektiniz? vraagt waar jullie de foto hebben gemaakt: Köyde çektik. Met Deden nasıl biriydi? vraag je naar opa’s karakter vroeger: Çok neşeliydi betekent dat hij heel vrolijk was.

Lees de tekst

— Bu fotoğrafta kim var? — Bu benim dedem. Sağda da annem var.

— Bu fotoğrafı nerede çektiniz? — Köyde çektik. Fotoğrafı babam çekti.

— Deden nasıl biriydi? — Çok neşeliydi. O gün hepimiz mutluyduk.

Voorbeelden

  • Bu fotoğrafta dedem var.Mijn opa staat op deze foto.
  • Annem burada çok gençti.Mijn moeder was hier heel jong.
  • Bu fotoğrafı köyde çektik.We hebben deze foto in het dorp gemaakt.
  • Bu benim dedem.Dit is mijn opa.
  • Bu fotoğrafta kim var?Wie staat er op deze foto?
  • Bu fotoğrafı nerede çektiniz?Waar hebben jullie deze foto gemaakt?
  • Deden nasıl biriydi?Wat voor iemand was je opa?
  • Dedem çok neşeliydi.Mijn opa was heel vrolijk.
  • Fotoğrafı babam çekti.Mijn vader heeft de foto gemaakt.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

De persoon op de foto hoeft niet degene te zijn die hem heeft gemaakt. Fotoğrafta annem var plaatst mijn moeder op de foto; Fotoğrafı babam çekti noemt mijn vader als fotograaf. Let op het verschil tussen fotoğrafta en fotoğrafı voordat je een vraag met “wie” beantwoordt.

Probeer het zelf

  1. Beantwoord “Wie staat er op deze foto?” met dedem (mijn opa). Een kort antwoord is genoeg.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Dedem / Dedem var

    Dedem of Dedem var: de vraag zoekt een persoon op de foto. De uitgang in dedem verwijst naar de opa van de spreker, niet die van de luisteraar.

  2. Beantwoord “Waar hebben jullie deze foto gemaakt?” met “in het dorp”; gebruik köy. Een kort antwoord is genoeg.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Köyde / Köyde çektik

    Köyde of Köyde çektik: de aanwijzing noemt een dorp, dus het antwoord geeft de plek van de opname. De langere versie zegt ook dat wij de foto hebben gemaakt.

  3. Beantwoord “Wat voor iemand was je opa?” met neşeli (vrolijk) in de verleden tijd. Je mag çok (heel) toevoegen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Neşeliydi / Çok neşeliydi

    Neşeliydi of Çok neşeliydi: de vraag kijkt terug op opa’s karakter. De verleden tijd past bij die herinnering; çok maakt de beschrijving sterker.

  4. Mijn moeder staat op de foto. Mijn vader heeft hem gemaakt. Wie heeft de foto gemaakt? Antwoord in het Turks.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Babam / Babam çekti

    Babam of Babam çekti: de tweede zin noemt de persoon achter de camera. Annem zou zeggen wie erop staat en dus een andere vraag beantwoorden.

Gebruik het vandaag

Gebruik met z’n tweeën een echte of verzonnen foto. Vraag wie erop staat, waar jullie hem hebben gemaakt en wat voor iemand een familielid was. Geef antwoord en wissel van rol. Ga daarna verder met de les over familieherkomst.