Borç betekent schuld in de zin van geld dat je moet terugbetalen. Je gaat van een onbepaalde schuld naar een specifieke schuld en vervolgens naar iemands schuld. Ook onderscheid je borç almak (geld lenen) van borç vermek (geld uitlenen).
Het idee
Hoewel borç maar één lettergreep heeft, verandert de laatste ç in c voor een uitgang die met een klinker begint: borcu, borca, borcum. In borçlar, borçta en borçtan blijft de ç staan. Bij sana borcum var laat de bezitsvorm zien dat ik de schuld heb; sana noemt degene aan wie ik geld verschuldigd ben. De tabel bevat de vormen van dit woord. De gekoppelde lessen behandelen het combineren van achtervoegsels.
| Vorm | Gebruik |
|---|---|
| borç | grondvorm: schuld |
| borcu | accusatief: de schuld als object |
| borca | datief |
| borçta | locatief |
| borçtan | ablatief |
| borcun | genitief: van de schuld |
| borçlar | meervoud: schulden |
| borcum | mijn schuld |
| borcun | jouw schuld |
| borcu | zijn/haar schuld |
| borcumuz | onze schuld |
| borcunuz | jullie/uw schuld |
| onların borçları | hun schuld / schulden |
| borçlarımız | onze schulden |
| annemin borcunu | de schuld van mijn moeder als object |
Voorbeelden
- Bu borcu yarın ödeyeceğiz.We zullen deze schuld morgen afbetalen.
- Sana hiç borcum yok.Ik ben je niets verschuldigd.
- Babamın borçları geçen ay bitti.De schulden van mijn vader waren vorige maand afbetaald.
- Teyzem bize borç verdi.Mijn tante heeft ons geld geleend.
- Bu borçtan birlikte kurtulduk.We zijn samen van deze schuld afgekomen.
- Annemin borcunu bugün ödedik.We hebben vandaag de schuld van mijn moeder betaald.
- Dün kimseden borç almadık.We hebben gisteren van niemand geld geleend.
Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Turkse stem op je apparaat beschikbaar. Je kunt de tekst nog steeds lezen.
Let op
Borcu kan zowel de bepaalde schuld als lijdend voorwerp als “zijn/haar schuld” betekenen. Vergelijk Bu borcu ödedik met Annemin borcunu ödedik: in de tweede zin volgt de accusatief op de bezitsuitgang, met een n ertussen. Laat die extra uitgang niet weg. In borç almak en borç vermek bepaalt het werkwoord of iemand geld leent of uitleent.
Probeer het zelf
Vul de juiste vorm van borç in: We zullen deze schuld morgen afbetalen.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
borcu
borcu: bu wijst een specifieke schuld aan als object van ödeyeceğiz. De klinker van de accusatief verandert ç in c; er wordt hier geen bezitter genoemd.
Vul de juiste vorm van borç in: Ik ben je niets verschuldigd.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
borcum
borcum: benim geeft aan dat de spreker de schuld heeft. -um betekent “mijn”, terwijl sana degene noemt aan wie het geld moet worden terugbetaald.
Gebruik een bezitsvorm in het meervoud van borç: Al onze schulden zijn afbetaald.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
borçlarımız
borçlarımız: bizim vraagt om “onze” en de opdracht om meerdere schulden. De meervoudsuitgang komt eerst, waardoor ç behouden blijft; de bezitsuitgang volgt op -lar.
Vul de juiste vorm van borç in: We hebben vandaag de schuld van mijn moeder betaald.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
borcunu
borcunu: annemin maakt duidelijk dat het om de schuld van de moeder gaat. Aan borcu komt -nu, want haar schuld is het bepaalde lijdend voorwerp van ödedik.
Oefenronde
Beantwoord vragen en zet waar mogelijk Turkse zinnen en woorden weer in elkaar. We bewaren je score.
Vul de juiste vorm van borç in: We zullen deze schuld morgen afbetalen.
Vul de juiste vorm van borç in: Ik ben je niets verschuldigd.
Gebruik een bezitsvorm in het meervoud van borç: Al onze schulden zijn afbetaald.
Vul de juiste vorm van borç in: We hebben vandaag de schuld van mijn moeder betaald.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten daarin op te slaan.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Bedenk een kort gesprek tussen twee fictieve personen over een schuld. Zeg wie aan wie geld verschuldigd is en beschrijf daarna de afbetaling van iemands schuld. Gebruik een bezitsvorm in het meervoud en controleer iedere ç en c.

