Met korkmak beschrijf je angst, een plotselinge schrik of een handeling waar je bang voor bent. De tabel geeft zes personen; de voorbeelden laten zien hoe je de oorzaak van de angst noemt.

Het idee

Bij korkmak is degene die bang is het onderwerp. Waar die persoon of dat dier bang voor is, krijgt de ablatief: sesten, benden. Ook een handeling past hierin: hata yapmaktan korkmak, bang zijn om fouten te maken. De stam houdt zijn k in korkuyorum en korkarım. Onthoud korktum met t en korkmuyorum met u. In korkacağım verandert de k van de toekomstige uitgang in ğ. De aoristus beschrijft vaak een algemene angst; de tegenwoordige duurvorm kan ook een aanhoudende angst uitdrukken.

Patronen vergelijken
PersoonTegenwoordige duurvormVerleden tijdToekomende tijdAoristusOntkennende tegenwoordige tijd
benkorkuyorumkorktumkorkacağımkorkarımkorkmuyorum
senkorkuyorsunkorktunkorkacaksınkorkarsınkorkmuyorsun
okorkuyorkorktukorkacakkorkarkorkmuyor
bizkorkuyoruzkorktukkorkacağızkorkarızkorkmuyoruz
sizkorkuyorsunuzkorktunuzkorkacaksınızkorkarsınızkorkmuyorsunuz
onlarkorkuyorlarkorktularkorkacaklarkorkarlarkorkmuyorlar

Voorbeelden

  • Ben gök gürültüsünden korkuyorum.Ik ben bang voor donderslagen.
  • Kedimiz elektrik süpürgesinden korkuyor.Onze kat is bang voor de stofzuiger.
  • Çocuk ani sesten korktu.Het kind schrok van het plotselinge geluid.
  • Hata yapmaktan korkuyorum ama yine de konuşuyorum.Ik ben bang om fouten te maken, maar ik praat toch.
  • Bu köpek benden korkmuyor.Deze hond is niet bang voor mij.
  • Karanlıkta yalnız yürümekten korkar mısın?Ben je bang om alleen in het donker te lopen?
  • Bir dahaki sefer daha az korkacağım.De volgende keer zal ik minder bang zijn.
  • Ani ses çocuğu korkuttu.Het plotselinge geluid maakte het kind bang.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Houd degene die schrikt en de oorzaak uit elkaar: Çocuk sesten korktu zegt dat het kind van het geluid schrok; Ses çocuğu korkuttu zegt dat het geluid het kind bang maakte. Korkutmak betekent angst veroorzaken en krijgt een lijdend voorwerp. Gebruik bij korkmak voor ‘voor mij’ benden, niet beni.

Probeer het zelf

  1. Vul de verleden tijd in de derde persoon enkelvoud in: het kind schrok.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    korktu

    korktu: het kind heeft de schrik ervaren. Na de stemloze k en de geronde o krijgt de verleden tijd -tu. De derde persoon enkelvoud heeft geen extra persoonsuitgang nodig.

  2. Vul “Deze hond is niet bang voor mij” aan met het voornaamwoord in de juiste naamval.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    benden

    benden: de hond voelt de angst; ‘ik’ is de mogelijke oorzaak. Het voornaamwoord krijgt daarom de ablatief -den. De ontkenning van het werkwoord verandert die naamval niet.

  3. Vul “Ik ben bang om fouten te maken” aan. Behoud de infinitief en voeg de juiste naamvalsuitgang toe.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    yapmaktan

    yapmaktan: een fout maken is de gevreesde handeling. Voeg -tan toe aan yapmak. De laatste k blijft voor de medeklinker t staan; de hele woordgroep is hata yapmaktan.

  4. Kies het werkwoord en gebruik de derde persoon enkelvoud van de verleden tijd: het geluid maakte het kind bang.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    korkuttu

    korkuttu: het geluid veroorzaakt de schrik, en çocuğu noemt het kind dat daardoor bang wordt. Kies dus korkutmak en voeg de verleden uitgang -tu toe aan korkut-. Schrijf beide opeenvolgende t’s.

Gebruik het vandaag

Beschrijf een huidige angst, een schrik uit het verleden en je verwachte gevoel voor de volgende keer. Herschrijf daarna de verleden zin met de oorzaak als onderwerp en korkutmak als werkwoord. Vergelijk vervolgens kızmak.